Opgejaagde homo’s krijgen voor het eerst asiel

Groot-Brittannië verleende eerder deze maand asiel aan drie Jamaicaanse mannen die hun land waren ontvlucht uit angst voor
homofoob geweld. Volgens de asieladministratie treedt Jamaica te laks op
tegen de onverdraagzaamheid die homo’s op het Caribische eiland hun huis,
hun job of hun leven kan kosten.


De beslissing is volgens advocaat Brian O’ Leary een belangrijke stap
voorwaarts in de internationale campagne tegen de homohaat in Jamaica.
Sommige van O’ Leary’s Jamaicaanse klanten werden ernstig mishandeld of
zagen hun partner vermoord worden. De politie biedt nauwelijks bescherming en
maakt zich volgens een rapport van Amnesty International uit 2001 zelf
schuldig aan willekeurige arrestaties en geweld tegen homoseksuelen.

De Jamaica Federation of Lesbians, All-Sexuals and Gays (J-Flag)
rapporteerde de voorbije twintig jaar 40 moorden en honderden gevallen van
mishandeling. Een dertigtal mannen is momenteel dakloos omdat ze door hun
buren uit hun huis werden verdreven. De mensen die J-Flag draaiende houden
wonen zelf allemaal in het buitenland en het adres van het kantoor in
Jamaica wordt angstvallig geheim gehouden. Vreemd genoeg schijnt geweld
tegen lesbische vrouwen eerder zeldzaam te zijn.

Een anonieme 26-jarige getuigde op de Britse radio over de beledigingen die
hij als veiligheidsagent naar zijn hoofd kreeg geslingerd. De man werd in
zijn eigen huis halfdoof geslagen en voor dood achtergelaten met een
snijwonde aan de keel. “Sindsdien keek ik altijd over mijn schouder, omdat
ik dacht dat iemand me zou aanvallen of neerschieten”.

Matthew, een van de vluchtelingen, noemt het leven van een homo in de
straten van Kingston “een levende hel”. “Wanneer ik op straat liep, wist ik
niet uit welke hoek ik zou worden aangevallen. Op de politie hoefde ik ook
al niet te rekenen. Als ik in Jamaica was gebleven, was ik nu dood geweest”.

Miguel Wynter, die bij de Jamaicaanse politie de klachten tegen leden van
het korps onderzoekt, heeft geen weet van politiegeweld tegen homo’s. Maar
Wynter moet toegeven dat de 135 jaar oude Jamaicaanse “Buggery Act” veel
homo’s afschrikt om klacht in te dienen. De wet bestraft sodomie met 10 jaar
dwangarbeid en draagt volgens Amnesty International bij tot een algemeen
klimaat van homofobie. Hoewel de wet in principe enkel de daad op zich
bestraft, wordt ze volgens J-Flag geïnterpreteerd als een verbod op
mannelijke homoseksualiteit.

J-Flag-advocate Donna Smith vindt dat het recht op een eigen seksuele
voorkeur grondwettelijk moet worden beschermd. Ze kreeg van de regering
echter te horen dat “homoseksualiteit niet op de agenda staat”. Twee jaar
geleden verdedigde de Jamaicaanse gouverneur-generaal Howard Hamilton,
tevens hoofd van de scoutbeweging, in een kranteninterview de uitsluiting
van homo’s uit de jeugdbeweging. Ook in de populaire Jamaicaanse muziek
duiken geregeld teksten op die aanzetten tot haat en geweld tegen de “Chi
Chi Men”, een lokale term voor homoseksuelen.

Homo’s uit rijkere sociale lagen lopen minder kans in elkaar te worden
geslagen, maar worden daarom niet minder gediscrimineerd. Velen klagen over
huiszoekingen of onverwachte invallen van de politie die hen op heterdaad
wil betrappen. Wie genoeg geld heeft, investeert in een afsluiting en een
beveiligingsinstallatie. Anderen houden het voor bekeken en vluchten naar
het buitenland. De minder gegoede homo’s in de binnenstad eindigen volgens
J-Flag echter vaak dakloos, in een psychiatrische kliniek of het mortuarium.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift