Paralympische spelen en de parels van de menselijke geest

Tijdens de feestelijke openingsavond van de Paralympic Games horen we de voorzitter verkondigen dat deze Spelen als “een viering van de menselijke geest” kunnen gezien worden. Een luid gejuich uit het publiek. Trotse blikken. Hiermee wordt meteen ‘de toon’ gezet voor deze Spelen: hoe mindervalide of invalide je ook bent, er zijn zoveel valide eigenschappen die wel kunnen benut en ontwikkeld worden in de sportbeoefening.

  • Bart Lasuy Birsen Taspinar. Bart Lasuy

Emancipatorisch is het erg belangrijk dat deze Spelen kunnen plaatsvinden, dat ze even feestelijk zijn, met de Prins en Prinses erbij, de ceremonie, het vuurwerk, dezelfde rituelen, de wapperende vlaggen, gedragen door trotse jongeren in hetzelfde stadion, met massa’s publiek,…

Vaak vergeten we echter het jarenlange werk achter deze prestaties, die vooral mogelijk zijn dankzij een sterke ondersteuning, hetzij aangepaste kledij en uitrusting, extra ondersteuning, andere terreinen, speciaal ontwikkeld materiaal, bijzondere coaches met specifieke vaardigheden, die het kunnen van deze personen uitdagen.

De blik op oneindig

Misschien is fysische disability nog hetgeen waarmee onze maatschappij op dit moment het beste mee omkan. Nog beter dan met mentale disabilities. De geest is belangrijk. De fysische beperkingen te boven komen, heeft met de geest te maken. De prestatiedruk laat zich in vele segmenten voelen.

De Paralympics worden voorgesteld als een symbool om de grenzen te verleggen van de menselijke ziel, als een spel van je eigen wil, los van maatschapplijke context. En daar wringt het schoentje. Is dit niet een onterechte projectie, dat slechts onze eigen verlangens weerspiegelt, dat er altijd meer kan gepresteerd worden, meer grenzen kunnen verlegd worden? Is alles slechts te herleiden naar de wil van de geest?

Hoe we omgaan met disabilities heeft te maken met culturele normen en waarden en is tijdsgebonden. De beelden die bestaan, de kansen en mogelijkheden die deze groep krijgt om zich te ontplooien, hebben alles te maken met het mensbeeld en de sociale groep waartoe je behoort. Vaak is sociale klasse een erg bepalende factor.

Bovendien hebben we er een sport van gemaakt om alles in vakjes te zetten: dat hoort bij dat, om die en die reden. Hoe vaak komen we werkelijk in contact met deze sociale groep? Tenzij je vrijwilligerswerk doet in de gehandicaptensector of als iemand dierbaar plots na een ongeval tot die groep behoort, zal je niet vaak te maken krijgen met deze groepen. De gesegregeerde samenleving is er, of we ervoor kiezen of niet. Het heeft vaak ook te maken met hoe de zorg wordt georganiseerd voor deze groepen.

Dit brengt ons terug bij het begrip identiteit. De identiteitsconstructie is één geworden van “als je maar wil, kan je alles” en daarbinnen past het plaatje van de paralympische spelen perfect. Hoe verklaren we anders de massale opkomst bij deze spelen tegenover de lage opkomst bij de Olympische Spelen? Dat vervreemding om elke hoek loert door deze spirit, ontgaat ons ondertussen. Het pas uitgekomen boek van Paul Verhaeghe ‘identiteit’ handelt onder meer over de invloed van onze samenleving op het individu en omgekeerd.

Het kunnen van de zogenaamde disabled people (mindervaliden), vertelt ons tegelijk iets over onze eigen identiteit, het niet-kunnen van de zogenaamde abled of valide mensen. Het vertelt ons iets over de evidenties en de beelden waar we vanuit gaan, onze eigen blinde vlekken. De vraag is of we dit kunnen horen, lezen of zien? Geprivilegeerde groepen- lees mensen die tot de ‘valide’ groep behoren- stellen zich bepaalde vragen niet, die dagelijkse kost is voor bepaalde mindervalide groepen. Dat doen ze niet, doordat die vragen niet in hen opkomen, omdat ze zich simpelweg niet stellen in hun wereld. Hoe verder dat je van een realiteit af staat, hoe meer het gevoel van onbehagen kan zijn bij een confrontatie met dezelfde realiteit.

What doesn’t kill you, makes you stronger

Of we het nu hebben over mentale of fysische validiteit (disabilities) er zijn altijd wel verschillende beelden over deze dimensies. Als we kijken in de richting van het regulier onderwijs, dan zien we dat er meer en meer diagnosen gesteld worden van leerstoornissen (learning diabilities). Dit is een handicap die veel minder opvalt dan een fysische handicap, maar is daarom niet makkelijker te hanteren. Er zijn maatstaven die ontwikkeld zijn om deze te meten. Twee trends vallen op:

Een eerste is de diagnosestelling, die heel erg contextgebonden is: recent onderzoek van de VUB door Wim van den Broeck wijst uit dat bij een kind uit de middenklasse kennelijk 15 keer vaker een leerstoornis vastgesteld wordt, dan bij een arme leeftijdsgenoot. Een deel van de verklaring wordt gezocht bij het feit dat een deel van de middenklasse stoornissen gebruiken om hun kindern door het ASO te loodsen. Op het einde van de lagere school heeft 10,5 % van de kinderen een leerstoornis (oa autisme, adhd, dyslexie, dyscalculie).

Zo zien we dat bij een slechtpresterend Anderstalig kind de verklaring in de culturaliserende redenen (veeleer bij een taal –of capaciteitstekort) worden gezocht, waardoor het kind minder ondersteuning krijgt, meer doorverwezen wordt naar het BSO en BUSO (of BLO). Terwijl hetzelfde prestatiepatroon bij een middenklasse kind vaker uitmondt in een diagnosestelling, die hen een betere ondersteuning als resultaat biedt.

De Paralympics worden voorgesteld als een symbool om de grenzen te verleggen van de menselijke ziel, als een spel van je eigen wil, los van maatschapplijke context. En daar wringt het schoentje.
Ouders van lagere sociale klasse zijn volgens datzelfde onderzoek minder alert, waardoor het proces van diagnosestelling moeilijker verloopt, of vaak een verkeerde inschatting van het werkelijke probleem wordt gemaakt. Hoeveel “verloren leerlingen of ouders” ben ik niet tegengekomen, die nooit geweten hebben wat er werkelijk misging? Maar is het genoeg om een diagnose te krijgen?

Een tweede trend is dat er hoe langer hoe meer naar een diagnosecultuur wordt toegewerkt. We denken alle heil te vinden in een diagnose, een disabledness, waardoor we een verklaring hebben waarom het niet meer en hoger, sneller of beter kan. Geruststellend. Magische diagnoses, die ons verlossen van een schuldgevoel. Hoe vaak zijn we niet gevangen in het presterend lichaam en worden we versplinterd in duizenden contexten van verwachtingspatronen?

Hoe sterk zijn we in het tegenwind bieden tegen een prestatiedruk, waardoor we ons vastketenen aan normen en verwachtingspatronen? Misschien is dat de werkelijke vraag van ouders?

De betekenis van de diagnose is verschillend naargelang de context: Ook hier is de sociale klasse van belang: Wat doe je met een diagnose? Wat als je kind een disability-lable meekrijgt? Sommige ouders zeggen, wat betekent dat en wat nu? Wat moet ik dan doen? Wat moet mijn kind doen? De diagnose helpt ons dus niet altijd verder. Het is eerder een richtingaanwijzer van je hoe best kan handelen. Kinderen en ouders uit de middenklasse krijgen meer wegwijzers aangereikt in hun zoektocht.

Paralympische Spelen in het onderwijs

Met het nieuwe schooljaar voo de deur werpt dit ons terug op essentiëel vragen en kwesties uit het onderwijs. De startschot aan het begin van de schoolcarrière is niet dezelfde voor ieder kind. Daar komt nog bij dat de regels, de uitrusting, de extra ondersteuning, de coaching vaak niet recht evenredig zijn met de noden van het kind.

Welke regels zijn niet toepasselijk voor bepaalde kinderen? Is het recht op schoolkeuze even groot voor iedereen? Vorige week werden duizend kinderen het toegang ontzegd in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Hoeveel duizenden anderen ervaren vandaag de dag een zichtbare en duidelijke of een eerder onzichtbare en structurele uitsluiting? Wat zien we als een (in)validiteit? Wat is een valabele reden om een kind het onderwijs te ontzeggen (bijvoorbeeld als je geen papieren hebt)? Welke verschillen worden als problematisch ervaren in onze samenleving? Etniciteit, religie, gender, fyisisch of mentale invaliditeit, sociale klasse, juridische positie, etc…welke onzichtbare oorlogen moeten deze kinderen voeren om niet enkel met één verschil te worden gelijkgesteld?

Is taalachterstand door een meertaligheid, een disability waar niets aan gedaan kan worden? Hoe valide zijn onze instrumenten om deze achterstanden in te halen binnen het onderwijsniveau van het kind? Taal is een oud zeer in Vlaanderen, zo blijkt alweer uit de discussies in de media. En vooral worden onze leerkrachten voldoende voorbereid op de meertalige klasrealiteit van vandaag?

Als we het over onderwijs en abilities (validiteit) hebben, zijn de competenties van de leerkrachten een belangrijk onderdeel. Wanneer gaan we eindelijk werk maken van een goede basis te bieden voor leerkrachten en hen de nodige coaching en erkenning geven, zodat zij niet uitgeblust zijn vóór hun dertigste of het onderwijs verlaten nog vóór ze goed en wel gestart zijn? Bijvoorbeeld sneller aan een onbepaald contract helpen zou niet een slecht begin zijn, zoals eerder deze week werd voorgesteld. Leerkrachten zijn niet voldoende voorbereid, als ze hun loopbaan in de moeilijkste contexten moeten starten- lees zwarte concentratiescholen in de grootsteden, die door dezelfde leerkrachten verlaten worden eens men elders aan het werk kan.

Dromen en bedrog

Als we de Paralympics zouden toepassen in het onderwijs, zou elk kind dan het beste van zichzelf kunnen bieden? Mensen geraken in de Paralympics omdat ze erkend worden in hun zijn, dag in dag uit op maat gecoached worden, door iemand die werkelijk in hen gelooft. Het is nooit enkel omwille van de wil van het kind. Coaches die weten wat het kind doormaakt en blijvend motiveren. Scholen die goed uitgerust zijn, aangepast aan de diversiteit in de samenleving.

De kunst is het kunnen decoderen van de menselijkheid in het geheel, en ons niet blind te staren op hetgeen verschillend is. Want geluk ligt niet in wat je meedraagt, wat je kunt of niet kunt, wat je hebt of niet hebt, wél in welke levenslessen je eruit trekt . Privileges zijn hierin niet altijd een garantie. Want je kan plots van de ene in de andere groep belanden, voor je het weet, verandert je wereld.

Birsen Taspinar is psychologe en systeemtherapeute.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Psychologe- systeemtherapeute

    ‘Sterke verhalen inspireren me en zetten me aan het schrijven… Onrechtvaardigheden die plaatsvinden en waar weinig (media)aandacht voor is, storen me dermate dat mijn vingers beginnen kr