Op zoek naar het ware China

Layla Aerts vertrok naar de Parelrivierdelta, de bakermat van het steeds maar uitdeinende industriële mirakel van China. Ze kwam een ander land tegen dan ze verwacht had en maakte daar verrassend sterke beelden van.
Voor ik op reportage vertrok naar China volgde ik de media en las ik boeken over de toestand in het Rijk van het Midden. Niet dat ik een kenner ben, maar ik dacht toch wel dat ik een redelijk klaar beeld had van de situatie in de streek waar ik naartoe zou gaan.
Ik zou de verschrikkelijke mensenrechtenschendingen in beeld te brengen en wist dat dit mooie plaatjes zou opleveren.
De eerste weken ging ik op zoek naar fabrieken en wijken die eruit zagen zoals ik het mij had ingebeeld. Ik zocht een manier om te bevestigen wat ik gelezen had en dat vond ik ook meteen -al bleek er iets niet te kloppen.
De eerste “mooie” foto die ik maakte, was van een man die ziek in zijn bed lag in een vuile slaapzaal. De schone fabrieken en de Chinezen die tijdens het weekend naar het park gaan, leverden niets op. ‘Waarom willen jullie altijd het extreme en het negatieve tonen van ons land?’,  vroeg een man me.
Terug thuis merkte ik dat ik nog nooit zo hard mijn verhaal heb moeten verdedigen als na deze reis. Iedereen weet blijkbaar beter hoe erg het er aan toe gaat in China, ook al zijn ze er nooit geweest. Elke negatief of extreem voorval wordt aanvaard, maar positieve ervaringen worden niet geloofd: ‘Ze zullen wel gelogen hebben, want in China mag niemand zijn mening geven.’ Of: ‘Je zal wel enkel de mooiste fabrieken gezien hebben.’
Ik verwachtte een verschrikkelijke situatie te zien en zeer veel ongelukkige mensen, maar dat was niet het geval. Alles wat ik gelezen heb in het verslag van het Internationaal Vakverbond zal wel waar zijn en ik heb verschrikkelijke toestanden gezien. Mensen die tot 100 uur per week moeten werken voor 700 yuan of minder (70 euro) per maand. Mensen die in kleine slaapzalen leven met wel twintig anderen.
Maar al die miserie is omgeven met een aura van van hoop en blijdschap. Inderdaad, als één ding mij is bijgebleven van mijn reis in China, is het de hoop die de mensen hebben voor de toekomst.
Natuurlijk zag ik maar een minuscuul deel van China en kan ik me niet uitspreken over het enorme land in zijn geheel, maar mijn ervaring was dat het overgrote deel van de arbeiders tevreden is met hun situatie en hun toekomst positief inschatten.
Ik denk dat we de situatie te veel bekijken met Europese ogen, voor hen is de situatie in de fabriek beter dan die ervoor. Ze kunnen geld opsturen naar hun familie op het platteland. Ze werken zeer hard maar zien dat als een tijdelijke toestand. Hun thuis blijft in hun provincie waar ze vandaan komen, in de industriesteden leven ze enkel om geld te verdienen en om hun kinderen school te laten lopen.
‘Onze kinderen zijn de beste investering’, wordt in China gezegd. Ze investeren alles wat ze hebben in hun kind en hopen dat hij later een witte boord (business man) kan worden en dus voor zijn ouders kan zorgen. Dit zet enorme druk op de kinderen die moeten presteren.
Het onderwijs in China is vooral gericht op het behalen van een diploma, of de kinderen ook daadwerkelijk iets leren is minder belangrijk. Ze willen dat papiertje hebben. Iedereen wil snel geld verdienen, ook de scholen.
Ik heb meermaals mensen ontmoet die een major Engels hadden en dat fier kwamen verkondigen maar geen woord Engels verstonden of spraken.
Een Australische man die al vier jaar verschillende scholen in China runt, zei het zo: ‘Als er één ding is dat China nodig heeft, is het goed onderwijs. Je kan pas vrij zijn als je weet wat je moet doen met die vrijheid. De scholen moeten de Chinezen leren dat het belangrijker is om een verschil te maken dan om een diploma op zak te hebben.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift