Oosterse liefde

Turkije en Iran verklaren steeds openlijker hun liefde voor elkaar, en dat leidt tot achterdocht in westerse kringen. Iran gooit zijn markt helemaal open voor Turkse investeerders, kondigde de Iraanse vicepremier Mohammad Rahimi aan tijdens een bezoek aan Turkije in september.

 Eerder dit jaar tekenden Iran en Turkije een akkoord over vrijhandelsmechanismen en beloofden ze het handelsvolume van 3,9 miljard euro (2009) in de komende vijf jaar op te schroeven naar 21,6 miljard euro. Terwijl de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad de Verenigde Staten en andere westerse mogendheden tegen zich in het harnas blijft jagen, toont Turkije zich ook de “geestelijke vriend” van Iran. Turkije, nochtans al decennialang trouwe bondgenoot van de VS, stemde in de VN-Veiligheidsraad tegen een nieuw sanctiepakket tegen Iran. ‘Er zijn ook veel persoonlijke contacten tussen Turkije en Iran’, voegt Dirk Rochtus toe, docent aan Lessius Antwerpen. ‘Het visavrij verkeer tussen beide landen vergemakkelijkt de zakelijke betrekkingen en in 2009 brachten bijna 1,3 miljoen Iraniërs een toeristisch bezoek aan Turkije.’

Westerse waarnemers zien in die ontwikkelingen een signaal dat Turkije zich steeds verder op het Oosten richt. Hoe ernstig moeten we die vriendschapsband tussen beide landen nu nemen? ‘Turkije en Iran zijn tegelijk economische vrienden en regionale concurrenten’, zegt Rochtus. ‘Ze gebruiken dezelfde instrumenten om de harten van de Arabische buurlanden voor zich te winnen, zoals de verdediging van de Palestijnse zaak. Wel gebruiken ze andere tactieken: waar Iran oorlogstaal hanteert, beperkt Turkije zich tot een verbale retoriek.’

De concurrentiestrijd is echter ondergeschikt aan de economische en geostrategische belangen, nuanceert Rochtus. ‘Iran en Turkije werken vooral op twee vlakken samen: energie en veiligheid. Turkije is voor ongeveer een vijfde afhankelijk van Iraans gas, en in de strijd tegen de Koerdische guerrillabewegingen PKK en PJAK trekken ze aan één touwtje.’

Uitgerekend die samenwerking is koren op de molen van de tegenstanders van de Turkse toetreding tot Europa. ‘Dat Turkije gesprekken heeft met Iran kan het Westen nog verteren’, zegt Rochtus. ‘Elk land is immers soeverein om zijn economie zelf te bepalen. Bovendien geeft dit Turkije ook een zekere bemiddelaarsrol tussen Iran en de westerse gemeenschap, dat speelt in het voordeel van het toetredingsproces. Erger is de anti-Israëlische retoriek van beide landen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur