OPEC-landen willen compensatie voor klimaatmaatregelen

De OPEC-landen willen compensatie voor verlies aan inkomsten dat volgens hen voortvloeit uit maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Het standpunt van de OPEC-landen leidde eind vorige week tot onenigheid op een bijeenkomst van de Groep van 77 ontwikkelingslanden (G-77) en China, tijdens de tiende klimaatconferentie in Buenos Aires.

De ontwikkelingslanden die lid zijn van de Organisatie van Olie-exporterende Landen (OPEC) maken deel uit van de G-77. De organisatie engageerde zich vanouds met de andere ontwikkelingslanden, als het ging om maatregelen tegen klimaatverandering. Maar nu het Kyoto Protocol in februari van kracht wordt, zeggen de OPEC-landen te vrezen dat het wereldwijde olieverbruik zal dalen met als gevolg dat ze inkomsten mislopen.

Het Kyoto Protocol verplicht de geïndustrialiseerde landen om de uitstoot van broeikasgassen, die onder meer ontstaan door verbranding van fossiele brandstoffen, te reduceren. Broeikasgassen dragen bij aan de opwarming van de aarde. Die opwarming kan die een reeks catastrofale veranderingen in de natuur tot gevolg hebben, zoals het smelten van gletsjers, de stijging van de zeespiegel en een toename van het aantal verwoestende orkanen.

De OPEC-landen, Algerije, Indonesië, Iran, Irak, Koeweit, Libië, Nigeria, Katar, Saudi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Venezuela, produceren samen 40 procent van de olie die wereldwijd verbruikt wordt. Ze bezitten driekwart van de oliereserves in de wereld.

Raúl Estrada Oyuela, hoofd van de Argentijnse delegatie op de klimaatconferentie, zei zich weinig te kunnen voorstellen bij de angst van de OPEC-landen. De vraag naar fossiele brandstoffen neemt nog steeds toe en de prijzen blijven stijgen. Ik begrijp niet goed waar ze het over hebben, aldus Estrada Oyuela.

Alle besluiten van de G-77 en China worden genomen op basis van consensus, wat betekent dat de OPEC-landen aanzienlijke invloed kunnen hebben. Estrada Oyuela beklaagde zich over de beperkte deelname van Latijns-Amerikaanse afgevaardigden aan de onderhandelingen van de G-77. Hun stem kan volgens hem een tegenwicht vormen tegen die van de OPEC-landen. De meest actieve deelnemers uit Latijns-Amerika zijn volgens hem de Cariben, Argentinië en Brazilië. Jamaica zet zich ook in, maar we zouden graag een wat actievere houding van andere landen zien, aldus Estrada Oyuela.

De G-77 en China namen een document aan dat moet dienen als basis voor onderhandelingen met de geïndustrialiseerde landen en landen met overgangseconomieën. Die landen zijn verantwoordelijk voor de financiering van projecten die de ontwikkelingslanden moeten helpen zich aan te passen aan de klimaatverandering. In dat document zijn de OPEC-bezwaren meegenomen, zij het in sterk afgezwakte vorm.

Directeur Jennifer Morgan van het Klimaatprogramma van het Wereld Natuur Fonds (WNF), zei tegen de Argentijnse pers dat de OPEC zich binnen de G-77 gedraagt als een olifant in een porseleinkast. Ze betwijfelde of de olie-exporterende landen bereid zijn met de andere ontwikkelingslanden samen te werken op het gebied van klimaatverandering. Van alle OPEC-landen heeft alleen Nigeria het Kyoto Protocol geratificeerd, lichtte ze toe. Het wordt tijd dat we de deelname van de OPEC-landen aan de G-77 heroverwegen, aldus Morgan.

De Verenigde Staten, die verantwoordelijk zijn voor 25 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, hebben het Kyoto Protocol niet geratificeerd. Ook Australië, een andere grootverbruiker, ratificeerde het niet. Zij zijn niet verplicht zich aan de richtlijnen te houden.(JS)

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3210   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift