Pingpong met asielzoekers

België stuurt asielzoekers die elders al een aanvraag indienden zonder pardon terug. Ook al kunnen de gevolgen dodelijk zijn, zoals voor de Tsjetsjeen Isa Abubakarov. Nochtans is een humanitair asielbeleid niet verboden.
De Tsjetsjeense asielzoeker Isa Abubakarov was net geen veertig toen hij in oktober 2006 stierf in een ziekenhuis in het Poolse Warschau. Hij overleed aan de gevolgen van een zware vorm van hepatitis C, een diagnose die een half jaar eerder in het Belgische Tropisch Instituut was gesteld. Abubakarov, die in België asiel had aangevraagd, had medische opvolging nodig, zo constateerden de artsen. Toch stuurde de Belgische Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) de zieke asielzoeker naar Polen, een land waar de medische hulpverlening voor asielzoekers zeer ontoegankelijk is. Polen was het land waarlangs Abubakarov Europa was binnengekomen en dus, volgens de strikte toepassing van de Dublin II-Verordening, verantwoordelijk voor de behandeling van zijn asielaanvraag. Die verordening bepaalt dat slechts één lidstaat verantwoordelijk is voor het behandelen van een asielaanvraag. Dublin II is in 2003 opgesteld om “asielshoppen” te voorkomen.
De medicijnen ­–onder meer antibiotica– die Abubakarov in België meekreeg, werden hem in de luchthaven van Warschau afgenomen. Nadat hij maandenlang zonder voldoende medische begeleiding in opvangcentra verbleef, werd hij ten slotte vrijgelaten. Te laat, de ziekte was te ver gevorderd. Abubakarov stierf door de grove nalatigheid van een kil asielbeleid. Door de Dublin II-Verordening soepeler toe te passen, op basis van het soevereiniteitsbeginsel of om humanitaire overwegingen, had België zijn dood kunnen voorkomen.

Achter de regels


Volgens vluchtelingenorganisaties maken lidstaten te weinig gebruik van de soepelheid die Dublin II toelaat. Vluchtelingenwerk Vlaanderen stelde vast dat België de regels van de verordening te strikt en te restrictief toepast en nauwelijks ruimte laat voor menswaardige oplossingen. Asielzoekers die Europa trachten binnen te komen langs de grenslanden Griekenland, Polen of Slowakije, hebben pech. De asielprocedures in deze landen laten te wensen over en de kwaliteit van het opvangbeleid lijkt nergens op.
Vooral de vele Tsjetsjenen die hun land ontvluchten en gedwongen zijn om langs de Oost-Europese lidstaten Europa binnen te komen, zijn bijzonder kwetsbaar. De Poolse opvangcentra zitten voor 95 procent vol met vluchtelingen uit de Russische Federatie, voornamelijk Tsjetsjenen. Terwijl de situatie in Tsjetsjenië bijzonder ernstig is –wat DVZ-directeur Freddy Roosemont recent nog bevestigde– is de erkenningsgraad voor Tsjetsjeense vluchtelingen in sommige Europese grenslanden heel laag.
‘In Slowakije, waar ook nogal wat Tsjetsjenen toestromen, is de erkenningsgraad nihil’, zegt Annemarie Gielen van Pax Christi. ‘Polen doet ietsje minder slecht en erkent 5 tot 6 procent van de Tsjetsjeense vluchtelingen (cijfers van 2006, nvdr).’ De Tsjetsjenen die toch erkend worden, zijn echter niet meteen beter af, zegt Gielen. Ze krijgen nauwelijks toegang tot de samenleving en de sociale zekerheid, laat staan tot de Poolse arbeidsmarkt, die met een hoge werkloosheid kampt. Wie erkend wordt, moet het opvangcentrum verlaten en belandt op straat. ‘Zij die nog in de procedure zitten, hebben tenminste nog een dak boven hun hoofd.’ Alleen is dat dak bijzonder gammel, de Poolse opvangcentra staan niet echt bekend om hun gastvrijheid en kwaliteit.

Reis langs asielcentra


‘Dublin II vertrekt vanuit de fictie dat het Europees asielbeleid in alle lidstaten even kwalitatief is’, zegt Europees parlementslid Bart Staes (Groen!). Na het horen van de getuigenissen van de Tsjetsjeense vluchtelingen over de mensonwaardige behandeling die ze in Polen kregen, trok Staes vorig jaar naar Polen om er de situatie in de 17 opvangcentra te onderzoeken. Zijn conclusie: het asiel- en opvangbeleid is ondermaats. ‘Klopt, asiel en migratie zijn geen politiek item in Polen’, zegt Jörg Gebhard, doctor in de Oost-Europese geschiedenis.
Gebhard begeleidde Staes op zijn reis langs asielcentra en heeft ook zelf als vrijwilliger in een Pools opvangcentrum gewerkt. Gebhard: ‘Slechts vier centra zijn in handen van de overheid, de andere behoren toe aan privé-eigenaars en zijn in zeer slechte staat. Enkel Linin werd gerenoveerd, met Europees geld.’ Ook een integratiebeleid ontbreekt in Polen.
Toch ligt de bal niet alleen in het kamp van landen zoals Polen en Griekenland. Volgens ngo’s en parlementsleden moet Europa zijn verantwoordelijkheid opnemen en de rechten van asielzoekers in alle lidstaten, zeker die in de grenslidstaten, volledig en correct garanderen.
Samen met de Europese Groene Partij pleit Bart Staes voor een gemeenschappelijk en rechtvaardig Europees asielbeleid, met een eerlijke verdeling van de lasten voor alle lidstaten. Er is nog teveel ruimte voor problemen, met menselijke drama’s tot gevolg. Zo gebeurt het in Griekenland regelmatig dat de autoriteiten de asielprocedure van een derdelander die werd teruggestuurd op basis van Dublin II stopzetten. Daardoor kunnen asielzoekers worden teruggestuurd zonder een onderzoek van hun asielaanvraag, wat bijvoorbeeld gebeurde nadat België Turkse Koerden terugstuurde naar Griekenland.

Fairplay


België is heel karig om de humanitaire clausule toe te passen, zegt Caroline Stainier van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding. ‘Lidstaten zijn pas verplicht gezinshereniging voor asielzoekers toe te staan als het om het kerngezin gaat, bij partners of minderjarige kinderen. De humanitaire clausule biedt de kans om buiten deze strikte voorwaarden een gezin samen te houden, bijvoorbeeld in het geval van zieke familieleden.’
Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding stelt het bijna systematisch opsluiten van asielzoekers –waaronder ook families met kinderen– in het kader van Dublin II in vraag. Met de nieuwe wetgeving kan België niet alleen “Dublin II-gevallen” opsluiten, maar ook asielzoekers waarvan nog niet duidelijk is of ze elders al een asielaanvraag hebben ingediend.’
In de opvangcentra, Merksplas en zeker 127 Bis, stijgt het aantal Dublin II-gevallen, mensen die tot vier maanden wachten tot ze worden overgedragen. En terwijl België zelf een hoge erkenningsgraad heeft voor Tsjestjeense vluchtelingen, vertrokken in 2006 tien begeleide vluchten met Tsjetsjeense asielzoekers vanuit 127 Bis naar Polen. Wat er met deze vluchtelingen gebeurt eenmaal ze zijn overgedragen, behoort niet tot het takenpakket van DVZ, klinkt het. Vluchtelingenwerk, dat de problemen aankaartte bij DVZ, kreeg op de vergadering te horen dat DVZ ervan uitgaat dat elke Europese lidstaat zijn verplichtingen inzake de internationale vluchtelingen- en mensenrechten nakomt. In het geval van de Tsjetsjeense Isa Abubakarov had België Polen op de hoogte gebracht van zijn ziektetoestand. Het bleek onvoldoende.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur