Dossier: 

Petromacht Canada

De energiegrootmacht van de 21ste eeuw zet de toekomst op het spel

Op de VN-Klimaattop in Durban eind 2011 werd Canada opnieuw uitgeroepen tot Fossiel van het Jaar. Canada kreeg die “prijs” van middenveldorganisaties omdat het van alle deelnemende landen op de conferentie het meest had dwarsgelegen. Nog geen dag na de afronding van de moeizame klimaatgesprekken trok Canada zich prompt terug uit het Kyoto-protocol. Portret van een petromacht.

  • CC kris krüg Fort McMurray is het hart van de Canadese olie-industrie. CC kris krüg
  • CC kris krüg Teerzanden nabij Fort McMurray, Alberta, Canada. CC kris krüg

In de weken na de klimaattop in Durban keurde Canada de uitbreiding goed van olieproductie uit teerzanden door oliegiganten als Exxon, Total en Suncor. De Canadese contracten zijn miljarden euro’s waard en moeten de olieproductie uit teerzanden met een miljoen vaten per dag opdrijven tegen 2020. Rekening houdend met de energie-intensieve ontginningsprocessen en de verbranding van de benzine en diesel die bij de winning nodig is, zal dat zorgen voor een bijkomende jaarlijkse uitstoot van 220 miljoen ton CO2. Dat is meer dan wat Nederland in 2009 uitstootte.

De verklaring voor Canada’s klimaatommezwaai ligt in de enorme greep die de fossiele energie-industrie op het land heeft verworven. In de provincie Alberta alleen al –de regio waar de teerzanden zich bevinden–werd sinds 2001 meer dan 230 miljard euro geïnvesteerd door de olie- en gasindustrie. De meeste investeringen zijn afkomstig van buitenlandse firma’s –Chinese investeerders bijvoorbeeld pompten 27 miljard euro in de provincie. De combinatie van de investeringen met de huidige hoge olieprijzen deed het bruto nationaal inkomen van Canada stijgen van gemiddeld 455 miljard euro per jaar in de jaren negentig tot meer dan 1200 miljard euro in 2011. Daarmee is de Canadese economie volgens de Wereldbank de tiende grootste ter wereld.

Energie-experts verwachten dat Canada tegen 2020 tot de top vijf van de olieproducerende landen zal behoren, met een productie van vier tot vijf miljoen vaten olie per dag. Tegen een verwachte marktprijs van 175 dollar per vat (132 euro) zullen de teerzanden op dat moment dan ook een jaarlijkse opbrengst van 242 miljard euro vertegenwoordigen. Die dagelijkse vier tot vijf miljoen vaten teerzandolie zullen jaarlijks resulteren in een miljard ton extra CO2 in de atmosfeer. Daarenboven zorgt de Canadese aardgasproductie tegen 2020 jaarlijks voor een half miljard ton CO2-uitstoot. En dan zijn er nog de miljoenen ton uitstoot die samenhangen met de exploitatie van de koolmijnen.

Nochtans concludeert elke klimaatanalyse dat de mondiale koolstofuitstoot tegen 2020 tussen zes en tien miljard ton lager moet liggen dan in 2011 –en dat de daling zich dan ook moet doorzetten. Als we er niet in slagen die reducties te realiseren, weten we dat de klimaatopwarming boven de gevaarlijke grens van 2°C uitstijgt, waardoor de planeet in gevaar komt.

Verslaafd aan olie-inkomsten

De groei van de Canadese fossiele energiesector is al bezig sinds de jaren negentig. In de aanloop naar een G8-bijeenkomst in 2006 riep premier Stephen Harper Canada trots uit tot ‘een opkomende energiegrootmacht’. Harper, de zoon van een directeur van een oliemaatschappij, vermeldde er toen niet bij dat die grootmacht gebaseerd zou zijn op fossiele energie. Op dit moment is Canada reeds de derde grootste producent van aardgas, de zevende grootste olieproducent en een van de tien grootste kolenproducenten.

‘Canada is een petrostaat geworden’, zegt Andrew Nikiforuk, een journalist uit Alberta en auteur van het bekroonde boek Tar Sands: Dirty Oil and the Future of a Continent. ‘De overheden van Canada en Alberta lobbyen nu voor de belangen van de olie-industrie en verzetten zich tegen gelijk welke beperking op CO2-uitstoot om de klimaatverandering te bestrijden.’

De reden is niet ver te zoeken. De federale overheid van Canada int jaarlijks zowat 3,8 miljard euro uit de teerzandindustrie. De lokale overheid in Alberta inde in 2005-2006 ruim tien miljard euro, zo valt op te maken uit de statistieken die door de industrie zelf bijgehouden worden. De overheden geraken natuurlijk verslaafd aan die inkomsten en dus maken ze alleen nog keuzes die de groei van de industrie verder stimuleren, stelt Nikiforuk..

Giftig water

De groei van de fossiele energie-industrie en -investeringen is nergens sneller gegaan dan in de Canadese teerzandenregio, die 140.000 vierkante kilometer groot is –groter dus dan Nederland, België, Zwitserland en Denemarken samen. In 1999 produceerde de regio 300.000 vaten per dag, in 2011 voorzag het grootste industriële project ter wereld de Amerikaanse markt van 1,6 miljard vaten ruwe olie per dag.

Het zwarte goud dat verscholen ligt onder de oerbossen en draslanden van Alberta is een teerachtig materiaal dat bitumen genoemd wordt. Het wordt ofwel opgegraven in enorme open-put-mijnen met ‘s werelds grootste mijnmachines, ofwel wordt hoog verhitte stoom in de diepe ondergrond geïnjecteerd om de bitumen te smelten. Aarde, zand en bitumen moeten dan gescheiden worden door gebruik te maken van chemicaliën, hitte en water. Het hele proces consumeert gigantische hoeveelheden water en aardgas om dat water te verwarmen. Het grootste deel van het water wordt daarbij giftig vervuild en moet opgeslagen worden in bekkens die tot de grootste van de wereld behoren en makkelijk zichtbaar zijn vanuit de ruimte. Volgens een studie uit 2009 van de Canadese milieuorganisatie Environmental Defence lekken die opvangbekkens jaarlijks ongeveer elf miljoen liter giftig water.

Een aantal wetenschappelijke studies concludeert in elk geval dat de vervuiling niet deftig wordt gecontroleerd. De echte omvang van de vervuiling van lucht en water is dus niet gekend, net zomin als de gezondheidsrisico’s voor de lokale en inheemse bevolking. De impact op de bedreigde kariboe en andere wilde dieren wordt straal genegeerd, zeggen activisten.

Canada was op het vlak van milieu ooit een voortrekker. Maar vandaag doet de overheid er alles aan om het versterken van milieustandaarden door andere landen te voorkomen, zegt Nikiforuk. ‘Kijk maar naar de verwoede lobby-inspanningen die Canada gedaan heeft om de Europese en Californische plannen voor lagekoolstofbrandstoffen te dwarsbomen.’

Het is triest te zien hoe de Europese Commissie zich plooit naar lobby van buitenaf. Canada dicteert de EU de wet.

Lobby-offensief

De Europese Unie wou oliebedrijven dwingen hun broeikasuitstoot tegen 2020 met zes procent te verminderen in vergelijking met 2010. Een essentieel onderdeel van dat plan was het becijferen van de hoeveelheid CO2 in de diverse brandstoffen. De Europese Commissie vroeg daarom aan experts van de Stanford Universiteit in Californië om een wetenschappelijke analyse van de teerzand-brandstof te maken. In 2011 concludeerde die studie dat de ontginning van teerzandolie vijfmaal meer koolstofuitstoot veroorzaakt dan gemiddeld. Tijdens de hele cyclus –van boorput tot brandstoftank– produceert teerzandolie volgens de studie twintig procent meer CO2 dan conventionele olie.

Om te voorkomen dat teerzandolie formeel het “hogekoolstof-label” zou krijgen, lanceerde Canada een massieve advertentie- en pr-campagne in Groot-Brittannië en de rest van Europa, zegt Darek Urbaniak van Friends of the Earth Europe (FoEE). Zijn organisatie deed onderzoek naar het Canadese offensief en stelde vast dat de Canadese overheid in Europa meer dan 110 lobby-initiatieven had opgezet tussen september 2009 en mei 2011. Dat zijn dan enkel nog de publieke evenementen waarover FoEE geïnformeerd werd door een beroep te doen op de Wet op de Openbaarheid van Bestuur. ‘Achter de schermen zijn er nog een heleboel activiteit waar we weinig over weten’, zegt Urbaniak. Ook Europarlementslid Satu Hassi van de groene fractie stelt dat de Canadese overheid het Europees Parlement op onaanvaardbare manier heeft proberen beïnvloeden.

Die pr-inspanningen, samen met dreigementen om Europa voor de arbitrage van de Wereldhandelsorganisatie te slepen, lijken vruchten af te werpen. In de Europese ontwerpdocumenten die in oktober 2011 gepubliceerd werden, stonden wel degelijk de hogere koolstofwaarden voor teerzandolie, maar in de recentere versies van de documenten is daar volgens Hassi geen sprake meer van. ‘We zijn erg teleurgesteld in de Europese Commissie. Het is triest te zien hoe ze zich plooit naar een lobby van buitenaf.’ Zoals het er nu naar uitziet, zal de kwaliteitsrichtlijn voor brandstof zijn vooropgestelde doel missen. ‘Canada dicteert de EU de wet’, concludeert zij.

Gek genoeg importeert Europa niet eens brandstof uit teerzanden. De echte reden waarom Canada een tot twee miljoen euro veil had voor zijn lobby-inspanningen is dan ook de voortrekkersrol van Europa inzake milieudoelstellingen, denkt Urbaniak. Want indien Europa de teerzanden zou klasseren als “vuile brandstof”, dan zou Californië met zijn nieuwe lagekoolstofstandaarden voor brandstof zeker volgen. En Californië is niet alleen een grote afzetmarkt, het heeft ook een veel grotere raffinagecapaciteit dan Canada én het is de poort naar China en andere Aziatische markten.

De beslissing van de regering-Obama om de bouw van de Keystone XL-pijpleiding –die de Canadese gesmolten bitumen richting raffinaderijen in de VS moet transporteren– voorlopig niet goed te keuren, werd in Canada beantwoord met Aziatische diplomatie. Op 6 februari vertrok premier Harper met een goed deel van zijn regering naar China, onder andere om de Canadese olie daar aan te bieden.

Slecht rapport

‘De beslissing om gebruik te maken van ons recht om uit het Kyoto-protocol te stappen, was een vroeg kerstgeschenk voor mezelf en voor Canada’, zei de Canadese minister voor Milieu Peter Kent tijdens een toespraak in Calgary, Alberta, op 26 januari. ‘Dat was allesbehalve een moeilijke beslissing.’

Onder het Kyoto-protocol beloofde Canada zijn CO2-uitstoot tegen 2012 met zes procent te verlagen in vergelijking met 1990. In 2010 bevond de Canadese uitstoot zich echter 26 procent boven de norm van 1990. ‘Waarom wordt Canada met zo’n slecht rapport eigenlijk nog toegelaten als deelnemer van de VN-Klimaatonderhandelingen?’, vraagt Urbaniak. ‘Ze zouden eruitgezet moeten worden.’

Een van de belangrijkste redenen voor de sterk gegroeide Canadese uitstoot is de toename van de teerzandexploitatie. Een andere reden is het gebrek aan actie. ‘Canada keurde het ene plan na het andere goed, maar heeft intussen niets gedaan om zijn uitstoot te verminderen’, zegt Hannah McKinnon van het Climate Action Network, een ngo die in Canada actief is. Canada zweeft tussen de zevende en achtste positie in de top tien van grootste CO2-uitstoters ter wereld en het is het enige land dat zich teruggetrokken heeft uit het Kyoto-protocol, stelt McKinnon vast. Ze nam in Durban deel aan de Klimaattop en zag daar dat de vertegenwoordigers van andere landen ‘gedegouteerd waren door het optreden van Canada’ en door de pogingen om vooruitgang te blokkeren. ‘De trieste, hypocriete realiteit is dat Canada beweert dat het bezorgd is om de verwoestende impact van klimaatverandering, maar dat we niets doen om die te voorkomen.’ Niet dat de Canadese regering helemaal niets onderneemt. McKinnon: ‘Telkens er kritiek komt op de het gebrek aan daadkracht of op de vervuiling die samenhangt met teerzandolie, schiet de regering Harper in actie… om een nieuwe pr-campagne te lanceren. Alleen voor regulering en het terugdringen van CO2-uitstoot is er geen geld.’

Een paar dagen nadat ik met McKinnon sprak, schrapte de regering-Harper een populair “groen renovatieprogramma” –investeringen om bestaande woningen energie-efficiënter te maken, werden tot 3700 euro terugbetaald. Toen de regering de subsidie schrapte, was nog maar de helft van het voorziene budget van 150 miljoen euro besteed. Volgens McKinnon is de grote meerderheid van de Canadezen zich niet bewust van de impact die de teerzanden en hun fossiele-energie-grootmachtbeleid hebben op de samenleving. Daarom is ze blij met de vragen die vanuit Europa komen.

‘De olierijkdom heeft de cultuur van Canada zonder twijfel veranderd’, zei Nikiforuk. ‘De Canadese media hebben de hele problematiek ontweken of ze hebben zich opgesteld als supporters voor de energiesector. De teerzanden zijn intussen gewoon te belangrijk geworden en hebben een enorme impact op de Canadese politiek, economie en ecologie.’ Ook hij hoopt nog op de stem vanuit de VS en de EU om de Canadezen wakker te schudden. ‘Zonder buitenlandse vragen bij de teerzanden en de storende rol die Canada bij de klimaatonderhandelingen speelt, zie ik weinig hoop. De EU en de VS kunnen ons dwingen tot een nationaal debat over fossiele energie en de toekomst.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift