Opvangcrisis maakt mensen dakloos

De Belgische asielcentra zitten overvol, niet door meer asielzoekers, maar door een falend beleid. Ondertussen belanden zelfs gezinnen met kinderen op straat. De impasse is zo groot dat het OCMW van Brussel de bevoegde ministers voor de rechter daagde.

‘Twee en een halve maand heb ik op straat gewoond, samen met mijn vrouw en kinderen. Noem je dat nog normaal?’ Het zit Julius Bily hoog. Zijn familie kwam in de problemen nadat hun asielaanvraag voor de tweede keer was afgewezen. ‘Bij Fedasil zeiden ze ons dat er geen plaats meer was. Toen ik vroeg waar we dan heen moesten, kreeg ik te horen dat dat hun probleem niet was.’
Gezinnen zonder papieren met minderjarige kinderen zoals dat van Bily hebben recht op opvang. Als hun situatie onhoudbaar wordt, kunnen ze aankloppen bij het OCMW. Het OCMW stelt een onderzoek in en stuurt hen eventueel door naar Fedasil. Op zijn beurt zoekt Fedasil een plaats in een opvangcentrum. ‘Maar zelfs met de documenten van het OCMW stuurden ze ons de straat op’, vertelt Julius.
‘Al die tijd sliepen we in stations, de metro of het park. Soms konden we terecht in de daklozenopvang, maar dat is echt geen plaats voor kinderen. Mensen lopen er dronken rond en er is geen privacy. Een van mijn kinderen heeft een maagontsteking, maar we konden niet aan medicijnen komen. Eten haalden we bij Caritas, net genoeg om te overleven. Na de rechtszaak kregen we een plaats in een transitcentrum. Waarom kon dat niet meteen?’

Ministers in de beklaagdenbank


De opvangcrisis begon in oktober vorig jaar. Om de druk op de overvolle asielcentra te verlichten, besliste de regering toen om 850 tijdelijk opvangplaatsen te creëren. Het zou enkel uitstel blijken. ‘In maart waren alle extra plaatsen op. Fedasil begon systematisch asielzoekers door te verwijzen naar het OCMW, tot zo’n 30 mensen per dag. Het OCMW van Brussel zag de bui hangen en weigerde hen op te vangen. Nochtans heeft Fedasil daar juridisch het recht toe’, legt Isabelle Poppe van Vluchtelingenwerk Vlaanderen uit.
Een aantal vluchtelingenorganisaties in Brussel zag al gauw de ernst van de situatie. Geert Torremans van de Meeting, het Steun- en Onthaalpunt voor Mensen Zonder Wettig Verblijf: ‘Gezinnen zonder papieren die het OCMW na een behoeftigheidsonderzoek naar Fedasil doorstuurde, kwamen op een wachtlijst te staan. Waar die mensen ondertussen verbleven, weten we niet, maar zeker een tiental gezinnen is op straat beland. Op 27 april heeft Fedasil de wachtlijst botweg afgesloten met als argument “overmacht”.’
De weigering van zowel Fedasil als het OCMW van Brussel om asielzoekers en gezinnen zonder wettig verblijf de hulp te bieden waar ze recht op hebben, leidde tot een ietwat bizarre rechtszaak. Samen met enkele vluchtelingenorganisaties dagvaardde een aantal gezinnen zowel Fedasil als het Brusselse OCMW. Die laatste partij sleepte op haar beurt de bevoegde ministers van Maatschappelijke Integratie Arena en van Asiel en Migratie Turtelboom voor de rechter.
‘Dat een overheidsinstantie de bevoegde minister aanklaagt voor de rechtbank, bewijst hoe ver het gekomen is. De arbeidsrechtbank dwong beide instanties hun plicht te doen op straffe van een dwangsom. Maar we hopen dat we niet voor iedere nieuwe zaak naar de rechter moeten stappen’, aldus Geert Torremans.

 

Een aangekondigde crisis


Dat de asielcentra uit hun voegen barsten, heeft verschillende oorzaken. Gedeeltelijk gaat het om kinderziekten van de opvangwet uit 2007. Die schaft de financiële hulp aan asielzoekers af en voorziet in materiële hulp tijdens de gehele procedure. Politiek België was laaiend enthousiast over de nieuwe regeling, die de OCMW’s zou ontlasten, maar voldoende middelen om de materiële hulp te realiseren bleven uit.
‘De uitstroom uit de centra is te bruusk. Daardoor blijven erkende vluchtelingen langer in de centra. Ook is er te weinig nagedacht over het effect van bepaalde maatregelen. Gezinnen zonder papieren hebben volgens de opvangwet recht op een plaats in de centra als hun situatie te nijpend wordt, maar niemand had gedacht dat ze daar gebruik van zouden maken.
Dat doen ze wel, ook door de verslechterende economische toestand. Velen zitten in de centra te wachten op een regularisatie die er maar niet komt’, licht Isabelle Poppe toe. ‘Minister Turtelboom verwijt minister Arena dat de centra vol illegalen zitten en andere mensen die er niet thuishoren, maar iedereen die er nu zit, heeft het recht daar te zijn volgens de opvangwet.’
Het tekort aan opvangplaatsen is geen gevolg van een toename van het aantal asielzoekers, maar van een falend beleid. ‘Het gebrek aan politieke beslissingen schept veel onduidelijkheid. Asielzoekers weten niet waar ze aan toe zijn. Nu verwachten velen van hen dat er dingen zullen veranderen, dus blijven ze waar ze zijn’, zegt Hilde Van Gastel, hoofd van de Dienst Opvang Asielzoekers van het Rode Kruis.

 

 

Noodmaatregelen uit de oude doos


Onder druk van de rechtbank nam minister Arena een aantal maatregelen. Het noodopvangcentrum Samu Social werd heropend, wat 200 extra plaatsen voor asielzoekers opleverde. ‘We doen alles wat we kunnen’, vertelt Perita Pascale, directrice van Samu Social. ‘Los van die 200 extra plaatsen proberen we ook gezinnen zonder papieren voor wie de situatie echt dramatisch is op te vangen in onze gewone daklozenwerking. Maar onze middelen zijn beperkt. Uit politieke hoek moet dringend een oplossing op lange termijn komen die mensen hun waardigheid garandeert.’
Om plaats te maken in de centra werd het oude spreidingsplan weer opgediept voor asielzoekers die hun aanvraag voor juni 2007 hebben ingediend. Bijna 3000 mensen komen op die manier weer bij het OCMW terecht voor financiële steun. De OCMW’s zijn daar allesbehalve enthousiast over. ‘Eigenlijk hebben de OCMW’s gelijk. Niemand is echt voor de herinvoering van het spreidingsplan’, zegt minister Arena. ‘Maar om structureel extra opvangplaatsen te creëren, is er gewoon geen draagvlak in de regering.’
‘Wie ook wie met de vinger nawijst, het gaat om een gedeelde politieke verantwoordelijkheid’, besluit Isabelle Poppe. ‘Men was destijds zo enthousiast over de opvangwet, dus moet men nu de consequenties ervan onder ogen zien. Dat betekent op korte termijn extra opvangplaatsen en een betere begeleiding bij de uitstoom uit de centra. En meer duidelijkheid uiteraard, in alles.’

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Toon Lambrechts is freelance journalist tegen beter weten in. Behalve in MO* Magazine en op MO.be is hij ook te lezen in onder andere Knack, EOS en Vice.