Planten voor God en klein Pierke

Dat er in het noorden van de Filipijnen nog ongerepte wouden liggen, is ondermeer te danken aan de decennialange strijd van Jan Couvreur. Een West-Vlaamse scheutist die uitgroeide tot een Filipijnse milieuheld.

  • Peter Dupont 'Groene priester' Jan Couvreur. Peter Dupont

Dit ziet een Vlaming op weg van Metro Manila naar het noorden van de Filipijnen: een groen cultuurlandschap dat naar het majestueuze Sierra Madre gebergte golft. Gewend aan een volgebouwd Vlaanderen lijkt deze streek hem feeëriek.

Maar dat is slechts schijn. Niet zo lang geleden domineerde hier het woud. Nu schuren de laatste tropische wouden tegen de diepgroene ruggen van het Sierra Madre en de Filipijnenzee aan, ver weg in het oosten. Ook dit biologische paradijs dreigt dooraderd te worden met wegen, akkers en boomkraters. Dat dit nog niet is gebeurd, is te danken aan Jan Couvreur aka ‘Father John’.

Ik hoorde de naam van Father John voor de eerste keer afgelopen juli, op doortocht in de provincie Isabela. Zes maanden later schud ik de hand van deze legendarische priester-strijder (66), moreel kompas tot ver buiten zijn St. John the Evangelist parochie in Quirino. Een schaduwrijke passage scheidt zijn parochiehuis van een typische tropenkerk. Meer dan zeshonderd bomen op deze vier hectare grote kampong weren de hitte. ‘Allemaal zelf geplant,’ zegt de pater Scheutist uit Roeselare trots. ‘Onze gemeente is qua bosbouw de actiefste in de Filipijnen.’


Quirino

Grot van Ali Baba in de uitverkoop

Bosbouw is het nieuwe modewoord op de Filipijnen. Met het Philippine’s National Greening Program wil de overheid 1,5 miljard bomen op 1,5 miljoen hectaren planten. Op een eeuw tijd verloor het land de helft van zijn bosoppervlak. Sinds de Spanjaarden in de zestiende eeuw de eilanden koloniseerden, tuk op meer dan scheepshout, verloor het land vier vijfde van zijn bossen. Momenteel resten er minder dan 7,5 miljoen hectaren woud.

De impact van dit woudverlies op mens en dier is enorm. Tyfoons krijgen vrij spel, modderstromen en overstromingen eisen steeds meer levens, de bioculturele diversiteit verschrompelt zienderogen. Het moratorium op houtkap dat president Benigno Aquino na de zoveelste dodelijke overstromingen in 2011 instelde, wordt door de Filipino’s naarstig omzeild.

Moeder Natuur heeft zich op de Filipijnen helemaal laten gaan. Natuurlijk kapitaal lijkt een garantie voor de toekomst van het land. Maar de eilandennatie is bezig om haar grot van Ali Baba gezwind in de uitverkoop te zetten. Natuur, oorspronkelijke volkeren en mensenrechten worden haast dagelijks geslacht op het altaar van het turbokapitalisme.

Hele regio’s worden gemilitariseerd en leeggezogen door machtige politici en hun achterban. Activisten, rechters, advocaten, journalisten, priesters, parkwachters, burgemeesters en andere dwarsliggers, worden het zwijgen opgelegd Filipino style: een voorbij snorrende motor, een onverwachte bezoeker gevolgd door een kogel in de kop. Sinds 2011 werden er 21 boswachters vermoord, sinds 1992 meer dan 70 journalisten.

Groene priester

Toen hij begin jaren zeventig in het noorden van de Filipijnen arriveerde, zag Jan Couvreur tientallen vrachtwagens met boomstammen langs de weg van Gonzaga naar Manila staan. Houthandel was nog legaal. ‘Voor ieder gekapte boom moesten er vijf worden geplant, maar dat gebeurde niet. De mensen van het Department of Environment and Natural Resources (DENR) werden systematisch omgekocht. Hele bergen werden kaalgekapt. In een gemeente als San Mariano vond je toen nog plaatsen waar het verval in de rivier groot was, met grote en kleine rotsblokken. Nu is al volgeslibd en staat de rivier na een uur regenen buiten zijn oevers.’

Quirino ligt in de mooie provincie Isabela, in het extreme noordoosten van Luzon, het grootste eiland van de Filipijnen. Samen met de naburige provincie Cagayan vormt dit een van de biocultureel meest waardevolle streken ter wereld. Tjokvol endemische flora en fauna: de Filipijnse arend, de Filipijnse krokodil, de Filipijnse oehoe, de Filipijnse dwergijsvogel: dit is hun biotoop.

Op een oppervlakte zo groot als vier vijfde van Vlaanderen leven 2,6 miljoen mensen en zes etnische groepen: Ilocano, Ibanag, Malaueg, Itawi, Gaddang en Aetas, een negrito-volk dat tienduizenden jaren geleden op de Filipijnen arriveerde. Midden deze bioculturele diversiteit leeft Jan Couvreur, de laatste Vlaamse scheutist in een regio waarvan het maatschappelijke weefsel sinds 1907 door meer dan 400 Vlaamse missionarissen van de Congregatio Immaculati Cordis Mariae (CICM) of Scheut werd veranderd.

Couvreur leeft al meer dan 40 jaar op de Filipijnen. In de gemeente Gamu ging hij vijftien jaar lang als een Don Camillo de strijd aan met de plaatselijke Peppone. Voor de rechten van de gewone mensen. ‘Het was een harde leerschool maar het bereidde me voor op mijn nieuwe taak in San Mariano,’ zegt hij. Het was daar dat father John in 1993 zijn duivels ontbond tegen de illegale houtkap. In de jaren tachtig draaide het gezeur van kettingzagen er nog op volle toeren. Het ongerepte woud werd er door negentien bedrijven in een rotvaart aan planken gezaagd. Het verbod op legale houtkap in 1991 veranderde niets aan de situatie. Legale werd illegale houtkap.

‘De kerk had mij op het hart gedrukt om mij niet te bemoeien met de houtkap in een gemeente die voor meer dan de helft bestond uit tropische wouden. Maar ik kon het niet laten. Zorg voor natuur en milieu, de bescherming van armen en verdrukten is een deel van mijn missie en die van mijn orde.’ Father John werd een green priest.

Negen aanslagen

Met zijn zevenen eten we in de grote keuken van de pastorie. Father John wisselt vloeiend Ilocano af met Filipino, Engels en Nederlands. Hij vertelt over de tyfoon die hem in 1993 in de groene strijd wierp. Couvreur: ‘Duizenden illegaal gekapte boomstammen waren vanuit de bergen in San Mariano beland. We wilden dat dure narrahout recupereren voor reparaties aan de gebouwen. Maar dat was tegen de zin van het Department of Environment and Natural Resources (DENR). Ik vond het tijd voor people power. Met 400 mensen in kleine vrachtwagens, jeepney’s en tricycles blokkeerden we het transport en konden we 40 procent van het hout houden.’

Einde 1994 richtte Couvreur het San Mariano Multi Sectoral Protection Committee (MFPC) op tegen de illegale houtkap en corruptie van de DENR. ‘Hun mensen lieten zich massaal omkopen, hun checkpoints waren cashpoints.’ Couvreurs nachtpatrouilles controleerden de rivieren en stopten vrachtwagens, namen hout in beslag en veroorzaakten zware politieke deining. ‘Daarom stichtten we met de bisschop en enkele priesters een diocesane actiegroep ter bescherming van het milieu.

Couvreur zou in San Mariano meer dan 1,5 miljoen kubieke duim in beslag nemen, wat tot harde reacties bij zijn vijanden leidde. ‘Aan negen aanslagen ben ik ontsnapt. Hier is altijd wel iemand bereid om je voor minder dan honderd euro om zeep te helpen,’ zegt hij. ‘Als Filipino priester was ik al honderd keer vermoord. Maar de mensen beschermden mij.’

De toestand werd elke dag meer gespannen, de DENR bleef valse transportbewijzen uitschrijven en illegale transporten begeleiden. Mensen werden bedreigd. ‘Uiteindelijk zijn 12.000 mensen uit de hele provincie voor een rally naar San Mariano gekomen. We haalden de nationale media en de nieuwe gouverneur Grace Padaca steunde onze zaak. Zo zijn we erin geslaagd om de illegale houtkap in de provincie Isabela een serieuze slag toe te brengen.’

Alomtegenwoordig geweld

In 2002 eindigde Couvreurs herderschap in San Mariano en werd hij priester in Quirino, veertig kilometer ten noordwesten van San Mariano. ‘Hier is al heel lang geen woud meer. Bij mijn aankomst waren er streken zonder een enkele boom. Dat verandert nu. Voor het Philippine’s National Greening Program trekt onze gemeente de kar: 400 ha is nu aangelegd, nog 300 te gaan. Dat gaat met vallen en opstaan. Meer dan 60 hectare moesten heraangelegd worden na een brand. Dat is typisch Filipijns: geen onderhoud, geen brandweerwagen in een streek waar slash and burn of brandlandbouw gewoon is. Iedere zomer worden duizenden hectaren in brand gestoken om nieuw gras de kans te geven en de carabao’s te voeden.’

Couvreur vecht als hoofd van de ‘ecology desk’ van het bisdom Illagan verder tegen de ontbossing in de provincie. Op de grond, op het water en in de lucht. ‘We houden helikopterinspecties, maar dat levert niet altijd succes op. De corruptie blijft een moeilijke dobber. Het is eigen aan de Filipijnse cultuur, in alle maatschappelijke geledingen. Zelfs voor iemand die hier al lang woont, blijft dat moeilijk te begrijpen.’

Couvreur loodst me doorheen Quirino. Net zoals elders in het land zijn er wegenwerken, dankzij de nakende verkiezingen. Elk dorp heeft een wegblokkering. ‘Er wordt minder gekapt dan vroeger, maar de vernietiging van de natuur gaat verder,’ peinst Couvreur. ‘De mensen in San Mariano vragen me nog steeds om terug te keren. Doe ik niet, ze moeten leren hun eigen zaken in handen nemen.’

Landgrabbing is nog steeds schering en inslag: ‘Het land wordt van de oorspronkelijk bevolking gestolen. De Agta hebben geen eigendomsbewijs of geld voor een rechtszaak. Zo kunnen politici een pak gronden op eigen naam zetten. Agta hebben geen poot om op te staan. Rechters zijn vaak corrupt. Politici zijn via vriendschappen en familiebanden verbonden met elkaar, met organisaties, de overheid, de politie.’ Met dank aan het padrino- en compadresysteem. ‘Dat betekent dat alle leden van zo’n netwerk elkaar moeten helpen. Zoniet volgen represailles. Hier in Quirino zijn daardoor al vier dorpshoofden vermoord. Geweld op de Filipijnen is zo verschrikkelijk banaal en alomtegenwoordig.’

Vijf na twaalf

’s Avonds gaan alle deuren en ramen van de pastorie stevig dicht. Aan de tv ligt de serie De Aarde vanuit de Hemel van Yann Arthus-Bertrand. ‘Een mooie, leerrijke reeks,’ zegt Couvreur. ‘Iedere zondag na de mis kan de jeugd ze bekijken, 22 weken aan een stuk. Als regionale coördinator voor CICM in Azië heb ik ervoor geijverd om via deze reeks het milieubewustzijn van jongeren ook in onze vijf andere districten te vergroten: in Japan, Indonesië, Mongolië, Hong Kong en Singapore. De jeugd geeft me hoop.’

Toch is Couvreur niet optimistisch over de groene toekomst van zijn nieuwe land. ‘Als het hout op is, rest er niks meer. De illegale houtkap gaat verder. Het is vijf na twaalf is voor de Filipijnse wouden. Ze gaan door tot er geen boom meer staat. Dit is tenslotte de Filipijnen: alles of niets. Zolang de president en de minister van Milieu voor ‘selectieve’ houtkap pleiten, zullen de kettingzagen zingen.’

Om de drie jaar gaat Couvreur op vakantie in België. ‘Maar ik keer niet meer definitief terug. Ik heb nog nooit heimwee naar België gehad. Maar in België mis ik de Filipijnen, altijd. In België ben je een nummer, hier niet. De vrijheid hier is enorm.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift