Overmatig pesticidegebruik bedreigt mens en milieu

Het Deense programma voor geïntegreerde
plantenziektebestrijding (IPM) in Vietnam bestaat al meer dan tien jaar.
Doelstelling is de terugdringing van het overmatige pesticidengebruik in de
Vietnamese landbouw. Geen makkelijke taak: tot op heden blijft het land een
van de grootste pesticidengebruikers ter wereld, met nefaste gevolgen voor
milieu en volksgezondheid.


Het IPM-programma werd in 1990 opgestart met negen miljoen euro Deens
ontwikkelingsgeld en heeft als doel de Vietnamese boeren veel minder
chemicaliën te laten gebruiken. Het voorziet in voorlichting en opleiding en
reikt de boeren alternatieve methodes om plantenziektes te bestrijden, zoals
vroege planting en manipulatie van het waterpeil. Eerst werd het programma
enkel in de rijstbouw toegepast, nu wordt hetzelfde gedaan met groenten en
andere gewassen. Experts beweren dat het initiatief de uitgaven van de
boeren voor insecticiden met 50 tot 70 procent heeft verminderd. Ook voor
fungiciden en herbiciden zou het om een belangrijke daling gaan.
Belangrijker nog is de toename van de oogst met tien tot twintig procent
dankzij de betere plantbescherming. Volgens planners besparen de boeren zo
jaarlijks 25 euro. Bijna een kwart miljoen boeren hebben al een
IPM-opleiding gevolgd.

Toch kent het programma ook veel weerstand en obstakels. Gevaarlijke
pesticiden zoals de in Vietnam verboden middelen DDT, Wofatox en Monitor,
zijn nog steeds vrij te koop op de lokale markten. Experts van het
Vietnamese ministerie van Landbouw wijzen erop dat 183 vrij verkochte merken
van agrochemicaliën twintig actieve bestanddelen bevatten die volgens een
lijst van het Japanse ministerie van Milieu zeer gevaarlijk en voor de mens
bijzonder schadelijk zijn. Onderzoek toont aan dat producenten van
pesticiden de concentratienormen vele malen overschrijden, en dat tot drie
procent van de Vietnamese boeren gerelateerde gezondheidsproblemen
ondervindt. In 1999 stierven 345 mensen en werden 8.808 mensen ernstig ziek
ten gevolge van direct pesticidengebruik. Die hallucinante cijfers zijn ook
te wijten aan het lage veiligheidsbesef van de Vietnamese boeren: vaak
sproeien zij pesticiden zonder beschermende handschoenen of maskers. Ook
daarin heeft het programma duidelijk een rol te spelen.

De nefaste gevolgen van het overmatige pesticidegebruik treft niet alleen de
Vietnamese boeren. Ook de consumenten ondervinden schade: veel
voedselvergiftigingen in Vietnam zijn louter te wijten aan
chemicaliëngebruik bij de voedselproductie. Slecht opgeslagen pesticiden
vervuilen het grondwater en schaden het milieu. Vooral in de Mekong-delta is
de ravage groot. Bovendien raken veel ziekteverwekkers door al dat gesproei
ook nog eens resistent, zodat de boeren steeds meer chemicaliën moeten
gebruiken.

Volgens experts heeft het hele Vietnamese landbouwareaal van tien miljoen
hectaren jaarlijks vijftigduizend ton agrochemicaliën nodig. Daarvan zou
bijna de helft pesticiden moeten zijn, tegenover een derde herbiciden en een
kwart andere preventieve chemicaliën. Momenteel heeft Vietnam vijftig
fabrieken met een totale capaciteit van 130.000 ton chemicaliën per jaar.
Toch werd in 2000 nog 34.000 ton officieel geïmporteerd. Waarnemers schatten
dat de laatste jaren vijftien miljoen ton pesticiden Vietnam werd
binnengesmokkeld. Dat enorme aanbod van schadelijke chemicaliën maakt de
opdracht voor het IPM-programma niet gemakkelijker, maar des te
noodzakelijker.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift