Oost-Europa wil zijn migranten terug

Bulgarije en Roemenië proberen vertwijfeld hun emigranten naar huis te lokken die de voorbije jaren naar de rijkere landen van de EU waren vertrokken. Een gebrek aan arbeidskrachten in sleutelsectoren dreigt de economische groei in de twee landen af te remmen.
Op 12 en 13 april organiseerde het Roemeense ministerie van Arbeid een beurs in het Spaanse Castellon de la Plana om landgenoten ervan te overtuigen dat ze nu ook thuis goed kunnen verdienen. In Italië had het ministerie al in februari een gelijkaardige banenbeurs opgezet. Italië en Spanje zijn de topbestemmingen van Roemeense emigranten.
De Bulgaarse minister van Arbeid Emilija Maslarova reisde eerder deze maand voor een week naar Vietnam, met als eerste bedoeling een memorandum te ondertekenen over de komst van Vietnamese werknemers naar Bulgarije. Die kunnen het tekort van 20.000 bouwvakkers dat de Bulgaarse Kamer van de Bouwnijverheid voor dit jaar verwacht, helpen goedmaken.
De Bulgaarse Academie van de Wetenschap schat dat sinds 1989 ongeveer een miljoen Bulgaren in andere landen zijn gaan werken. De Bulgaarse bevolking is daardoor in twee decennia teruggelopen van 8,9 naar 7,5 miljoen mensen. Volgens de Roemeense vakbonden werkten er in 2007 3,4 miljoen landgenoten in het buitenland, op een totale bevolking van 21,5 miljoen mensen.
In Roemenië en in Bulgarije is door die emigratie in de eerste plaats een tekort aan bouwvakkers. Het toerisme in Bulgarije en de textielindustrie in Roemenië zijn ook wanhopig op zoek naar goed opgeleide werknemers. Beide landen zagen daarnaast ook veel artsen en leerkrachten vertrekken.
Alleen al in 2007 pakten ongeveer 2000 Roemeense medici hun koffers, op zoek naar een beter loon. Ook leerkrachten uit de twee landen kunnen van verhuizen financieel veel beter worden. Een Bulgaarse leerkracht in het lager onderwijs verdient amper 200 euro per maand, een vierde van wat hij of zij als kelner of serveerster kan opstrijken in het vlakbij gelegen Griekenland.
Economische groei
De werkloosheid in Roemenië en Bulgarije is bijna gehalveerd sinds het begin van de jaren negentig. In maart bedroeg het werkloosheidscijfer van Bulgarije 6,7 procent en dat van Roemenië 4,3 procent. Die lage cijfers zijn een gevolg van de migratie, maar ook van een economische groei van ongeveer 6 procent. Maar dat groeiritme lijkt niet vol te houden als het tekort aan werknemers niet wordt weggewerkt.
“Sommige sectoren sterven gewoon uit – ondernemers vinden geen personeel meer”, zegt Venelin Bosjnakov, professor aan Universiteit van Nationale en Wereldeconomie in Sofia. “In het begin van de transitieperiode (van staatsocialisme naar de markteconomie) verloren we vooral goed opgeleide werknemers; de voorbije twee à drie jaar kwamen daar ook ongeschoolde arbeiders bij.
Vesselin Mintsjev, een econoom van de Bulgaarse Academie van de Wetenschap, vindt dat de twee landen in de eerste plaats de minimumlonen moeten verhogen. Hogere lonen en betere arbeidsvoorwaarden zijn volgens hem onontbeerlijk om meer mensen in eigen land te houden. Maar dat gaat wel ten koste van de concurrentiekracht en dus van de investeringen. Volgens Euromonitor, een instituut dat zich met marktonderzoek bezighoudt, zijn de arbeidskosten tussen 2006 en 2007 al met 21,5 procent gestegen in Roemenië en met 17,8 procent in Bulgarije.
Uiteindelijk is het misschien vooral de groeivertraging in de rijkere Europese landen die de Roemenen en Bulgaren naar huis zal brengen. “Als ik geen familie had in Spanje die me hielp, zou ik al lang teruggegaan zijn”, zegt Emil Petreanu, een Roemeense bouwvakker. “Ik ben al voor de derde keer in Spanje, maar nog nooit was het zo moeilijk om werk te vinden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift