Oorlog tegen Irak kan nefast worden voor wereldeconomie -VN

Een militair conflict in het Midden-Oosten kan
de regio in een crisis storten waar ook de wereldeconomie onder zou lijden.
Dat zegt Ian Kinniburgh, de directeur van de afdeling Analyse van
Ontwikkelingsbeleid van de Verenigde Naties. De impact op de mondiale
economie is afhankelijk van de duur en de omvang van de oorlog en de
neveneffecten ervan. Een olieschok die de olieprijzen zes maanden lang 10
dollar per vat hoger houdt, zou de wereldeconomie een half procentpunt groei
kosten.


In een 61 bladzijden dik rapport dat vorige week werd gepubliceerd, ‘De
economische situatie in de wereld en vooruitzichten voor 2003’, sommen de VN
de mogelijke gevolgen op van een oorlog in het Midden-Oosten. In de regio
zouden mensen sterven en zou de infrastructuur zwaar lijden; in alle
betrokken landen zou het leven en de industriële activiteit verstoord
worden. Dat kan aanleiding geven tot een humanitaire crisis. De
belangrijkste wereldwijde uitwerking zou het gevolg zijn van de effecten op
het aanbod en de prijs van olie, op het consumenten- en
ondernemersvertrouwen en op de macro-economische politiek.

Het hangt er allemaal van af hoe lang de oorlog zou duren en hoeveel landen
erbij betrokken zouden raken. Een tijdelijke stijging van de olieprijzen
zou de olie-importerende ontwikkelingslanden treffen, maar nauwelijks een
uitwerking hebben op de wereldeconomie, schrijven de VN-onderzoekers. Maar
als olie zes maanden of langer duidelijk duurder wordt, zou dat een domper
zetten op de economische groei overal ter wereld. Dat effect zou meer te
wijten zijn aan de erosie van het vertrouwen van verbruikers en producenten
dan aan de vervelende kostenstijgingen zelf.

Kinniburgh gaat in zijn sombere scenario’s uit van een stijging van de
olieprijzen met 10 dollar - tot ongeveer 40 dollar per vat. Maar de
voormalige Saudische olieminister Sjeik Zaki al-Yamani, stelde vorige maand
dat een oorlog in het Midden-Oosten het prijsniveau zou kunnen opdrijven tot
100 dollar per vat.

Een bijkomend element is dat een eventuele oorlog tegen Irak deze keer
hoofdzakelijk door de Amerikaanse belastingbetalers zal moeten betaald
worden. De VS schatten de kost van een militaire campagne tegen Irak vorige
week op 50 tot 60 miljard dollar - veel minder dan de aanvankelijke
schattingen van 100 tot 200 miljard dollar. De vorige Golfoorlog kostte
ongeveer 60 miljard dollar; het grootste deel van dat bedrag werd
bijeengebracht door Saudi-Arabië, Koeweit en Japan. De VS zijn de motor van
de wereldeconomie - een overdreven begrotingstekort in de VS zou de hele
wereld zuur kunnen opbreken.

Voor het Midden-Oosten spelen ook andere factoren dan de olieprijzen. Zelfs
als de oorlog tegen Irak tot dat land beperkt blijft, zouden andere landen
in de regio belangrijke negatieve gevolgen voelen. Handels- en
kapitaalstromen in de regio zouden verminderen, de toeristen zullen
wegblijven, migranten in het Midden-Oosten kunnen minder geld naar huis
sturen en investeringen zouden dalen door een gebrek aan vertrouwen. Tijdens
de oorlog in 1991 kwam een ware exodus van migranten uit de rijke landen in
het Midden-Oosten op gang die voor economische problemen zorgde in
herkomstlanden als India, Pakistan, Bangladesh, Sri Lanka, de Filipijnen,
Egypte, Jordanië en Jemen. Volgens de Internationale Organisatie voor
Migratie werken er nog altijd 10 miljoen migranten in het Midden-Oosten -
voornamelijk in Saudi-Arabië, Bahrein, Koeweit, de Verenigde Arabische
Emiraten, Qatar en Oman. De Wereldbank heeft berekend dat Egypte in 2000 3,8
miljard dollar binnenkreeg via bedragen die gastarbeiders naar huis
stuurden. India verdiende in 2000 op dezelfde manier zelfs 11,6 miljard
dollar.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift