Pakistan beeft voor vrouwelijke terroristen

Pakistaanse veiligheidsexperts vrezen dat de taliban in hun land meer vrouwen aanslagen zullen doen plegen. De Pakistaanse ordediensten lijken niet meteen in staat om ook vrouwen op grote schaal te controleren.

Op 25 december joeg een jonge vrouw zichzelf de lucht in bij een centrum in de Pakistaanse grensstad Khar, waar het Wereldvoedselprogramma (WFP) noodrantsoenen verdeelde. Bij de aanslag, die werd opgeëist door de Pakistaanse taliban, kwamen zeker 47 mensen om; 105 anderen raakten gewond. Waarschijnlijk was het de eerste zelfmoordaanslag die ooit door een vrouw in Pakistan werd gepleegd. 

Begin vorig jaar konden de Pakistaanse veiligheidsdiensten al een twaalfjarig meisje aanhouden die ook was klaargestoomd om een zelfmoordaanslag uit te voeren. Meena Gul vertelde haar ondervragers dat haar broer, een commandant van de taliban, had toegezien op haar opleiding en dat een zus van haar al een zelfmoordaanslag had gepleegd in Afghanistan.

Nachtmerrie

Vrouwelijke terroristen zijn een nachtmerrie voor de Pakistaanse politie. “De Pakistaanse veiligheidsdiensten hebben niet genoeg detectieapparatuur en niet genoeg vrouwelijke medewerkers om vrouwen systematische te controleren”, zegt Hasan Askari Rizvi, een defensieanalist uit Lahore. Anders dan mannen dragen nogal wat vrouwen in Pakistan boerka’s of andere allesverhullende gewaden, waaronder makkelijk zware springladingen kunnen worden verborgen.

Volgens Askari wijst de aanslag erop dat de islamistische strijders de veiligheidsdiensten een stap voor blijven. Ook Shuja Nawaz, een kenner van het Pakistaanse leger die voor de Atlantische Raad in Washington werkt, verbaast zich er niet over dat er vrouwelijke terroristen opduiken in Pakistan. Andere rebellengroepen gingen daar nog veel verder in – bijvoorbeeld de Tamiltijgers op Sri Lanka. Volgens Nawaz hangt de evolutie misschien ook samen met een verschuiving van de doelwitten. “Als het leger de militanten onder druk zet, kiezen ze voor zachte doelwitten.”

“Het was te verwachten”, oordeelt Rahimullah Yusufzai, een journalist. “Ze trekken zich niets aan van de regels van oorlogsvoering of van de Pathaanse tradities ter zake. Ze plegen aanslagen tegen moskeeën, begrafenisstoeten, bejaarden en kinderen.”

Harde aanpak

De experts wijzen er ook op dat de inschakeling van vrouwen een reactie kan zijn op de harde aanpak van de rebellen. Khar, de plaats waar de aanslag van 25 december werd gepleegd, ligt in Bajaur, een van de stammengebieden waar de taliban en hun islamistische bondgenoten sinds 2007 heel sterk stonden. Na een groot offensief in de tweede helft van 2008 verklaarde het Pakistaanse leger de regio vrij van rebellen. In januari 2010 lanceerde het leger een nieuwe operatie om de regio in handen te houden. Helemaal lukte dat niet: er zijn nog altijd talibanstrijders actief en er heerst veel geweld.

“Er zijn steeds meer standrechtelijke executies en verdwijningen; veel familieleden van vermoedelijke terroristen worden gestraft en gefolterd”, zegt  Yusufzai. De wraakgevoelens kunnen volgens hem ook vrouwen “radicaliseren”.

Volgens Askari moet de Pakistaanse overheid dringend meer ondernemen tegen het religieuze extremisme dat volgens hem de fundamentalistische rebellen voortbrengt. Nawaz, de Pakistan-kenner van de Atlantische Raad in Washington, vindt dat er allereerst schoon schip moet worden gemaakt in het onderwijs. “Ik zou investeren in de koranscholen zodat ze meer onderwerpen gaan behandelen en niet alleen religieus onderwijs aanbieden.” Daarnaast moet de plaatselijke economie worden aangezwengeld, zodat er later ook meer buitenlandse investeringen kunnen worden aangetrokken. Vooral de onderkoelde relaties met India moeten in dat opzicht verbeteren.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift