Onveiligheid in Venezuela

Venezuela heeft olie en dus de middelen om zijn twintig miljoen mensen welvaart te bieden. De afgelopen jaren is het echter van kwaad naar erger gegaan met het land. Gevolg: de mensen kozen een putchist tot president en nemen zelf het geweer ter hand om gerechtigheid te laten geschieden.
Op kerstnacht vorig jaar werd Joel Ibarra -een verpleger in een kinderziekenhuis in Caracas- neergekogeld. Voor de kranten zou hij gewoon één van de 20 à 30 dagelijkse doden in het grootstedelijk geweld zijn geweest, ware het niet dat Joel Ibarra het eerste slachtoffer was van het ‘Frente Tupamaro’. Zo heet de burgerwacht van de flatgebouwenwijk ‘23 de Enero’. De groep noemde zich zo naar de opstandige Inca-prins Tupác Amaru, die gevierendeeld werd door de Spanjaarden. Het Frente Tupamaro werd opgericht door de moegetergde bewoners van ‘23 de Enero’, die de moorden en overvallen in hun buurt beu waren. De komst van de wraakengelen was aangekondigd: een week eerder hield een gezelschap van gemaskerde mannen en vrouwen een persconferentie om het ontstaan van het ‘antimisdaadsyndicaat’ aan de wereld mee te delen.

De oprichters van het Tupamaro Front zeggen dat hun acties een uitvloeisel zijn van een volksraadpleging. Die peilde naar mechanismen om zelf straffen op te leggen aan ‘misdadigers die iedereen kent maar aan wie niemand durft te raken’, aldus de Tupamaro-woordvoerders. Het front bestaat naar eigen zeggen uit ‘arbeiders, atleten en ouders’. Volksrechtbanken in de wijk spreken straffen uit tegen criminelen, inclusief de doodstraf. De burgerwachten worden belast met de uitvoering van het vonnis. Publieke executies moeten een afschrikkend effect hebben. Joel Ibarra werd, volgens zijn familie, per ongeluk verwisseld met één van de eerste terdoodveroordeelden. Volgens de lokale pers zijn de inwoners van de wijk verdeeld wat betreft de radicalisering, maar hoeden tegenstanders zich ervoor om openlijk kritiek te leveren. Het Frente weigert samen te werken met de autoriteiten. Die zijn toch verrot, vinden zijn woordvoerders.

De minister van justitie, Hilarion Cardozo, verklaarde dat hij het idee van een volksgerecht huiveringwekkend vond. Dat het om een vorm misdaadpreventie gaat, noemde hij een ‘misleidend label’ waarvan dergelijke groepen zich bedienen ‘om wraakacties goed te praten’. Wie de strijd tegen de misdaad gebruikt om zelf de wet te overtreden, zit helemaal fout, aldus de minister.

Het gezwel moet weggesneden worden

De acties van het Tupamaro Front zijn exemplarisch voor het ongeduld en de frustratie van veel Venezolanen over de onmacht van de autoriteiten om veiligheid te garanderen. Uit opiniepeilingen blijkt dat zeven op tien ondervraagden geloven dat politie en rechters inefficiënt en corrupt zijn. ‘Alleen wie niet kan betalen, wordt gestraft’, luidt een boutade.

Pas verkozen president Hugo Chávez weet hoe hij munt moet slaan uit die crisissfeer. Zijn toespraken zijn fel, zijn beloften van goud. ‘Ik ben het scalpel dat het gezwel van de armoede zal wegsnijden’, zegt Chávez, en: ‘Ik geloof in de wederopstanding van het volk.’ Voor een land met zo’n immense olierijkdom is Venezuela er belabberd aan toe. Dertig procent inflatie. Een minimumloon dat slechts 45 procent van de voedselbehoeften van een gezin dekt. Het traditionele politieke establishment staat synoniem met onderonsjes achter gecapitonneerde deuren en politici die betrapt worden met hun hand in de suikerpot. Dus werd Hugo Chávez, luitenant-kolonel-op-rust, op 6 december verkozen met 56,4 procent van de stemmen - het hoogste percentage waarmee ooit iemand won in Venezuela.

Dat hij van aanpakken weet, dat beseffen de Venezolanen. Chávez was de architect van de mislukte staatsgreep van 4 februari 1992 tegen president Carlos Andres Pérez. Tot op vandaag heeft hij geen gram spijt van die putschpoging. Een ‘humanistische rebellie’ noemt hij het zelf. De poging tot staatsgreep kostte een dertigtal mensen het leven. Erg weinig, vindt Chávez, vergeleken met de ongeveer drieduizend slachtoffers die vielen in ‘89. Toen liet Carlos Andres Pérez, na heftige broodrellen in de hoofdstad, de ordekrachten schieten op alles wat bewoog. Chávez werd voor zijn muiterij veroordeeld en verdween voor twee jaar en twee maanden in de gevangenis. Daarna kreeg hij gratie. Bij zijn vrijlating zwoer hij in de politiek te gaan en op zijn beurt corrupte politici in de nor te laten gooien.

Venezuela, c’est moi

In zijn toespraken serveert Hugo Chávez ideologische stamppot, waar altijd wel een citaat bij kan uit de bijbel of van Simon Bolívar, de 19de eeuwse onafhankelijkheidsstrijder en zijn grote held. ‘Ik ben niet rechts, niet links, ik ben humanist.’ Met dergelijke uitspraken pareert Chávez stekelige vragen over zijn politieke geaardheid. Hij heeft de ongebreidelde vrije markt er al van langs gegeven, maar wil tegelijk de afbetaling van Venezuela’s buitenlandse schuld..

In internationale financiële kringen leeft de vrees dat neoliberale economische hervormingen, die in Venezuela al trager op gang kwamen dan elders in Latijns-Amerika, met Chávez helemaal in de la zullen verdwijnen. De nieuwe president wil de kleine en middelgrote bedrijven promoveren tot motors van de economie, om mensen werk te geven, de lokale productie op te vijzelen en de import af te remmen. Tegelijk staat hij voor de opgave om de internationale gemeenschap te overtuigen dat hij niet zo radicaal is als sommigen vrezen. Het is voor Chávez dus balanceren op een slappe koord, waarbij hij makkelijk naar de ene of de andere kant kan tuimelen. Is hij te voortvarend, dan vlucht het broodnodige kapitaal het land uit. Draait hij te sterk bij, dan kan hij zijn beloften niet meer waarmaken tegenover de armen die hem aan de macht hielpen.

Chávez hoopt Venezuela zijn trots terug te geven door het mobiliserend effect van een nationaal reveil. Dat wil hij bewerkstelligen door -hij lijkt wel generaal De Gaulle- de Vijfde Republiek af te kondigen. Daarvoor wil hij een nieuwe grondwet, met nieuwe bevoegdheden voor de president en een hervorming van de rechterlijke macht. Dan moet hij wel eerst de traditionele partijen zo ver zien te krijgen, want in het parlement hebben de oppositiepartijen (sociaal-democraten, christen-democraten en Proyecto Venezuela) samen nog altijd de meerderheid. Chávez kan enkel rekenen op de nationalistische Polo Patriótico, een samenraapsel van veertien kleine partijen uit het hele politieke spectrum. De ruggengraat van de Polo is Chávez’ eigen Movimiento Quinto Republica, waarvan de wervende jongens en meisjes rode paracommandomutsen dragen. Chávez’ geloof in militaire oplossingen toonde zich reeds drie jaar vóór zijn couppoging. Toen organiseerde hij, samen met gelijkgestemde militairen, milities in de slums van Caracas en daarbuiten, ter voorbereiding van wat zij onvermijdelijk achtten: het ondersteboven gooien van de oude politieke wereld. De grote schoonmaak is intussen gedaan en milities zoals het Frente Tupamaro worden steeds hardhandiger. Wie zich vandaag veiliger voelt in Caracas, is niet zo duidelijk.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift