Ook cocaboeren in Peru verwerven politieke invloed

Tien leiders uit de beweging van de cocaboeren nemen op 28 juli hun zetel in het Peruaanse parlement in. Politieke vertegenwoordiging van cocaboeren is een primeur in Peru. In Bolivia, waar de voormalige cocaboer Evo Morales nu president is, heeft de cocabeweging al jaren politiek voet aan de grond.
Peru produceert na Colombia het meeste coca van alle Andeslanden. De nieuwe parlementariërs willen hun positie gebruiken om “te vechten voor de decriminalisering en de industrialisering van het cocablad” en om coca te laten erkennen als cultureel erfgoed, zegt Nancy Obregón. Zij is een van de leiders van de beweging van cocaboeren in Peru en lid van de Unie voor Peru (UPP), de partij die de nationalistische presidentskandidaat Ollanta Humala steunde.

Humala werd in juni verslagen door oud-president Alan Garcia. Garcia wordt op 28 juli ingezworen als de nieuwe president van Peru.

De nieuwe parlementsleden komen uit de belangrijkste cocaproducerende regio’s van Peru. Zes onder hen zijn lid van de UPP, twee van de sociaal-democratische Peruaanse Apristapartij van de nieuwe president Garcia en een van de Alliantie voor de Toekomst, de partij waar ex-president Alberto Fujimori toe behoorde.

Op haar beurt veroverde Elsa Malpartida, een andere leider van de Peruaanse cocaboeren en lid van de UPP, een plaats in het Andesparlement, een orgaan van de Andesgemeenschap (CAN).

“Vanuit het Peruaanse parlement zullen we in staat zijn een breder debat over coca uit te lokken. We weten dat we coalities moeten vormen met de Boliviaanse beweging van cocaboeren”, zegt Obregón. Zij had in oktober 2005 een ontmoeting met cocaboeren uit andere Andeslanden tijdens een bijeenkomst van de Nationale Federatie van Peruaanse Cocaboeren (CONPACCP) in de Boliviaanse hoofdstad La Paz.

De deelnemers beslisten daar de handen in elkaar te slaan om cocabladeren te laten verwijderen uit de appendix van de Conventie over Narcotica uit 1961. Die conventie beschouwt het kauwen van coca als drugsverslaving, iets waarmee de cocaboeren het oneens zijn. Traditioneel vervult coca in de Andeslanden een rol in de geneeskunde, voeding en rituelen. Maar coca kreeg een slechte naam doordat het tegelijk het basisproduct is van cocaïne.

Obregón and Malpartida kregen bij hun verkiezingscampagnes steun van CONPACCP-hoofd Nelson Palomino, die destijds nog in de gevangenis zat. Hij werd veroordeeld voor de ontvoering van een boer tijdens een protest in 2003 en zat drieënhalf jaar van zijn straf uit, maar kwam begin juni vrij en vormde prompt zijn eigen politieke partij. De partijnaam, het Quechua woord Kuska, dat “verenigd” betekent, is een rechtstreekse boodschap naar critici die beweren dat de beweging van cocaboeren verdeeld raakt.

Palomino zegt dat hij ervoor zal zorgen dat zijn partij kan deelnemen aan de regionale en gemeenteraadsverkiezingen van 19 november. Hij wil politieke steun verwerven in de cocaproducerende gebieden in centraal en oostelijk Peru zoals Ayacucho, Huánuco, San Martín en Ucayali. Daarnaast hoopt hij Nancy Obregón, Elsa Malpartida en andere politici weg te lokken uit de UPP en een stevige partij te bouwen voor de volgende presidentsverkiezingen in 2011.

Het meest recente VN-rapport, gepubliceerd in juni, stelt dat Peru in 2005 106.000 ton cocabladeren produceerde, over een oppervlakte van 48.200 hectare. Ter vergelijking: Bolivia verbouwde volgens de VN in dat jaar coca op 25.400 hectare. Negenduizend ton van de Peruaanse productie zou voor traditioneel gebruik dienen, maar de cocaboeren betwisten die cijfers en zeggen dat het om een grotere hoeveelheid gaat.

De kersverse parlementariërs hebben aangekondigd dat ze ook wetsvoorstellen zullen indienen om de armoede in de cocaproducerende regio’s aan te pakken. Volgens de nationale statistieken leeft in Huánuco, de regio van Nancy Obregón, 77,6 procent van de bevolking in armoede en 49,6 in extreme armoede. In Ayacucho, de geboorteplaats van Palomino, is 64,9 procent van de bevolking arm.

Van de 124 miljoen dollar die de Peruaanse overheid besteedt aan anti-drugscampagnes, komt 120 miljoen van de internationale gemeenschap, bijna uitsluitend van de Verenigde Staten. “De Verenigde Staten moeten voorzichtig zijn”, zegt analist Ricardo Soberón. “In Bolivia heeft hun repressief beleid al een terugslag uitgelokt die Evo Morales aan de macht heeft geholpen. Ze willen dat scenario niet herhalen met Nelson Palomino in Peru.” (ADR/JS)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift