Pentagon blaast Monroe-doctrine nieuw leven in - analyse

Gisteren (dinsdag) maakte de krant Washington
Post bekend dat het Pentagon een reeks nieuwe militaire bases wil oprichten
in Afrika en het Midden-Oosten. Het ministerie van Defensie werkt gestaag
verder aan een herschikking van de Amerikaanse militaire aanwezigheid in de
wereld en het laat zich daardoor inspireren door een 12 jaar oud plan van
onderminister van Defensie Paul Wolfowitz. Dat doet sterk denken aan de
doctrine van interventionisme waarmee de VS aan het begin van de 20ste eeuw
Latijns-Amerika (on)veilig maakten.

De VS willen hun aanwezigheid in Djibouti en in Jemen versterken en
semi-permanente bases oprichten in Algerije, Marokko en mogelijk ook
Tunesië. Ook Senegal, Ghana en Mali zouden Amerikaanse soldaten stationeren
die kunnen ingezet worden in de olierijke West-Afrikaanse landen, vooral
Nigeria. Vergelijkbare lichtere bases (zogenaamde ‘leliebladeren’) worden
gezocht in Australië, Thailand, Singapore, de Filipijnen, Kenia, Georgië,
Azerbeidzjan, Centraal-Azië, Polen, Roemenië, Bulgarije, Qatar, Vietnam en
Irak. De nieuwe initiatieven worden deels gefinancierd door de afbouw van de
Amerikaanse basissen in Duitsland, Turkije en Saudi-Arabië.




De plannen zijn een overwinning voor de havik Paul Wolfowitz. Ze zijn een
doorslag van zijn ‘Defence Planning Guidance’ (DPG), een controversieel plan
dat hij 12 jaar geleden voorstelde. Toen het onder de vorige regering-Bush
uitlekte in de pers, werd Wolfowitz teruggefloten. Vooral Wolfowitz’ idee
dat de VS preventieve aanvallen zouden uitvoeren tegen landen met
massavernietigingswapens leek toen een brug te ver. Intussen is het een
officiële doctrine geworden. Het DPG-plan stelt ook dat de VS de militaire
sterkhouder moeten worden in Oost-Europa indien mogelijk met NAVO-steun.

Dat de herschikking van de Amerikaanse bases de onmiskenbare stempel van
Wolfowitz draagt, blijkt onder meer uit de terminologie waarmee de nieuwe
plannen worden verkocht. De basissen worden geplaatst in een boog van
instabiliteit, die zich uitstrekt over zowat het hele zuidelijke halfrond.
Amerikaanse militaire interventies zijn in Wolfowitz’ plannen een
voortdurende bekommernis in de nieuwe wereldorde van na de val van de Muur.
De bases langs de boog van de instabiliteit stellen Washington in staat om
op enkele uren tijd tussenbeide te komen als er ergens een crisis uitbreekt.

De ideeën van Wolfowitz sluiten nauw aan bij de strategie die de VS aan het
begin van de vorige eeuw volgden in Latijns-Amerika en de Cariben, waar
Amerikaanse interventies vanaf bases van Puerto Rico tot Panama aan de orde
van de dag waren tot Franklin Roosevelt daar dertig jaar later met zijn
‘Good Neighbour Policy’ een einde aan maakte. De parallellen tussen
Wolfowitz’ plan uit 1992 (nu vastgelegd in Nationale Veiligheidsstrategie
van september 2002) verschilt weinig van de Monroe-doctrine, waarmee
Washington zich het recht toeeigende om te interveniëren in Latijns-Amerika.
Max Boot, een neo-conservatief analist bij de Raad voor Buitenlandse
betrekkingen, merkte al op dat beide teksten dezelfde retoriek gebruiken.
Alleen wordt nu «de globalisering» gered in plaats van «de beschaving».

Het was overigens niet Wolfowitz die de nieuwe doctrine van het Pentagon
bedacht. Ze is voornamelijk gebaseerd op het werk van de gepensioneerde
admiraal Arthur Cebrowski, het hoofd van het Office of Force Transformation
van het ministerie en Thomas Barnett van het Naval War College. Het grootste
gevaar voor de VS, zeggen beide heren, zijn die landen en die regio’s die
niet verbonden met de dominante economische trend van globalisering.
Barnett benoemt het grootste gevaar als de afgrond - hij bedoelt plaatsen
waar de globalisering uitdunt of afwezig is. Die regio’s worden geplaagd
door politiek repressieve regimes, wijdverbreide armoede en ziekte en -
vooral - chronische conflicten die de kiem in zich dragen van een volgende
generatie terroristen.

In het wereldbeeld van de twee strategen staat de afgrond (the Gap)
tegenover de kern (the Core) - die landen waar de economische
globalisering onomkeerbaar is. De sleutel voor de strijd tegen
terroristische netwerken is om ze te pakken waar ze leven (in de boog van
instabiliteit) enerzijds en om anderzijds te verhinderen dat terroristen
actief worden in wat Barnett de kiemstaten noemt, tussen de afgrond en de
kern. Mexico, Brazilië, Zuid-Afrika, Marokko, Algerije, Griekenland,
Turkije, Pakistan, Thailand, Maleisië, de Filippijnen en Indonesië zijn
dergelijke kiemstaten. Dat moeten de vertrekpunten zijn voor interventies in
the Gap.

Critici van Barnetts denken merken op dat de ‘boog van instabiliteit’
opmerkelijk goed overeen komt met regio’s die grote voorraden olie, gas en
mineralen hebben. Wolfowitz’ studie uit 1992 noemt dat energieluik wel bij
naam. Het belangrijkste doel van de militaire strategie van de VS moet zijn
om te voorkomen dat een vijandige macht landen en regio’s gaat domineren
die de basis kunnen vormen van een wereldwijde macht.







Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift