Dossier: 

Peter Eigen: ‘Corruptie is verantwoordelijkheid van overheden én bedrijven’

Grondlegger Transparency International en EITI (Extractive Industries Transparency Initiative)

De groeiende vraag naar grondstoffen is een kans voor landen met grote grondstoffenvoorraden om een proces van economische groei en nationale welvaart op gang te brengen, maar vaak leidt het alleen maar tot de verrijking van een kleine elite en de verdere verarming van de bevolking. Om die “grondstoffenvloek” te vermijden, zegt Peter Eigen, is goed bestuur de eerste en belangrijkste voorwaarde.

Peter Eigen is een Duitse advocaat die begin jaren negentig het initiatief nam om Transparency International op te starten, een ngo die zich specifiek richt op de vraag hoe transparant of hoe corrupt overheden zijn. In 2005 stond hij mee aan de wieg van EITI (Extractive Industries Transparency Initiative), een scherp omlijnd en gecontroleerd afsprakenkader tussen nationale overheden en mijnbedrijven om de transparantie in de ontginningssector te bevorderen. Eigen: ‘Sinds de vroege jaren negentig waren we met Transparency International succesvol de strijd aangegaan met corruptie in al haar vormen, gaande van smeergeld voor de lokale politiebeambte tot grootschalige omkoping door multinationals. Het was aan het einde van dat decennium dat we de noodzaak bemerkten om in te grijpen in de mijnbouw- en andere ontginningsindustrieën. De aanwezigheid van corruptie in deze sector sprak voor zich, al was het maar omwille van de enorme bedragen die er circuleerden.’

Corruptie is dus niet alleen een zaak van overheden?

Peter Eigen: Aan de ene kant zijn de bedrijven op zoek naar de grootste winstmarges. Aan de andere kant moet het lokale overheidpersoneel het vaak met een zeer karig maandloon rooien. De belofte van een bankrekening op de Bahamas waar vijf miljoen dollar ligt te wachten als die handtekening onder de mijnovereenkomst geplaatst wordt, is dan ook zeer aanlokkelijk voor veel van die politici en ambtenaren.

Hoe wil EITI daaraan verhelpen?

Peter Eigen: Het opzet van EITI is eenvoudig: zowel de betrokken overheid als het bedrijf leveren afzonderlijk informatie over alle financiële transacties die voorafgingen aan een ontginningsakkoord, van belastingen over dividenden tot tekenbonussen. Een onafhankelijk orgaan vergelijkt vervolgens de cijfers en analyseert de verschillen tussen beide aangiftes. Organisaties uit het middenveld kunnen dan met deze gegevens aan de slag om hun bestuur ter verantwoording te roepen.

Het eigenlijke proces verloopt via een twintigtal stappen, waarvan consultaties met burgerorganisaties een belangrijk onderdeel zijn. Als deze ontmoetingen niet plaatsvinden of het stappenplan niet opgevolgd wordt, hangt de overheid een sanctie boven het hoofd. Al dit werk moet voltooid zijn binnen de twee jaar, een zware opgave. Uiteindelijk heeft een comité van mensen uit de openbare, de private en de civiele sector het laatste woord. Zij kunnen uitstel verlenen, landen toelaten tot het initiatief of hen schorsen.

Is het makkelijk om bedrijven en overheden te motiveren hieraan mee te werken?

Peter Eigen: De bedrijven stonden niet afkeurig tegen het voorstel om al hun betalingen aan overheden bekend te maken. Enerzijds waren de meeste van deze gegevens toch reeds beschikbaar voor iedereen die er ietwat doorgedreven naar op zoek ging. Anderzijds was de komst van industriële spelers uit landen als China en India een bijkomende motivatie voor de gevestigde bedrijven –al was het maar omdat ze vreesden uit de smeergeldmarkt geprijsd te worden door die nieuwkomers.

Het waren vooral de regeringen van een aantal arme Afrikaanse landen die aanvankelijk dwars lagen. Zij stonden niet te springen om hun inkomsten aan te geven en voegden snel geheimhoudigsclausules toe aan de contracten. Zo dreigden de Angolezen ermee om British Petroleum geen extra vergunningen toe te kennen als John Browne, toenmalig ceo van de oliegigant, details over de betalingen openbaar zou maken. Een belangrijke rol was hier weggelegd voor toenmalig president Obasanjo van Nigeria die als eerste de publicatie van de gegevens verplichtte.

Zorgde die doorbraak voor een sneeuwbaleffect?

Peter Eigen: In een klein aantal gevallen blijken onze inspanningen spijtig genoeg nutteloos. In het West-Afrikaanse Guinnee bijvoorbeeld sloegen een middenveldorganisatie en enkele advocaten de handen in elkaar om na te gaan wat er gebeurde met de mijnopbrengsten. Ze overlegden vervolgens wekenlang met de president over een nieuwe wetgeving. Een grote groep experts, waaronder ikzelf, had hiervoor zijn diensten aangeboden. Toch kwam de ontwerpversie van de wet niet eens ter sprake op een mijnbouwconferentie enige tijd later en werd aan een Frans consultancybureau gevraagd om een nieuwe regelgeving uit te werken.

Ook in Congo is er nog veel werk voor de boeg. De Wereldbank was bereid om de regering van president Kabila te assisteren bij de herziening van de mijncontracten die afgesloten waren tijdens de burgeroorlog. Kabila was echter terughoudend en ging hier niet op in. Toen later de Chinezen arriveerden bezweek hij bij aanblik van hun gigantische leningen. Vandaag heeft Congo uitstel gekregen om aan alle bepalingen van EITI te voldoen. We hopen dat de regering ondertussen het belang heeft ingezien van een open en transparante relatie met haar investeerders.

Was het makkelijker om Latijnse-Amerikaanse overheden te overtugen?

Peter Eigen: In Latijns-Amerika worden veel van de ontginningsindustrieën opnieuw genationaliseerd om ontwikkelingsprogramma’s te financieren. Zo praten we al enkele jaren met de Chileense regering over toetreding, zonder wezenlijke vooruitgang. De Chilenen blijven ervan overtuigd dat ze goed werk leveren en resultaten boeken, zonder inmenging van enig mechanisme.

Een aantal bedrijven in deze landen werkt wel actief samen met ons. Brazilië is hiervan een goed voorbeeld. Het boterde al jaren niet tussen de Braziliaanse overheid en de lokale afdeling van Transparency International, waardoor een goede samenwerking op het vlak van EITI nooit van de grond kwam. Persoonlijk kon ik het echter wel goed vinden met Lula da Silva. Volgens mij heeft het vooral te maken met persoonlijkheid en karakter.

Intussen kijkt iedereen naar de Chinese mijncontracten in Afrika.

Peter Eigen: China is een ander verhaal. De Chinezen zijn steeds zeer vriendelijk als we op bezoek komen, maar nemen evenwel niet deel aan EITI. Hun argument: ‘In tegenstelling tot de Europeanen hebben wij omkoping door onze bedrijven nooit toegestaan. Bijgevolg doen ze dit niet.’ In Afghanistan, dat deelneemt aan EITI, moet het Chinese bedrijf dat het megacontract voor de Aynak-kopermijn binnenhaalde natuurlijk hun gegevens bezorgen en dat gebeurt ook. India springt voorlopig niet op de kar, al doen we hard ons best om hen aan boord te krijgen. Vergeet echter niet dat ons secretariaat in Oslo maar negen mensen telt. Daarom is het moeilijk om elk dossier evenveel aandacht te schenken.

Betreft de rapportering ook zaken als vervuiling, arbeidsongevallen of gezondheidsrisico’s?

Peter Eigen: Wij zorgen er bewust enkel voor dat de financiële informatie bekend gemaakt wordt en stellen dus geen kwalitatieve eisen aan kandidaat-leden. We zullen bijvoorbeeld nooit eisen dat een bepaald percentage van de winsten naar sociale projecten als onderwijs of gezondheidszorg moet gaan. Dat is de taak van de media en de civiele maatschappij, ngo’s op kop. Zij moeten eventueel mismanagement aankaarten. EITI is hooguit een keten in een veel langere ketting. Als we ons eigen mandaat niet heel zorgvuldig aflijnen en bewaken, zouden we nooit de huidige resultaten kunnen bereiken.

De weg blijft nog lang?

Peter Eigen: Een goed bestuur en mensen die weigeren zich te laten omkopen blijven van primordiaal belang als we de negatieve effecten van ontginningsindustrieën op de lokale gemeenschappen willen terugdringen. In dat opzicht wil ik landen als Noorwegen, Botswana en Liberia speciaal vermelden. Zij slagen er namelijk wel in om bekommernissen over het milieu, mensenrechten, tewerkstelling en verdeling van de winsten mee te nemen in de manier waarop ze omgaan met de inkomsten uit mijnbouw en ontginningsindustrie.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift