Pakistaanse terreurverdachten vechten VN-besluit aan

Jamaat-ud-Dawah (JuD), de Pakistaanse organisatie die twee weken geleden door de VN-Veiligheidsraad sancties kreeg opgelegd op verdenking van betrokkenheid bij terreuractiviteiten, houdt vol een liefdadigheidsorganisatie te zijn. De groep wil het VN-besluit aanvechten bij het Internationaal Gerechtshof.
India vroeg de Veiligheidsraad om JuD te verbieden, omdat de organisatie terroristen zou herbergen en een dekmantel zou vormen voor de militante groep Lashkar-e-Taiba (LeT). Die groep wordt verdacht van betrokkenheid bij de aanslagen die tussen 26 en 29 november werden gepleegd in Mumbai.
Voordat hij onder huisarrest werd geplaatst door de Pakistaanse autoriteiten, verklaarde JuD-leider Hafiz Saeed dat zijn groepering op geen enkele manier betrokken is geweest bij de aanslagen waarbij bijna tweehonderd doden vielen. “We zullen het VN-besluit aanvechten bij het Internationaal Gerechtshof.”
In een telefonisch interview laat JuD-woordvoerder Abdullah Muntazir weten dat zijn organisatie ook een zaak tegen de detentie van Saeed voorbereidt bij het Hooggerechtshof in Lahore.
De VN-Veiligheidsraad legde niet alleen sancties op, maar bestempelde ook vier leiders van JuD als terroristen, inclusief Saeed en het veronderstelde brein achter de aanslagen, Zaki-ur-Rehman Lakhvi. Aan lidstaten werd gevraagd de tegoeden van de organisatie te bevriezen.
De VN-sancties kwamen nadat New Delhi druk uitoefenden op Islamabad om militante groepen die Pakistan als uitvalsbasis gebruiken, aan te pakken. Eerder dit jaar, al voor de aanslagen, probeerden de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk tweemaal om Saeed op de zwarte lijst te krijgen. Die pogingen werden geblokkeerd door China. Peking deed dat bij een soortgelijke poging in 2006 ook al.

Bewijzen


Onder internationale druk en met het vooruitzicht dat de VN het land mogelijk zou bestempelen als ‘terroristische staat’, liet de Pakistaanse regering vorige week de JuD-kantoren verzegelen. Islamabad klaagt dat New Delhi weigert informatie en bewijzen over de aanslagen in Mumbai te delen met Pakistan.
“Als India geen informatie geeft over de aanslagen in Mumbai, zal Pakistan een procedure in gang zetten om JuD op een passend moment van de zwarte lijst te krijgen”, zei de Pakistaanse minister van Buitenlandse Zaken, Shah Mahmood Qureshi, die tevens gezegd zou hebben dat het liefdadigheidswerk van JuD niet gestaakt zal worden.
De Verenigde Staten reageerden daarop met de vraag aan Islamabad om zich volledig “te houden” aan het VN-besluit. JuD-woordvoerder Muntazir stelt dat zijn organisatie geen banden heeft met de terroristische organisatie al-Qaeda of de Taliban en dat de VN zijn mandaat heeft geschonden door JuD in de ban te doen.
Pakistan verbood Lashkar-e-Taiba in 2002, maar deskundigen beweren dat de groep nog steeds actief is onder verschillende namen. Het verbod stelt in de praktijk weinig voor, zegt Ishtiaq Ali Mehkri, een Pakistaanse journalist die werkt voor de krant Khaleej Times in Dubai. Volgens hem houdt de Pakistaanse veiligheidsdienst de jihadi-cultuur in leven. “Er is geen reden om eraan te twijfelen dat er banden bestonden tussen de LeT en de JuD. Daar zaten de veiligheidsdiensten achter, die op een of andere manier de gewelddadige jihad in leven willen houden”, aldus Mehkri.

Ondergronds


India beschuldigt Pakistan volgens sommige deskundigen dan ook terecht van een halfhartige aanpak van terroristen. Journalist Zahid Hussain zegt dat de regering uiteindelijk het moeilijke besluit zal moeten nemen om de militanten hard aan te pakken, “als het niet is om de internationale gemeenschap tevreden te stellen, dan wel in haar eigen nationale belang.”
In de afgelopen twintig jaar, zegt Hussain, hielden zowel het leger als de gekozen regeringen de militanten de hand boven het hoofd. “Ze waren een middel dat werd ingezet bij het buitenlandse beleid inzake Kasjmir en Afghanistan.”
In zijn boek Frontline Pakistan schrijft Hussain dat duizenden extremisten, destijds ‘vrijheidsstrijders’ genoemd, betrokken waren bij geweld in Kasjmir met medeweten en steun van de inlichtingendienst van het leger. “Bij het militaire apparaat bestaat een zwak voor deze mensen, omdat het gevoel heerst dat ze voor het leger gevochten hebben.”
Na de aanslagen van 9/11, oefenden de Verenigde Staten druk uit op de voormalige militaire dictator Pervez Musharraf om alle militante groepen te ontmantelen. Groepen zoals Jaish Mohammad, Harkatul Mujahideen en Laskar-e-Jhangvi gingen ondergronds, veranderden van gedaante en kwamen weer terug als kleinere facties.
Volgens Mehkri is het belangrijkste doel van deze groepen om ervoor te zorgen dat militaire inlichtingendiensten de (politieke) besluitvorming blijven domineren. Mehkri vermoedt dat het niet toevallig is dat de aanslagen in Mumbai gepleegd werden binnen 48 uur nadat de Pakistaanse president Asif Ali Zardari openlijk over vrede met India sprak. Hij stelde niet als eerste te willen aanvallen, pleitte voor een “kernwapenvrij Zuid-Azië” en een anti-oorlogspact met India. “Dat alles zou de macht van het leger ondermijnd hebben, het gaat in tegen de militaire psyche die gedreven wordt door Indiafobie”, zegt Mehkri.

Verkeerd beeld


De LeT kenmerkte zich echter nooit door confrontatie met de regering, zegt Hussain. De organisatie erkende de autoriteit van de overheid. Toen de LeT verboden werd, verbrak leider Hafiz Saeed klaarblijkelijk alle banden en werd hoofd van JuD. De in 1989 opgerichte organisatie verwierf vooral invloed met liefdadigheidsactiviteiten, vooral na de grote aardbeving in Kasjmir in 2005.
Muntazir ontkent dat JuD een dekmantel is voor LeT. “Wij zijn nooit één geweest, dat is een verkeerd beeld. JuD en LeT zijn twee verschillende organisaties, maar in de media en bij het publiek worden ze als een en dezelfde gezien. We werkten samen met LeT omdat dat was toegestaan in Pakistan. Toen dat onwettig werd, is de samenwerking stopgezet.”
Na terroristische aanslagen op het Indiase parlement in december 2001, verbood Musharraf de JuD. De liefdadigheidsorganisatie vocht dat besluit aan bij het Hooggerechtshof in Lahore, dat de organisatie in het gelijk stelde. Volgens het Hof bestonden er geen aantoonbare banden tussen JuD en de LeT.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift