Politieke heksenketel in Venezuela

Ooit was Venezuela een welvarende oliestaat, maar aan dát mooie liedje lijkt definitief een einde te zijn gekomen. De burgers zijn politiek actiever dan ooit — dankzij de emoties die Hugo Chávez oproept — maar het land wordt armer. Tom Dieusaert woont in Latijns-Amerika, bezocht het turbulente Venezuela meerdere keren, en schrijft voor MO* zijn analyse van de bolivariaanse werkelijkheid.

Revoluciong! De revolutie met sterk Caraïbisch accent galmt als een gong over de Plaza Venezuela. ‘Deze revolutie stopt niemand. Zelfs geen caudillo. Deze revolutie behoort toe aan het Venezolaanse volk en daar kan niemand iets aan veranderen!’ 

Er stijgt gejuich op uit de massa voor het podium. Het is een zachte januari-avond in Caracas en Hugo Chávez is in vorm. Zijn knalrood guayabera-hemd steekt af tegen de gigantische Venezolaanse vlag op de achtergrond. Het podium bestaat uit drie verdiepingen, de president bezet op zijn eentje de middelste rij, van waar hij vingerzwaaiend rond kijkt. Chávez verheft zijn stem en schiet bulderend uit naar de oppositie. Hij overloopt de gebeurtenissen van de voorbije weken en maakt grapjes. Chávez voelt zich sterk. ‘De fascisten en coupplegers wilden ons afzetten met een staking binnen de olie-industrie. Excuseer, staking is niet het juiste woord. De sabotage van de olie-industrie is een meer correcte omschrijving.’ Het publiek roept om een harde hand. ‘De saboteurs hebben de M van mislukking op het voorhoofd gegraveerd.’ (applaus, gefluit en vuurwerk).

Aan creativiteit geen gebrek

De paar honderd betogers op de Plaza Venezuela van Caracas zijn maar een fractie van de massa die op 23 januari, de verjaardag van de democratie, op straat kwam om het regime steun te betuigen. Niet dat het er daarom minder geanimeerd aan toe gaat. Het publiek is uitgelaten en scandeert ‘Uh, Ah, Chávez no se va’ (Chávez blijft) en ‘Chávez los tiene loco’. (Chávez heeft ze zot gekregen).
Met die slogans verwoorden de chavistas hun belangrijkste motivatie. De president heeft de elite uitgedaagd en tot wanhoop gedreven. Dat op zich lijkt meer te betekenen dan concrete verwezenlijkingen voor de armen. Want wat Hugo Chávez na vier jaar kan voorleggen, is behoorlijk mager. Het met veel klaroengeschal aangekondigde Plan Bolivar 2000, waarbij garnizoenscommandanten budgetten toegewezen kregen om lokale projecten te ontwikkelen, viel in 2002 stil door gebrek aan geld en logistieke capaciteit van de militairen.
Die mislukking verhindert niet dat de president nieuwe projecten blijft lanceren. Op internationale fora - zoals in de rand van de anti-globaliseringstop van Porto Alegre in januari 2003 - bepleit Chávez de noodzaak van de vorming van een Amerikaanse “bolivariaanse” vrijhandelszone, zonder deelname van de VS uiteraard. Naast commerciële integratie wil de luitenant-kolonel de militaire banden op het continent aanhalen door de vorming van een soort Latijns-Amerikaanse NATO. Andere ideeen die uit de creatieve koker van Chávez ontsproten, waren de oprichting van Petroamerica, dat alle nationale oliebedrijven zou moeten overkoepelen of nog de creatie van het Internationaal Humanitair Fonds (IHF), een alternatief IMF als het ware.
Hoe fantastischer de plannen, des te ontnuchterend de realiteit: De Venezolaanse economie kromp in 2002 met meer dan negen procent en voor 2003 verwacht men een vermindering van het Bruto Binnenlands Product met niet minder dan twintig procent. De nijpende overheidsfinanciën dwingen de regering te snijden in sociale uitgaven. Werd er in 1998 nog 540 miljard bolivar (700 miljoen euro) geïnvesteerd in armoedebestrijdingsprogramma’s, in 2002 was dit bedrag al geslonken tot 397 miljard bolivar (400 miljoen euro).
Voor Cesar Sosa doet het niets af aan het “revolutionaire proces” dat de mensen “bewust en wakker” heeft gemaakt. De verzekeringsagent slaat van op een afstand de mars gade en ziet ‘mensen van 60 tot 80 jaar, die geen hogere opleiding hebben genoten maar wel hun rechten kennen’. Volgens Sosa ‘kennen die mensen meer van wetten dan een advocaat’. Hij haalt een minuscuul blauw boekje uit zijn zak: de grondwet van de Bolivariaanse republiek van Venezuela. Net als het rode boekje van Mao, heeft de Bolivariaanse revolutie haar eigen handleiding die op straat verkocht wordt en door de chavisten wordt gekoesterd.
De Venezolaanse constitutie die in 1999 werd gestemd, is ongetwijfeld vernieuwend. De grondwet promoveert de participatieve democratie, in plaats van de representatieve partijpolitiek. Het woord partij wordt zelfs uit de grondwet geweerd, terwijl de burgers verplicht worden deel te nemen aan het politieke leven en de mensenrechten moeten verdedigen. De gebruiken en taal van de indiaanse bevolking worden erkend, net als hun zelfbeschikkingsrecht over natuurlijke rijkdommen binnen hun territorium. Het patenteren van planten met geneeskundige eigenschappen wordt verboden. Het enige overblijvende probleem dat de grondwet niet geregeld heeft, is dat de realiteit weigert de papieren wensen te eerbiedigen.

De koppige realiteit

Artikel 84 van de “Bolivariaanse” grondwet garandeert bijvoorbeeld integrale en kosteloze gezondheidszorg. De realiteit ziet er minder fraai uit. In april 2002, een paar dagen na de gewelddadige rellen die Chávez tijdelijk van de macht verdreven, bezocht ik het oude hospitaal Vargas, een paar honderd meter van de laatste rustplaats van Simón Bolívar. Op de smalle patio van het lage negentiende-eeuwse gebouw wachtten tientallen mensen tussen de bloembakken en de witte zuiltjes op een dokter die hen informatie zou verschaffen over de toestand van een aantal comateuze familieleden. De schietpartij van 19 april, waarbij zowel betogers van de oppositie, chavisten als onschuldige voorbijgangers getroffen werden, had naast twintig doden meer dan zestig gewonden tot gevolg.
‘We houden hier om beurten de wacht’, vertelde me de zus van Orlando Rojo, die bij het verlaten van zijn kantoor op de Avenida Urdaneta een kogel in het hoofd kreeg. ‘En we leggen samen om de kosten te betalen. Dagelijks moeten we onder meer Somalin (anti-biotica) gaan kopen in de apotheek, Losec tabletten om de schade aan de maag tegen te gaan, en Maxipime voor de hoofdwonde. Het hospitaal heeft geen enkel medicijn. Daarnaast laten we de lakens wassen en kopen we verse luiers. In totaal kost dit de familie zo’n 100.000 bolivar (toen honderd euro) per dag’, aldus Isabel Rojo.
Ook het grondwetsartikel 82, dat het recht op een comfortabele en hygiënische woning met elementaire nutsvoorzieningen afkondigt, blijft wishful thinking. In de deelstaat Vargas, aan de Caraïbische kust, bezoek ik Lila Margarita Cañizales, een weduwe van 43 jaar die met haar drie kinderen in een slijkerige hut woont. Haar huis werd in december 1999 begraven onder de modderstroom van de aangezwollen Galipán-rivier die in Vargas honderden dodelijke slachtoffers maakte. ‘Toen de regen bleef aanhouden, zijn we ‘s nachts geëvacueerd naar het hospitaal van La Guaira, waar we drie maanden hebben gekampeerd’, aldus Cañizales die bij haar terugkeer haar huis niet meer terugvond. ‘Een buurman heeft me geholpen alles uit te graven, maar de meubels en de inboedel kon ik weggooien.’
Er hing een opvallende stank in de omgeving van het huis van de weduwe. Niet alleen was de Galipán een soort open riool, de modderstroom had menselijke en dierlijke kadavers meegesleurd die nog ergens begraven lagen. Niet bepaald een hygiënische omgeving om kinderen te laten spelen. Het regime van Chávez kondigde een groot reddingsplan aan voor Vargas, maar Cañizales wacht drie jaar na De Tragedie nog steeds op een nieuw huis. ‘Ik heb aangeschoven bij de kantoren van de deelstaatsregering, maar alles verzandt in een grote papiermolen’, vertelt ze. ‘Men vroeg me de registratie van het huis, de geboorteakte van mijn kinderen, een brief van het buurtcomité en een proces-verbaal van de politie dat bewijst dat ik een slachtoffer ben van de ramp. Maar de originele geboorteakte is onder het slijk terechtgekomen en het buurtcomité heeft nooit bestaan. Erger is, dat men bij deelstaatregering de registratie van het huis is kwijtgespeeld, waardoor de procedure na een jaar opnieuw van nul is moeten beginnen.’

Het Altamira van heden

Naast het persoonlijk charisma van Chávez, is het gevoel van eenheid dat de president projecteert ongetwijfeld een belangrijke reden van zijn populariteit onder een deel van de bevolking. De armen die onder de neoliberale ideologie uit de boot vielen, krijgen nu het gevoel dat ze gehoord worden en bij een collectief project worden betrokken.
Paradoxaal genoeg wordt een toegenomen sociale cohesie ook bezongen aan de andere kant van het politieke spectrum, met name in Altamira, de chique buurt in het oosten van Caracas. ‘We hebben elkaar leren kennen tijdens de staking. In de huizenblok weten wij nu bijvoorbeeld wat een ander doet’, vertelt Hector Figueredo, die met zijn vriendin Undina Jimenez aan de uitgang van een winkelcentrum een praatje maakt met een aantal bekenden.
Figueredo en Jimenez tonen trots hun splinternieuwe mountainbike, waarmee ze de benzineschaarste willen opvangen. ‘Als je ons morgen vergezelt naar de (oppositie)mars kan je de vriendschap en de vreugde zien die we met elkaar delen’, aldus Figueredo. ‘Onder de omstandigheden zijn we echt een natie geworden. Niemand had de nationale driekleur in huis of kende het volkslied. We hadden geen gemeenschappelijk doel voor ogen.’
Ik vraag hen of er nog iets zal overblijven van dat nationaal project, wanneer Chávez van de macht verdreven wordt.’ ‘Politieke maturiteit’, antwoordt Jimenez. ‘Zelf las ik vroeger amper kranten en volgde het nieuws niet op televisie. Ik wist niet wat de scheiding der machten was. Nu besef ik dat dit de fundamentele pilaar is van de democratie.’

Méér dan politiek

Chávez-haters en -fans drijven intussen steeds verder uit elkaar, zeker na de twee maanden durende staking en ‘sabotage’ van de nationale oliemaatschappij door de oppositie.
In de wijken van het oosten, groeit de vrees bij de bewoners dat er geweld zal uitbreken en dat de armen uit de sloppenwijken aan het plunderen zullen slaan. In de betere wijk van Florida, vlakbij de sloppenwijk El Chapellín, hebben de bewoners zich verzameld in buurtcomités. Ze zetten straten af met boomstronken en prikkeldraad en richtten sportzalen in, om eventuele gewonden op te vangen. De angst en de remedies lijken ietwat irrationeel: volgens de ernstige krant Tal Cual hebben de bewoners op de balkons wachtposten gezet die ‘indringers’ in het oog moeten houden en desgevallend moeten verdrijven met knikkers, katapulten en vuile olie. Een middeleeuws scenario kortom.
Maar ook binnen de sloppenwijk El Chapellín groeit de politieke polarisering. ‘Ons werk is de laatste maanden veel moeilijker geworden’, vertelt Neris Utrera, die verantwoordelijk is voor het buurtcentrum van Don Bosco. ‘Vroeger organiseerden wij op straat kinderspelen, zoals een loopkoers of zaklopen, waar de ouders bij meehielpen, maar dat is nu onmogelijk geworden. Ik heb zelf dikwijls schrik om na het donker op straat te komen.’
Het buurtcentrum Don Bosco functioneert al meer dan twintig jaar in het hart van El Chapellín en heeft een voltijdse kinderopvang, een kleuterschool, een kleine bibliotheek en een kliniek. Volwassenen kunnen er cursussen in stikken, kappen, secretariaat en patisserie volgen.
Don Bosco is een begrip in El Chapellín, maar misschien niet voor lang. ‘Een paar maanden terug wilden de leden van de lokale bolivariaanse kring (Chávez-aanhangers) onze lokalen opeisen, iets wat we met de steun van de buurt hebben kunnen verhinderen’, vertelt Utrera, die voelt dat ze ook van bovenaf wordt tegengewerkt. ‘Voor de kinderopvang krijgen we een jaarlijkse subsidie van het ministerie van Onderwijs. Het gaat over 25 miljoen bolivar (12.500 euro) die nog steeds niet gestort zijn, waardoor onze werking in gevaar komt. Eerder deze maand werd door het ministerie van Sociale Zaken de gaarkeuken opgedoekt, waarmee we dagelijks 150 kinderen kinderen te eten gaven.
De meeste kinderen krijgen thuis alleen maiskoekjes, sardines, eieren en rijst. Hier gaven we ze onder meer soep, groenten, fruit, vlees en kip. Er werden mirakels verricht, want de gaarkeuken werd georganiseerd met amper 1250 euro per trimester. De uitleg bij het ministerie was dat wij geld achterover drukten, hoewel we de rekeningen van alle aankopen bijhouden.’
ambiguïteit in El Chapellín toont aan dat de situatie in Venezuela niet zo zwart-wit is als van buitenaf wordt voorgesteld. ‘De oppositie komt inderdaad voor een groot deel uit de middenklasse’, zegt Armando Janssens, een Antwerpenaar die 32 jaar geleden de eerste Venezolaanse ngo oprichtte. ‘Maar het valt mij op dat ook in de volksklasse, waar wij werken, veel opposanten van het regime zijn.’
Volgens Janssens heeft de komst van Chávez de scheiding tussen de klassen wel versneld. ‘Door zijn zeer harde taal, is de klassenstrijd ontaard in een klassenhaat. Chávez maakt een onderscheid tussen rijk en arm, oligarchen en gewone bevolking. Het gaat om een emotionele taal die recht naar het hart van zijn publiek gaat’, aldus Janssens. ‘De verwachtingen zijn zo hoog gespannen, dat zijn volgelingen denken dat het land echt aan het veranderen is. Spijtig genoeg moet ik bekennen dat het land verarmt en dat de verhoudingen tussen de verschillende groepen moeilijker worden.’
Janssens ziet voorlopig weinig concrete resultaten van de “bolivariaanse revolutie”. ‘Ik ken geen enkel sociaal programma dat functioneert. Met als enige uitzondering misschien de ‘bolivariaanse’ scholen.’
Heeft dit dan te maken met té hoge ambities of met een gebrekkige uitvoering ? ‘De beloften steunen op een herverdeling van de rijkdom’, zegt Janssens. ‘Volgens mij ligt daar de fout. Het gaat hem om het scheppen van meer rijkdom, zodat er meer mensen van kunnen genieten. Om zijn programma door te drukken, heeft Chávez de bevolking verdeeld. Alle nadruk is op het politieke komen te liggen, waardoor er een groot wantrouwen is ontstaan tegenover de economische voorstellen van deze regering. Tientallen kleine, middelgrote en grote bedrijven zijn eenvoudigweg gestopt, omdat ze onder het huidige klimaat geen perspectief meer zien. Het gevolg daarvan is dat de werkloosheidis gestegen tot vijfentwintig procent van de beroepsbevolking. De armoede groeit zo snel dat dit het basisprobleem is geworden. We moeten niet alleen naar een politiek compromis’, aldus Janssens, ‘maar vooral naar een economisch werkbaar project.’

De permanente revolutie van Simón Bolívar

Simón Bolívar wordt wel eens de ‘George Washington van Zuid-Amerika’ genoemd. Geboren in Caracas, bevrijdde hij tussen 1810 en 1820 niet alleen Venezuela van de Spaanse bezetter, maar ook Colombia, Ecuador en een deel van Peru. De mythe van Bolívar is vandaag de grote inspiratie voor het politieke project van Hugo Chávez. Dat Chávez als links legerofficier droomde van zo’n project had hij al aangegeven bij een couppoging in februari 1992. Toen hij twee jaar na die mislukte staatsgreep weer vrij kwam, richtte hij de Revolutionaire Bolivariaanse Beweging 200 op (MBR200), waarmee hij in 1998 de presidentsverkiezingen won. Intussen was die MBR omgedoopt tot Beweging van de Vijfde Republiek (MVR), volledig trouw aan de Bolivariaanse idee van een nieuwe “beweging”, tegengesteld aan de verstarde en corrupte traditionele politieke partijen.
Meer participatieve democratie en meer sociale gelijkheid, dat waren de beloftes waarmee Chávez de verkiezingen won, beloftes die aansloegen bij een grote bevolkingsgroep die decennialang uitgesloten was uit het politieke leven. Eenmaal aan de macht, stelde hij een grondwetgevende vergadering samen die de grondwet van 1961 moest aanpassen. Het eerste artikel van die grondwet stelt dat de Bolivariaanse Republiek Venezuela onherroepelijk vrij en onafhankelijk is, en dat het land zijn morele waarden van vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid en internationale vrede grondvest in de leer van Simón Bolívar, de grote bevrijder van Venezuela.
Om werk te maken van dit sociaal geïnspireerde project, richtte Chávez de “Bolivariaanse kringen” op, een soort wijkcomités die het socialistisch-nationalistische gedachtegoed van de MVR moeten verspreiden. Tot vandaag heeft Chávez’droom echter vooral tweespalt gezaaid in de Venezolaanse samenleving, en hebben sociale onrust en economische onzekerheid ervoor gezorgd dat veel plannen in de fase van het discours zijn blijven steken. Of Chávez echt de sterke en bekwame leider is die het Bolivariaanse model kan aanwenden om weerstand te bieden tegen de orkaan van de neoliberale globalisering, is voorlopig een onbeantwoorde vraag. (adw)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift