Oorlog dringt ontwikkelingshulp naar de marge

De Verenigde Staten geven dit jaar 450 miljard dollar uit aan militaire doeleinden en 15 miljard aan ontwikkelingshulp. Een onbalans die de veiligheid in de wereld eerder bedreigt dan vergroot, zei Jeffrey Sachs, directeur van het Earth Institute van de Universiteit van Columbia, vrijdag tijdens een conferentie met vertegenwoordigers van 3000 niet-gouvernementele organisaties (ngo’s).

Waarom geeft de wereld jaarlijks slechts 50 miljard dollar uit aan ontwikkelingshulp en 950 miljard aan defensie? Die vraag wordt met enige regelmaat opgeworden door James Wolfensohn, directeur van de Wereldbank. Politieke problemen in de wereld, inclusief etnische conflicten en burgeroorlogen, worden veelal veroorzaakt door economische en sociale factoren, stelt hij. Een redenering die vrijdag bijval kreeg van Sachs.

De Verenigde Staten hebben zich net als de meeste westerse donorlanden, geschaard achter het streven om 0,7 procent van het bruto binnenlands product te besteden aan ontwikkelingshulp. Die doelstelling werd in 2000 geformuleerd tijdens een VN-conferentie in Monterrey (Mexico). De deadline voor die doelstelling is 2015. In dat jaar zou tevens de armoede en honger in de wereld met 50 procent verminderd moeten zijn. De vrijdag afgesloten conferentie Millennium Development Goals: Civil Society Takes Action, was bedoeld om meer steun te verwerven voor die doelen.

We zijn op een cruciaal punt beland, zei Sachs, die ook speciaal VN-adviseur voor armoedebestrijding is. Dagelijks vechten een miljard mensen om te overleven. Duizenden van hen verliezen dat gevecht. Niets is gevaarlijker dan een wereld waar miljoenen mensen doodgaan, zonder dat iemand er iets aan doet, aldus Sachs. Als een leven zo weinig waard is, hoe wil je dan een oorlog tegen het terrorisme winnen? Een veilige wereld bereik je alleen als je elk mensenleven serieus neemt.

Uit cijfers van de Wereldbank blijkt dat een zesde van de zes miljard mensen op aarde 80 procent van de welvaart in wereld bezit. Eveneens een zesde leeft onder de armoedegrens van een dollar per dag. Hoewel Amerika in absolute cijfers van alle landen het meeste uitgeeft aan ontwikkelingshulp, wordt het percentage van 0,7 van het bbp lang niet gehaald.

Uit een afgelopen week gepubliceerd rapport blijkt dat alleen Denemarken, Noorwegen, Zweden, Nederland en Luxemburg minimaal 0,7 procent van hun bruto binnenlands product uitgeven aan ontwikkelingshulp. Vijf andere landen hebben beloofd dit binnen tien jaar te zullen doen. Deze landen zijn Ierland (in 2007), België (in 2010), Frankrijk en Spanje (in 2012)en Groot-Brittannië (in 2013).

Wil daadwerkelijk iets bereikt worden op het gebied van armoedebestrijding, dan moet de ontwikkelingshulp verdubbelen tot 100 miljard dollar jaarlijks, zei de Britse ambassadeur bij de VN, Emyr Jones Parry tijdens de conferentie. Parry zei dat Groot-Brittannië de ontwikkelingshulp opschroeft van 6,8 miljard dollar naar 9,5 miljard dollar per jaar. Het land hoopt dan in 2013 op 0,7 procent van het bbp te halen. Negentig procent van de hulp uit Groot-Brittannië gaat naar de armste landen, de rest wordt besteed aan aidsbestrijding, gezondheid en onderwijs.

Een vorige maand verschenen VN-rapport voorspelt dat de wereldwijde militaire uitgaven voor het einde van dit jaar een triljard (1000 miljard) zullen overschrijden. In 2003 bedroegen deze uitgaven 900 miljard dollar - evenveel als op het hoogtepunt van de Koude Oorlog in de jaren zeventig. De schatting voor 2004 valt substantieel hoger uit, als gevolg van de conflicten in Afghanistan en Irak. (JS)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift