Petro-euro, ons enige wapen tegen het keizerrijk

In november 2000 besliste Saddam Hoessein, toen nog president van Irak, dat de Iraakse olie voortaan in euro moest worden betaald. Dat was uiteraard een politieke zet, om te illustreren dat olie niet per se in dollar moet worden verhandeld en dat het daarmee gepaard gaande voordeel voor de VS evenmin een wet van Meden en Perzen is. In feite bleek zijn initiatief achteraf ook gewoon good business want Irak kon meegenieten van de recente waardestijging van de euro.
Er zijn tegenwoordig wel meer mensen die in de economie dé achillespees van de Verenigde Staten van Amerika zien. Ook de oproep tot een boycot van Amerikaanse producten vertrekt vanuit die visie. Alleen zijn economieën tegenwoordig zo met elkaar vervlochten dat het onzeker is of we onze eigen economie niet evenveel schade toebrengen met zo’n actie. Bovendien leek de steun bij de bevolking voor zo’n boycot veeleer bescheiden.
Anderen hopen dat de tijd rijp is voor het onttronen van de dollar als “wereldmunt”. Niet alleen de oliehandel maar zowat tweederde van alle wereldhandel gebeurt in dollars. Dat schept een extra vraag naar dollars en houdt zo de wisselkoers ervan op peil. Het biedt de VS een voordeel dat geen enkel ander land heeft. Stel je voor, je drukt dollars, en daarmee kan je olie kopen.
Bovendien wordt ongeveer tweederde van de geldreserves in de wereld in dollar aangehouden. De verklaring daarvoor is dat de waarde ervan relatief stabiel is, en dat je er in het rijkste land ter wereld en in de wereldhandel veel mee kan doen. Wie zijn geld veilig wilde beleggen, vond en vindt om die redenen in de dollar een veilige haven. Kwam daarbij dat de Amerikaanse aandelenmarkt en de winsten van Amerikaanse ondernemingen zeker in de jaren negentig een hoog rendement leken te garanderen.
Die speciale aantrekkingskracht verklaart waarom de Amerikaanse economie dingen doet die geen enkele economie vermag: al vele jaren kopen de Amerikanen veel meer in het buitenland dan ze er zelf verkopen. Vorig jaar bedroeg dat handelstekort maar liefst 498 miljard dollar. De Amerikanen leven dus op krediet, een krediet dat ten dele uit het buitenland komt. Momenteel staan de VS voor 2500 miljard dollar in het krijt bij het buitenland: dat is goed voor een vierde van wat ze elk jaar produceren. Elke dag van het jaar is ruim 1 miljard dollar buitenlands krediet nodig om de Amerikaanse uitgaven te financieren. Het totaal van de Amerikaanse schulden  externe en interne beloopt dezer dagen 30.000 miljard dollar: gezinnen, bedrijven en sinds president Bush jr, ook de overheid leven boven hun stand. Nog nooit is het spaarboekje van de gemiddelde Amerikaan zo leeg geweest als vandaag.
Normaal verliest een munt van een land dat op kosten van anderen leeft aan waarde. De dollar kon dat lot jarenlang weerstaan maar het voorbije jaar na het barsten van de internetzeepbel en de megafraude bij topbedrijven begon de zwaartekracht toch te werken: de dollar verloor meer dan 10 procent tegenover de euro. Het Internationaal Muntfonds pleitte in de zomer van vorig jaar al voor interventies om de koersval te vertragen: een al te snelle duik betekent immers dat de hele wereldeconomie door elkaar zou worden gegooid: Oost-Aziatische landen als China en Japan steunen sterk op hun handelsoverschotten met de VS, en die worden problematisch met een verzwakte dollar.
Sommigen zien de val van de dollar als een politiek wapen. De Britse publicist George Monbiot pleitte er onlangs in de Guardian voor om van de euro de nieuwe wereldhandelsmunt te maken. ‘Als olie in euro wordt verhandeld, daalt de vraag naar de dollar, wat dan weer haar aantrekkelijkheid als reservemunt verlaagt, en een verdere verkoop in de hand kan werken… Als dat gebeurt, zal de VS-economie en -macht wegdeemsteren.’ Het is de enige manier om iets tegen de groeiende Amerikaanse suprematie te doen, vindt Monbiot. (jvd)

Schone kleren nu ook op het werk


Al vele jaren poogt de Schone Kleren Campagne (SKC) de verbruiker bewust te maken van de dikwijls schrijnende arbeidsomstandigheden waarin onze kledij gemaakt wordt. Jarenlange gesprekken met de grootdistributeurs van de kledingsector tegenwoordig veruit de machtigste actoren in het kledinggebeuren hebben ertoe geleid dat een aantal onder hen een eigen gedragscode opstelden. Zo’n code bevat de sociale minimumnormen waaraan een bedrijf belooft zich te zullen houden.
Onafhankelijke controle of die bedrijven hun beloftes ook waarmaken, blijft echter zeldzaam. Uitzonderingen niet te na gesproken, vinden de meeste bedrijven de sociale criteria die de SKC vooropstelt ook te veeleisend: verbod op kinderarbeid, dwangarbeid en discriminatie op het werk, het recht een vakbond op te richten en collectief te onderhandelen, recht op een leefbare en veilige werkomgeving. Dat verklaart waarom er na vele jaren actie nog altijd geen schone-klerenlabel bestaat.
De SKC opent nu met de campagne Schone kleren op het werk een nieuw front: bedoeling is dat bedrijven die werkkledij gebruiken, voortaan rekening houden met de sociale voorwaarden waaronder die kledij is geproduceerd. Van de overheid wordt verwacht dat ze in deze het goeie voorbeeld geeft. Leveranciers van werkkledij moeten inspelen op een vraag naar schone werkkleren.
Dit keer richt de sensibilisering zich niet op de consument maar vooral op het Belgische vakbondspubliek: ABVV en ACV trekken deze actie. Er wordt van de vakbondsmilitanten immers verwacht dat ze het probleem aankaarten op hun bedrijf. Vraag is natuurlijk of die daar oren naar hebben.
Filip Misplon van ABVV-textiel: ‘De meest enthousiaste reactie komt van die vakbondscentrales die al vertrouwd zijn met de SKC. De bediendencentrale is bijvoorbeeld al jaren betrokken bij de gesprekken met Carrefour, E5-mode en C&A. De Algemene Centrale Openbare Diensten (ACOD) betoont dan weer opvallend veel interesse omdat zij hoe dan ook al wilden inspelen op de actie rond schone kleren van sommige gemeenten. Meer algemeen worden de vakbonden in openbare diensten sowieso meer betrokken bij de aanschaf van werkkledij.’ Bovendien kunnen ze expliciet verwijzen naar het Federaal Plan voor Duurzame Ontwikkeling waarvan duurzaam aankopen een essentieel onderdeel is. ‘In de privé is het misschien minder evident. Sommige werkgevers vinden allicht dat hun personeel al blij mag zijn dat het in de huidige conjunctuur nog werk heeft en zich niet moet gaan bemoeien met de werkkledij.’ (jvd)

Acht uren op de tocht


Op 27 maart stelde de regering Bush een verandering voor aan de arbeidswetgeving in de VS. Kort samengevat komt het hierop neer: werknemers die overuren moeten kloppen, zouden voortaan kunnen kiezen tussen twee soorten vergoeding: ofwel het nu wettelijk geregelde loon (150 procent) ofwel recuperatie later (onbetaalde uren). De werkgever kan die recuperatie wel naar eigen believen regelen en tot een jaar lang uitstellen. Matthew Harwood van de actiegroep NOW noemt het een gigantisch cadeau aan de werkgevers, die geen belastingen moeten betalen op lonen die niet uitgekeerd worden, terwijl de gepresteerde uren natuurlijk wel resulteren in toegevoegde waarde. Bovendien vreest hij dat de achturendag op deze manier stilaan uitgehold wordt. ‘Honderdtwintig jaar democratische strijd wordt teruggeschroefd in minder dan twee jaar Bush. De robber barons * zouden trots zijn op deze president.’ (gg)
(*) De term robber barons werd in 1934 geïntroduceerd door politiek en economisch commentator Matthew Josephson (VS). Hij doelde ermee op de nieuwe, snel rijkdom vergarende ondernemers uit zijn tijd, die hij vergeleek met de roofridders uit de middeleeuwen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3068   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur