"Opmars Japanse oester veroorzaakte geen grote schade"

Meer dan dertig jaar na zijn introductie in de Golf van Biskaje is de Japanse oester, ook bekend als de creuse, alomtegenwoordig aan de noordelijke kusten van Europa. Hij is nu onder meer in België en Nederland te vinden. Maar de invasie heeft geen grote schadelijke gevolgen gehad, zeggen experts.

In de jaren zeventig hebben Franse oesterkwekers de Japanse oester (Crassostrea gigas) in de Golf van Biskaje geïntroduceerd. Ze wilden de oesterteelt diversifiëren en zo de commerciële oesterindustrie vooruithelpen.

Door de opwarming van het water in het noordelijke deel van de Atlantische oceaan, is de Japanse oester nu ook veel noordelijker te vinden, tot in België, Nederland, Duitsland en Ierland.

De Japanse oester verschilt van de Europese platte oester (Ostrea edulis) door zijn ovalen, grillige vorm. Door zijn stevige structuur heeft hij een plaats veroverd in Noord-Europese wateren, waar hij met lokale soorten rivaliseert.

Maar in tegenstelling tot andere invasies van exotische soorten lijkt de Japanse oester andere soorten nieuwe kansen te hebben gegeven en te hebben bijgedragen tot een diversifiëring van de fauna en flora van de noordelijke Atlantische Oceaan en de Baltische Zee.

“De Japanse oester heeft zich perfect aangepast aan onze regio”, zegt Achim Wehrmann, geoloog van de afdeling mariene onderzoek van het Senckenberg-onderzoeksinstituut in Wilhelmshaven, aan de Duitse kust van de Waddenzee.

Volgens Wehrmann is de Japanse oester voor het eerst in de Waddenzee gesignaleerd in 1998. Dertien jaar later worden er 15.000 ton oesters per jaar geoogst.

Aanvankelijk zocht de Japanse oester enkel zones op die tijdelijk onder water stonden, maar na verloop van tijd trok hij naar zones die permanent onder water stonden, zegt bioloog Christian Buschbaum van het Alfred Wegener-instituut in Bremerhaven, dicht bij Wilhelmshaven. Die zones zijn de habitat van de mossel (Mytilus edulis).

Mossel

Doordat de Japanse oesters clusters van honderden oesters vormen, sneller groeien en groter zijn, werden ze algauw talrijker dan de plaatselijke mossels. Maar “vreemd genoeg heeft de invasie geen grote schadelijke gevolgen gehad”, zegt Buschbaum. “De plaatselijke soort heeft het aanvaard. Ook al voeden oesters en mossels zich allebei met plankton en zijn ze dus concurrenten, co-existeren de twee soorten goed. De plaatselijke mossel is een beetje kleiner dan voor de komst van de Crassostrea gigas, maar los daarvan zijn er geen andere negatieve gevolgen.”

De Japanse oester heeft zelfs een algentype meegebracht, Japans bessenwier (Sargassum muticum), dat zich eveneens in de noordelijke Atlantische Oceaan en de Baltische Zee heeft verspreid. De exotische algen zijn een voedselbron geworden voor de Haliichthys taeniophorus, een vis uit dezelfde familie als de zeepaardjes, die lange tijd met uitsterving bedreigd was, zegt Buschbaum.

Platte oester

Maar Wehrmann waarschuwt dat “de snelheid waarmee de oester zich voortplant een probleem is. Een ander probleem is dat het gevaarlijk kan zijn voor mensen. De oester heeft scherpe randen, die pijnlijke wonden kunnen veroorzaken bij wie blootsvoets op het strand loopt.

De opmars van de Japanse oester staat in contrast tot het lot van de Europese platte oester, die “dicht bij uitsterven” staat als gevolg van ziektes, te intensieve teelt en de verspreiding van de Japanse oester zelf, zegt Karin Dubsky van de milieuorganisatie Coastwatch Europe.

De Ostrea edulis heeft geen bijzondere milieuwaarde maar de bescherming van deze oester “is een morele kwestie”, zegt ze. “Net zoals de hele wereld bezorgd is om het lot van de panda, zo zou het overleven van de Europese platte oester eveneens moeten worden beschermd.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift