Opstandige kolonel preekt burgerlijke ongehoorzaamheid

De Venezolaanse luchtmachtkolonel Pedro Soto
verzet zich tegen de beslissing van zijn oversten die hem met pensioen
willen sturen omdat hij in het openbaar het aftreden van president Chávez
heeft gevraagd. Soto heeft een campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid
aangekondigd.


Minister van Defensie Jose Vicente Rangel bevestigde eerder deze week dat
Soto met pensioen is gegaan, zoals het hoofdcommando van het leger heeft
beslist. Hij beklemtoonde dat de situatie in de Venezolaanse strijdkrachten
volledig normaal is, ondanks het feit dat een aantal officieren protest
tegen Chávez hebben geuit. Op 7 februari haalde Petro Soto als eerste in het
openbaar uit naar het staatshoofd. De volgende dag kreeg Soto de steun van
Pedro Flores, een kapitein van de militaire nationale garde, en enkele dagen
later ook van vice-admiraal Carlos Molina Tamayo. Alle drie hadden ze
ongeveer dezelfde kritiek op het autoritaire leiderschap van hun president
en de overmatige politisering van het leger. Ze stelden duidelijk dat ze
spraken uit eigen naam, maar beweerden wel dat er onvrede heerst in
militaire rangen. Soto, Flores en Molina Tamayo moesten elk in hun eigen
afdeling voor een tribunaal verschijnen, maar geen van hen werd in hechtenis
genomen. Nu heeft de luchtmacht dus beslist dat Soto met pensioen moet.
Vermoedelijk zullen Flores en Molina Tamayo volgen. President Chávez heeft
nog niet gereageerd.

Toen Soto de beslissing vernam, noemde hij die illegaal. Hij wil verder
actief blijven als militair. Hij wees er op dat hij het volle recht heeft
kritiek te uiten, omdat de Venezolaanse grondwet - die in 1999 persoonlijk
door Chávez is gesteund - iedereen het recht garandeert op vrije
meningsuiting. Soto kondigde een campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid
aan en daagde de overheid uit hem van zijn uniform te beroven. Zijn
advocaten hebben een klacht ingediend bij de procureur-generaal over de
beslissing van de luchtmacht om hun cliënt met pensioen te sturen.

Er is steeds meer aanleiding voor burgerlijke ongehoorzaamheid, want het
land is bijna onbestuurbaar geworden, zegt politiek wetenschapster Ruth
Capriles. Zij vindt dat de drie officieren een ‘ingenieuze methode’ hebben
gevonden om zichzelf op grondwettelijke wijze te uiten als burgers. De
verklaringen van de drie officieren moeten niet worden gezien als een poging
tot militaire coup, maar het is wel een uiting van de bestaande onvrede -
ook in het leger - over het bestuur van Chávez, aldus Capriles.

Soto’s verklaring van burgerlijke ongehoorzaamheid viel samen met het moment
waarop Gustavo Egui, assistent-commissaris van de politie, openlijk ontslag
nam. Egui wilde niet ingaan op het bevel om een onderzoek in te stellen naar
verschillende actieve militairen Hij uitte ook de beschuldiging dat de
regering Chávez bescherming biedt aan Colombiaanse subversieve elementen,
die in de hoofdstad zouden verblijven. De beschuldigingen van Egui
bevestigen vroegere aantijgingen, onder andere ook door de Verenigde Staten,
over vermoedelijke banden die Chávez en zijn medewerkers zouden hebben met
guerrillagroepen in buurland Colombia.

Er heerst nogal wat onvrede in Venezuela omdat veel politieke functies die
traditioneel voorbehouden zijn aan burgers, worden uitgeoefend door
militairen. Politiek wetenschapper Arturo Sosa noemt dit niet echt een
‘militarisering’ van het bestuur, maar hij bevestigt wel dat Chávez
militairen aan het hoofd heeft geplaatst van directies en organisaties die
niets te maken hebben met het leger. Veel heeft volgens Sosa te maken met de
militaire achtergronden van Chávez’ eigen persoon. Hij heeft vooral veel
vertrouwen in uniformen. De president leunt heel sterk op militairen om het
land te besturen, maar zijn relatie met de strijdkrachten blijft
gecompliceerd. Chávez was vroeger luitenant-kolonel, maar als staatshoofd
is hij ook opperbevelhebber van het leger. Daardoor mag hij ook orders
uitdelen aan officieren met een hogere rang. In 1994 stapte Chávez uit het
leger en werd dus officieel weer een burger. Maar bij zijn aantreden als
president, vroeg hij meteen of hij bij openbare plechtigheden zijn militair
uniform mocht dragen.

Misschien wordt de relatie van Chávez met het leger nog het meest
vertroebeld door het feit dat hij in 1992 een mislukte coup heeft geleid
tegen toenmalig president Carlos Andés Pérez. De opstand werd neergeslagen
door troepen die trouw bleven aan Andrés Pérez, die democratisch was
verkozen. Maar het incident veroorzaakte wel een scheuring in het
Venezolaanse leger, die volgens waarnemers tot op vandaag voelbaar is. Die
spanning laaide nog eens op toen Chávez 4 februari, de tiende verjaardag van
de mislukte staatsgreep, bestempelde als een ‘feestdag’.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift