Overleven, daar gaat het om

Sinds het begin van de eerste Tsjetsjeense oorlog, nu bijna tien jaar geleden, zijn naar schatting een kwart miljoen Tsjetsjenen om het leven gekomen. ‘Als Vladmir Poetin in maart opnieuw de Russische presidentsverkiezingen wint, zal de situatie in Tsjetsjenië er nog meer op achteruitgaan’, vreest Natalya Estemirova van de Russische mensenrechtenorganisatie Memorial op basis van de huidige gang van zaken.

Kruitvat: TSJETSJENIË
Conflict sinds: december 1994
Betrokken partijen: Tsjetsjeense separatisten en moslimfundamentalisten / de Russische overheid
Inzet: de Tsjetsjeense onafhankelijkheid


In 1991 roept de Tsjetsjeense leider Dzhokhar Dudaev de onafhankelijkheid uit. Drie jaar later rollen Russische tanks de opstandige Kaukasische republiek binnen. Boris Yeltsin is niet van plan om de strategisch gelegen regio op te geven. Tsjetsjenië telt op dat moment naar schatting 1,2 miljoen inwoners. Twintig maanden later zijn 80.000 Tsjetsjenen omgekomen, voornamelijk burgers. In het vredesakkoord dat de Russische gezant Alexander Lebed op 31 augustus 1996 ondertekent, staat dat over de status van Tsjetsjenië beslist wordt in 2001, maar dat gebeurt niet.
Wanneer rebellen in augustus 1999 onder leiding van de Tsjetsjeense separatist Chamil Basaev de buurrepubliek Dagestan binnenvallen, antwoordt Moskou met bombardementen. In tegenstelling tot de eerste Tsjetsjeense oorlog kan dit offensief wel rekenen op de steun van de Russische bevolking, die genoeg heeft van terreurdaden toegeschreven aan Tsjetsjeense rebellen. Vladimir Poetin wordt in maart 2000 tot Russische president verkozen op basis van een strijdvaardige campagne waarin Tsjetsjenië een prominente rol speelde. Na 11 september kan Poetin het conflict met Tsjetsjenië inschrijven in de wereldwijde strijd tegen terrorisme en verdwijnen de oorlogsgruwel en mensenrechtenschendingen steeds meer uit de internationale belangstelling. Enkel bloedige terreurdaden, zoals de bezetting van een Moskous theater in 2002, brengen het conflict opnieuw in de schijnwerpers.
In maart 2003 geeft de Tsjetsjeense bevolking in een referendum aan een ‘onvervreemdbaar onderdeel van de Russische Federatie’ te willen blijven. Volgens waarnemers is het referendum een schijnvertoning, net zoals de verkiezingen van oktober waarbij Achmad Kadyrov, die Tsjetsjenië sinds 2000 namens Moskou bestuurt, tot president wordt verkozen. Rust hebben het referendum en de verkiezingen alleszins niet gebracht. Vandaag leven naar schatting nog amper 400.000 Tsjetsjenen in de Kaukasische republiek. Natalya Estemirova: ‘Veel Tsjetsjenen willen gewoon leven en werken, ze zijn niet eens meer bezig met de onafhankelijkheid. Overleven, daar gaat het nu om. Elke dag verdwijnen Tsjetsjeense burgers. Tussen januari en september 2003 zijn 431 ontvoeringen gerapporteerd en het gaat dan nog om minimumcijfers. Van 247 van hen is niets meer gehoord.’
Naast de “collaborerende” regering van Kadyrov is er een “ondergrondse” regering onder leiding van Aslan Maschadov, die in 1997 onder de auspiciën van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) tot Tsjetsjeense president werd verkozen. Deze regering Maschadov heeft recent een vredesplan voorgelegd. De onafhankelijkheid van Tsjetsjenië blijft hierin een centrale eis. ‘Ik hoop dat Europa het plan mee zal ondersteunen’, zegt ondergronds minister van Gezondheid Khambiev. ‘De wereld mag het Tsjetsjenië-conflict niet langer als een binnenlandse aangelegenheid bekijken. Als Europa wil dat Rusland een democratisch land wordt, moet de oorlog in Tsjetsjenië beëindigd worden.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3210   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur