'Ontwikkelingslanden zetten in op verkeerde paard in Doha-ronde'

In de onderhandelingen over de verdere vrijmaking van de wereldhandel moet de landbouw losgekoppeld worden van de andere dossiers. Die boodschap klonk gisteren door in de discussie over de Doha-ronde tijdens het WEF in Davos. Supachai Panitchpakdi, de baas van de Wereldhandelsorganisatie, vindt het een slecht idee.


Het Wereld Economisch Forum, het jaarlijkse onderonsje tussen bedrijfsleiders, economen en regeringsleiders onder de skipistes van het Zwitserse Davos, organiseerde gisteren (donderdag) een debat over de uitdagingen in de Doha-ronde. Het ging vooral over de landbouw, want dat thema is de twistappel tussen rijk en arm in de nieuwe onderhandelingsronde van de Wereldhandelsorganisatie, opgestart in november 2001 in Doha. De gelijknamige ronde belandde in een sukkelstraatje door de meningsverschillen tussen de industrie- en de ontwikkelingslanden en liep vorig jaar in september helemaal vast tijdens de ministerconferentie van de WHO in Cancún.

De landbouwkwesties moeten van de rest van de discussie gescheiden worden zodat er vooruitgang kan worden geboekt, zo opende John H. Tyson, de baas van de Amerikaanse voedingsgigant Tyson Foods de discussie. De CEO verwoordde het standpunt van de VS en andere industrielanden, die vinden dat de ontwikkelingslanden hun eis voor afschaffing van de landbouwsubsidies nu maar eens moeten laten varen.

Yu Yongding, de directeur van het Instituut voor Wereldeconomie en -politiek aan de Chinese Academie van Sociale Wetenschappen, zegt dat daar geen sprake van kan zijn. Hij vindt dat de wereldwijde vrijmaking van de handel een dialectisch punt heeft bereikt - de ontwikkelingslanden hebben zichzelf pijn gedaan, nu is het aan de industrielanden om offers te maken en onpopulaire maatregelen te nemen. De Chinese expert heeft het over de landbouwsubsidies: Als je steeds bekommerd bent om stemmen te verliezen, zal je nooit wat hervormen.

De industrielanden, met de Europese Unie, de Verenigde Staten en Japan op kop, spenderen samen per dag een miljard dollar om de productie en de export van hun landbouwbedrijven te ondersteunen. De ontwikkelingslanden en de ngo’s vinden dat die subsidies hun boeren uit de markt duwen en de prijzen doen kelderen.

In een gesprek met IPS verwerpt Supachai Panitchpakdi, de directeur-generaal van de Wereldhandelsorganisatie, het idee om landbouw te scheiden van de andere thema’s in de Doha-ronda om de onderhandelingen weer vlot te krijgen. Dat zijn met name de handel in diensten, de invoertarieven op nijverheidsproducten, een speciale behandeling voor arme landen en de toepassing van de oude akkoorden. De agenda bevat ook de zogenaamde Singapore-thema’s - internationale regels voor investeringen, concurrentie, overheidsaanbestedingen en douaneregels - die de VS en de EU graag gerealiseerd zouden zien.

De meerderheid van de 147 WHO-lidstaten zou nooit instemmen met een akkoord zonder een oplossing voor de netelige kwestie van de handel in landbouwproducten, zegt Panitchpakdi. De landbouw is een standaard, een meetinstrument voor de uitkomst van de Doha-ronde.

Voor een vernieuwende bijdrage zorgde Dani Rodrik, een econoom van de John F. Kenedy School of Government van Harvard, wiens ideeën aandachtig worden gevolgd in ontwikkelingslanden. Jullie leggen te veel nadruk op het probleem van de landbouwsubsidies, was de boodschap van Rodrik tijdens het debat. De landbouw zou niet de focus mogen zijn van een echte ontwikkelingsronde. Andere thema’s die op dit moment nauwelijks besproken worden, zouden de ontwikkelingslanden veel sneller ontlasten dan de afschaffing van de landbouwsubsidies in de VS en de EU.

De vrijmaking van de grensoverschrijdende arbeid (onderdeel van het dienstenpakket) bijvoorbeeld, zou mensen uit arme landen in staat stellen om tijdelijk naar rijke landen te verhuizen. Zelfs een bescheiden akkoord zou jaarlijks 200 miljard dollar extra naar ontwikkelingslanden brengen, vooral in de vorm van overschrijvingen. Ter vergelijking: de bilaterale ontwikkelingshulp bedraagt nu ongeveer 56 miljard dollar per jaar.

De Harvard-econoom vindt dat de mislukte wereldhandelstop in Cancún een positief resultaat heeft opgeleverd. Het ontstaan van de G20 - een verruimd blok van ontwikkelingslanden onder aanvoering van Brazilië en met de steun van Argentinië, China, India en Zuid-Afrika - is misschien erg goed nieuws voor de toekomst van de multilaterale wereldhandel. Rodrik wil dat de WHO anders gaat beslissen. Nu gebeurt dat bij consensus, waardoor alles aan alles is gekoppeld. Dat systeem werkte redelijk in het verleden, toen er akkoorden over invoertarieven moesten bereikt worden, maar is niet werkbaar bij onderhandelingen die een gevolg hebben voor het binnenlandse fiscale en financiële beleid, zegt Rodrik.

Een mini-ministertop, voorgezeten door Deiss, zal deze week de Doha-ronde weer op gang proberen te krijgen. De deadline van 1 januari 2005 is intussen tot op minder dan een jaar genaderd.


Zie ook: VS: Amerikanen willen vrijhandel met meer garanties voor werk en milieu (peiling)



Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3306   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift