Peru goochelt met armoedebestrijding

De Peruaanse regering maakt zich sterk dat Peru tegen 2011 drie miljoen minder armen zal tellen. De ploeg van president Alan García zegt dat ze het aandeel armen in de totale bevolking, van meer dan 50 procent kan terugschroeven tot 40 procent of minder. Statistische handigheidjes, menen experts.
De doelstelling staat zwart op wit in het ‘Macro-economisch Meerjarenkader 2008-2010’, een document van de Peruaanse ministeries van Economie en Financiën. De regering wil gebruik maken van de “gunstige context” om voluit te gaan voor “armoedebestrijding en de verbetering van de belangrijkste sociale indicatoren.”
Maar experts trekken het optimistische cijferwerk in twijfel. De regering speelt vals met de beginwaarde door uit te gaan van de cijfers van 2005 en niet die van 2006, zeggen ze. En ze houdt geen rekening met de bevolkingsgroei, die in Peru 1,3 procent per jaar bedraagt.
In 2005 telde Peru 13,5 miljoen arme mensen, 50,4 procent van de 26,8 miljoen toenmalige inwoners van het land. In 2006 was het aantal armen volgens het Peruaanse Instituut voor de Statistiek geslonken tot 13,2 miljoen armen of 48 procent van de bevolking. Als de regering de meest recente cijfers hanteert, haalt ze door het aandeel van de armen in de bevolking naar 40 procent te laten dalen, maar 1,5 en geen 3 miljoen mensen uit de armoede, rekenen de critici voor. Dat wil ook zeggen dat Peru op het einde van het mandaat van García nog 11,7 miljoen en geen 10,5 miljoen armen zal tellen.
Professor Gustavo Yamada van de Universidad del Pacífico in Lima kan er niet bij dat de regering de bevolkingsgroei niet in rekening brengt. “We leven toch niet in Frankrijk of Japan, waar de bevolking niet meer toeneemt. Volgens een meer realistische berekening tellen we in 2011 hoogstens 1,6 miljoen armen minder.”
Peru heeft zich er in 2000 net als alle andere VN-lidstaten toe verbonden het aantal arme mensen tegen 2015 te halveren in vergelijking met 1990. Voor Peru houdt dat in dat er van de bevolking van 2015 nog maar 27 procent onder de armoedegrens mag zitten. Van dat doel blijft Peru in 2011 nog heel ver verwijderd.
“De regering-García laat het aan de bewindsploeg na haar over om de armoede van 40 procent naar 27 procent terug te dringen. Die regering zal het gaspedaal dus zwaar moeten indrukken”, zegt Yamada, auteur van verscheidene boeken over armoede en sociale programma’s.
Het ministerie van Financiën heeft zich niet vergist, het heeft de cijfers gemanipuleerd, oordeelt Farid Matuk Castro, de voormalige baas van het Instituut voor de Statistiek tijdens het bewind van president Alejandro Toledo (2001-2006). “Er bestaat geen rekenkunde op aarde die toestaat te concluderen dat Peru in 2011 drie miljoen armen minder zal tellen.”
Maar het is meer dan een welles-nietesdiscussie. Verkeerde cijfers gebruiken voor projecties in verband met armoede vermindert de efficiëntie van sociale programma’s, waarschuwt Enrique Vásquez, een expert van de Universidad del Pacífico. “We moeten precies weten hoeveel armen er zijn en waar ze leven om ze goed te kunnen helpen. Omdat we dat nu niet goed weten, hebben 3,5 miljoen arme Peruanen geen toegang tot onderwijs en gezondheidszorg.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift