Pleidooi voor een minder vluchtige journalistiek over Syrië

De berichtgeving in de Vlaamse media over het conflict in Syrië werd de voorbije maanden dikwijls gekenmerkt door een gebrek aan grondige duiding. Toegegeven, Syrië is complex. De Syrische opstand en haar achterliggende breuklijnen zijn dit des te meer. De geslotenheid van het land en de moeilijke toegang tot objectieve informatie verklaren wellicht waarom men zich in de verslaggeving dikwijls laat (mis)leiden door ronkende titels en indrukwekkende beelden.

  • Ali Farzat Een cartoon van Ali Farzat, Syrisch dissident kunstenaar en befaamd cartoonist. Het opschrift op de tekening: 'De verslaggeving door de pers.' Ali Farzat

Nochtans bestaat de nood en is er interesse voor meer duiding. Graag zou ik daarom hier, met betrekking tot het conflict in Syrië, een pleidooi willen houden voor een minder vluchtige en een meer analytische journalistiek. Ik doe dit onder meer aan de hand van twee recente voorbeelden.

TerZake

Een eerste voorbeeld: de TerZake–uitzending van dinsdag 17 juli op CANVAS. Terwijl de studiogast verklaarde dat “de slag om Damascus” definitief was begonnen, werd een montage van videobeelden getoond die hevige artilleriebeschietingen, gevechten en bombardementen moesten suggereren in de hoofdstad. Echter, behalve enkele seconden beeldmateriaal van een groep schietende rebellen ergens in de buitenwijk Tadamun, had de rest van de montage helemaal niets met Damascus te maken.

Het betrof immers beelden van het contra-offensief van het Syrische regime tegen de strategische soennitische provinciestad Talbisa, een 200-tal km ten noorden van Damascus. Samen met een aantal andere door de rebellen van het “Vrije Syrische Leger” gedomineerde soennitische provinciesteden in het noorden van het land (op en rond de strategische as Aleppo — Homs), ligt Talbisa reeds maandenlang onder vuur van het Syrische leger.

Het feit dat Talbisa op de getoonde videobeelden ook door de opstandelingen expliciet in het Arabisch werd vermeld, zowel in beeld als op de geluidsband, werd door de journalisten in de studio niet opgemerkt. De beelden dienden immers het verhaal te ondersteunen van de journalistieke perceptie van de eindstrijd in Damascus. Door de gratuite montage van beeldmateriaal heeft de redactie van TerZake de werkelijkheid onrecht aangedaan.

De Standaard

Een tweede voorbeeld: in de krant De Standaard las ik op donderdag 19/07 een uitgebreid artikel onder de titels: Eindstrijd in Damascus ingezet en ‘De revolutie zit nu overal’. Deze keer zijn we als lezer getuige van het “beleg van Damascus” (sic).

Ter staving wordt onder meer verwezen naar het belegerde Douma, dat in het artikel wordt voorgesteld als een ‘wijk’ van Damascus. Douma is inderdaad sinds het begin van de revolutie een bastion van de gewapende opstand. Het is een erg conservatieve, homogeen soennitische stad met 100.000 inwoners, en zoals de meeste gebieden waar de revoltes zijn uitgebroken, economisch en politiek volledig gemarginaliseerd. Maar Douma is geen stadswijk van de hoofdstad, maar wel een aparte stad op 15 km afstand, of, zo men wil, een satellietstad. De stad is sinds juni jongstleden heroverd door het Syrische leger. De rebellen werden er grotendeels verdreven.

En opnieuw wordt het verhaal begeleid door een beeld. Dit keer een foto van rookpluimen temidden van flatgebouwen. Het onderschrift luidt: “Rook komt uit gebouwen in de wijk Jouret al-Shayyah in Damascus. Het beeld komt van een filmpje op You Tube”. Probleem: Jawrat ash-Shayyah is een wijk in Homs, de derde grootste stad van het land. Ook al wordt er niet over bericht in onze media, de wijk Jawrat ash-Shayyah wordt sinds een tweetal maanden zo goed als dagelijks gebombardeerd en bestookt met zwaar artilleriegeschut. De bevolking is op de vlucht, straten liggen in puin. Puin en rookpluimen zijn een dagelijkse realiteit in de soennitische wijken van Homs, de “hoofdstad van de revolutie” (‘âsimat ath-thawra): het is hier waar in juli 2011 de eindstrijd tegen het Asadregime is begonnen. De opstandelingen van het “Vrije Syrische Leger” proberen nu reeds meer dan een jaar vruchteloos de stad in handen te krijgen.

Homs

Het zou interessant zijn om in de verslaggeving zich niet te veel te laten leiden door het beeld van de dag, dat dikwijls fout wordt geïnterpreteerd, maar meer tijd en ruimte te bieden voor grondige analyse.
Homs is representatief voor de communautaire mosaïek van het land, en biedt daarom ook een voorproefje van hoe “het beleg van Damascus” er zou kunnen uitzien. De bevolking telt 64% Soennieten, 25% Alawieten, 10% christenen, en nog enkele Ismaëlieten en twaalver-sji’a. Soennieten en Alawieten leven er in hun eigen wijken, strict gescheiden van elkaar.

Net zoals in Damascus zijn de militaire bases rondom de stad quasi volledig bemand door Alawitische eenheden. Sinds de opstand eind jaren 1970 van de Moslimbroeders is dit een essentiëel deel van de defensiestrategie van het regime: Alawitische militaire eenheden vormen een veiligheidsgordel rondom de stad, ook in Damascus. Zij bombarderen en omsingelen de bastions van de opstand: de soennitische wijken, zoals bijvoorbeeld de wijk Jawrat ash-Shayyah in Homs.

Homs, een stad van 800.000 inwoners, was om diverse redenen tot nog toe de enige echte grootstad waar de gewapende opstand tegen het regime voet aan de grond heeft kunnen krijgen. Na een jaar van af-en-aan gevechten houden de rebellen in een aantal soennitische wijken weliswaar nog steeds stand, maar zijn wel erg verzwakt. Enkele dagen geleden werd nog een dramatische noodkreet gelanceerd door lokale strijders van het “Vrije Syrische Leger” voor het sturen van munitie en extra manschappen. Er zijn voedseltekorten en water en electriciteit werden afgesneden.

De gewapende opstand heeft zich niet kunnen verspreiden naar de andere soennitische, christelijke en Alawitische wijken van de stad. In Damascus zien we voorlopig eenzelfde scenario ontluiken. De stad is omringd door militaire bases die voornamelijk bemand worden door Alawitische eenheden die loyaal zijn aan het regime. Samen met hun families gaat het hier al gauw om meerdere honderdduizenden personen, de meesten afkomstig uit het Alawitische hartland (de kustprovincies Lattaqiyya en Tartus). Zij hebben zich gevestigd in homogeen Alawitische wijken rondom Damascus.

De gewapende opstand vindt hoofdzakelijk plaats in gemarginaliseerde soennitische steden en voorstadswijken rondom Damascus. De christelijke, Druzische, en Alawitische wijken en migratiesteden in Damascus en ten zuiden van de hoofdstad blijven tot nog toe loyaal aan het regime. Net zoals in Homs zal het regime al haar vuurkracht inzetten tegen de opstandige soennitische periferie van Damascus, in de verwachting dat andere gemeenschappen van de metropool niet zullen solidariseren met de soennitische opstandelingen.

Uitputtingsslag

De eindstrijd moge dan wel zijn uitgebroken, in Damascus bevindt zij zich nog maar in de beginfase. Idem voor Aleppo. Naar analogie met de steden Homs en Douma is het regime nu begonnen met het uitvoeren van haar ‘counterinsurgency’ strategie. De zone’s waar de rebellen actief zijn zullen wijk na wijk bestookt worden door het Syrische leger totdat de bevolking er op de vlucht slaat. Zij die achterblijven zullen worden gecategoriseerd als opstandeling en worden zonder pardon gedecimeerd. Het is dus nog te vroeg om van een definitief keerpunt te spreken. Er zullen nog heel wat etappes volgen. Het wordt een uitputtingsslag.

Zolang het regime niet van binnenuit implodeert, valt te vrezen dat het geweld alleen maar verder zal escaleren en meer en meer een sectarisch karakter krijgt. Het zou daarom interessant zijn om in de verslaggeving zich niet te veel te laten leiden door het beeld van de dag, dat dikwijls fout wordt geïnterpreteerd, maar meer tijd en ruimte te bieden voor grondige analyse.

Matthias Biesemans is arabist en islamoloog.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift