Organisatie voor Afrikaanse Eenheid eist compensatie voor Ogoni

Een Afrikaanse commissie heeft beslist dat de
Nigeriaanse regering een schadevergoeding moet betalen aan de Ogoni omwille
van de schade die de olieproductie en de veiligheidstroepen van de regering
hebben aangericht aan hun grond, hun leefomgeving, hun woningen en hun
gezondheid. De beslissing is baanbrekend, vooral ook omdat zij een
duidelijke erkenning vormt van het belang van economische, sociale en
culturele rechten.


De negenkoppige Afrikaanse Commissie voor Mensen- en Volkenrechten ACHPR van
de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid eist niet alleen compensatie voor de
Ogoni, maar roept Nigeria ook op tot een uitgebreide schoonmaak van de grond
en de rivieren die zijn vervuild door de olie-exploitatie. Nigeria moet ook
garanderen dat de toekomstige olie-exploitatie geen negatieve sociale en
ecologische impact zal hebben voor de plaatselijke bevolking.

Mensenrechtenactivisten beschouwen de beslissing van de ACHPR als een
belangrijke doorbraak in de strijd voor de internationale erkenning van de
economische, sociale en culturele rechten, die lange tijd minder belangrijk
zijn geacht dan de politieke en burgerrechten. Dit is de eerste keer dat de
Afrikaanse Commissie beslist specifiek en uitgebreid op te treden tegen de
schending van economische, sociale en culturele rechten uit het Afrikaans
Handvest, zegt Felix Morka, directeur van het Centrum voor Actie voor
Sociale en Economische Rechten SERAC uit Lagos. Dit is de sterkste en
duidelijkste verklaring over de geldigheid en de afdwingbaarheid van
economische en sociale rechten die een intergouvernementeel
mensenrechtenorgaan ooit heeft afgelegd, aldus Morka.

Het SERAC spande in 1996 een rechtszaak aan tegen het militaire bewind van
generaal Sani Abacha, kort na de executie in november 1995 van negen leiders
van de Beweging voor het Overleven van het Ogoni-volk (MOSOP), onder wie de
bekende schrijver Ken Saro-Wiwa. MOSOP en Saro-Wiwa voerden een wereldwijde
campagne om aandacht te vragen voor het lot van de Ogoni, een
minderheidsvolk in de streek van de Nigerdelta. Het land en de rivieren in
de streek waren jarenlang vervuild door de activiteiten van oliegigant Shell
en de Nigeriaanse Nationale Petroleummaatschappij. Het protest van de Ogoni
werd vooral aan het begin van de jaren 1990 op gewelddadige wijze onderdrukt
door de militairen. Heel veel mensen verloren daarbij het leven. Hun
eigendommen werden geplunderd en in brand gestoken. Na de terechtstellingen
in 1995 werd Shell het mikpunt van een internationale consumentenboycot en
een aantal westerse landen troffen diplomatieke en andere sancties tegen het
militaire bewind. De meeste van die sancties zijn opgeheven sinds de
verkiezingsoverwinning van de gepensioneerde generaal Obasanjo in 1999 en
het aantreden van een burgerregering.

Afgezien van één enkele bevestiging van de belangrijkste aantijgingen
vanwege SERAC heeft de regering van Obasanjo nietdeel genomen aan de
rechtszaak. Dat deed de commissie besluiten dat Nigeriaanse rechtbanken niet
bereid waren in te gaan op de argumenten van de aanklager. De besluiten van
de commissie staan vervat in een document van veertien pagina’s. Dat stelt
dat de Nigeriaanse regering een inbreuk heeft gepleegd op zeven artikels van
het Afrikaanse Handvest over Mensen- en Volkenrechten uit 1981, dat ook
Nigeria heeft ondertekend.

Het gaat om het recht om de best bereikbare toestand van fysieke en mentale
gezondheid te genieten, het recht op een algemeen bevredigende omgeving die
gunstig is voor de ontwikkeling, het recht om vrij te beschikken over hun
rijkdom en natuurlijke hulpbronnen, het recht op een gepaste
schadevergoeding wanneer die hulpbronnen worden weggenomen of vervuild, het
recht op eigendom en het recht op onderdak en op voedsel. De commissie stelt
dat regeringen de plicht hebben deze rechten te beschermen, ook tegen
bedreigingen door privé-ondernemingen. In tegenstelling tot de
verplichtingen uit het Handvest heeft de Nigeriaanse regering groen licht
gegeven aan privé-ondernemingen om het welzijn van de Ogoni te verwoesten,
aldus de commissie. Het gedrag van de regering voldoet niet aan het minimum
van wat van regeringen wordt verwacht.

Roger Normand is directeur van het Centrum voor Economische, Sociale en
Culturele Rechten CESR uit New York, die samen met SERAC de zaak heeft
aangespannen. Hij noemt deze beslissing van groot belang voor volken over de
hele wereld die het slachtoffer zijn van praktijken van bedrijven. Dit is
volgens mij een precedent, niet alleen voor heel Afrika. Het is ook een
steuntje in de rug voor alle groepen die proberen regeringen
verantwoordelijk te stellen voor grove mensenrechtenschendingen in verband
met misbruiken door bedrijven.

Hoewel de westerse landen tijdens de Wereldconferentie over Mensenrechten
van 1995 in Wenen hebben bevestigd dat alle rechten uit de Universele
Verklaring ondeelbaar en onderling afhankelijk zijn, hebben zij de
economische en sociale rechten toch altijd meer beschouwd als privileges dan
als rechten. De afgelopen vijftig jaar hebben regeringen en
mensenrechten-ngo’s deze rechten totaal verwaarloosd, stelt Larry Cox,
verantwoordelijke voor mensenrechten bij de Ford Foundation in New York.
Maar de laatste vijf jaar is er toch wat beweging gekomen, vooral door
groepen in het Zuiden die in de meeste gevallen het grootste slachtoffer
zijn van het niet-respecteren van deze rechten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift