'Paramilitaire burgeroorlog' scherpt vluchtelingenprobleem aan

In de eerste helft van dit jaar zijn in Colombia zeker 120.000 mensen op de vlucht gedreven door de gewapende confrontaties tussen linkse rebellen, hun paramilitaire tegenstanders en het leger. Die schatting komt van de Colombiaanse mensenrechtenorganisatie CODHES. Gevechten tussen paramilitaire doodseskaders onderling drijven dat cijfer nu verder op. Ironisch genoeg zijn het paramilitairen die in 2005 de wapens zullen neerleggen, die het opnemen tegen hun wapenbroeders die nog niet zo ver zijn. Weer worden in de eerste plaats burgers het slachtoffer van die onenigheid.



Sinds 1985 hebben in Colombia al ongeveer drie miljoen mensen have en goed moeten verlaten. Linkse rebellen en vooral de rechtse doodseskaders in het land terroriseren systematisch dorpen waar ze tegenstanders of sympathisanten van de tegenpartij vermoeden. In het noordwesten van Colombia herhaalt dat patroon zich nu in de strijd tussen paramilitaire eenheden die een bestand met de regering willen aanvaarden en andere eenheden die zich tegen die overeenkomst verzetten.

Vorige maand zijn in het noordwesten volgens het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN (UNHCR) ongeveer 700 Colombianen op de vlucht geslagen voor extreem hevige confrontaties tussen rivaliserende facties van de Verenigde Zelfverdedigingstroepen van Colombia (AUC). Dat AUC en negen van zijn regionale eenheden hebben in juli een akkoord getekend met de Colombiaanse regering waarin ze beloven hun troepen tegen eind 2005 te demobiliseren. Sinds 15 september nemen twee van die eenheden, het Bloque Central Bolívar en het Bloque Cacique Nutivara Bloc, het op tegen het Bloque Metro, dat niet deelnam aan de gesprekken met de regering. Metro beschuldigt de andere AUC-eenheden ervan hun operaties te financieren met drugsgeld. Dorpen in het gebied van het Bloque Metro werden vorige maand overvallen door paramilitaire strijders die er alle pluimvee en zelfs de vissen in de visvijvers doodden. Ook de Metro-troepen zelf kregen het zwaar te verduren. Ooggetuigen vertellen dat een gewonde strijder in een ambulance door tegenstanders werd afgemaakt. Pas tien dagen na het uitbreken van de vijandelijkheden arriveerde het leger in de streek.

Colombiaanse mensenrechtenorganisaties zijn net als de speciale VN-gezant voor de Mensenrechten in Colombia, Michael Frühling, gekant tegen het akkoord tussen de regering en de AUC-eenheden. De doodseskaders zijn verantwoordelijk voor de meeste zware mensenrechtenschendingen die de voorbije jaren werden gepleegd. Bovendien hebben ze banden met het leger. De Colombiaanse regering heeft leden van de paramilitaire eenheden die hun wapens neerleggen, beloofd dat ze geen gevangenisstraf moeten uitzitten. Ze zullen hoogstens boetes moeten betalen, hun slachtoffers schadeloos stellen of gemeenschapswerk verrichten. Tegenstanders vinden dat dit neerkomt op straffeloosheid.

Ondanks de nieuwe vluchtelingenstromen als gevolg van de gevechten tussen paramilitaire eenheden, ontspant de vluchtelingensituatie in Colombia zich enigszins. In 2002 telde CODHES nog meer dan 412.000 nieuwe vluchtelingen. Dat was het hoogste cijfer sinds 1985, een gevolg van het afbreken van het vredesoverleg tussen de regering en de grootste rebellengroep, de Gewapende Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC). CODHES klaagt wel dat er steeds minder overheidsgeld beschikbaar is voor vluchtelingenhulp. De organisatie waarschuwt ook dat de vluchtelingenaantallen weer kunnen stijgen als paramilitaire groepen blijven vasthouden aan hun tactiek om gebieden waar zich rebellengroepen ophouden af te snijden van de buitenwereld en zo uit te hongeren. Dat gebeurt onder meer in de Sierra Nevada de Santa Marta, een uitgestrekt, bergachtig natuurreservaat in het noorden van het land.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift