‘Politieke kunst houdt zich bezig met het individu’

MO* sprak in de Kaaitheaterstudio met kunstenaars uit Zuid-Afrika, Kroatië, Berlijn en China over de vraag of kunst landen en mensen helpt om traumatiserende of bevrijdende veranderingen te verwerken.
  • gie goris gie goris
Twintig jaar geleden was het 1989, het jaar dat in Berlijn de Muur gesloopt werd, het Oostblok van de geopolitieke kaart verdween, de Chinese democratiseringsbeweging op Tienanmen onderdrukt werd en in Zuid-Afrika de laatste echte krokodil van de apartheid, P.W. Botha, van het toneel verdween. Een jaar dus als een mondiale diepzeebeving met allerlei maatschappelijke tsunami’s tot gevolg. MO* sprak in de Kaaitheaterstudio met vier kunstenaars over de vraag of kunst landen en mensen helpt om traumatiserende of bevrijdende veranderingen te verwerken.
Marleen Wynants, directeur van Crosstalks aan de VUB: ‘Berlijn is natuurlijk een drukpan van creativiteit, met meer graffitikunstenaars, undergroundartiesten en tegenculturen dan waar ook. Maar eigenlijk leeft Berlijn al sinds de jaren zestig op gesubsidieerde basis en daardoor wordt de impuls voor een echte uitdaging aan de status-quo weggenomen. Dat voel je in de blijvend lamentabele staat van de economie, maar ook in de kunstwereld. Alles is mogelijk, maar weinig heeft blijvende impact.’
Boyzie Cekwana, een Zuid-Afrikaanse danser en choreograaf: ‘Kunst was heel belangrijk in de strijd tegen apartheid, omdat het voor de leiders van die politieke strijd heel nuttig was om die stem te gebruiken. Kunstenaars waren ook bereid om hun kunst in te zetten voor de strijd. In het Zuid-Afrika van na de apartheid is de overheid alleen geïnteresseerd in kunst als een soort veredeld sociaal werk, of wanneer culturele instellingen zich bezighouden met “erfgoed”, maar dan wel het soort verleden dat door de huidige overheid gebruikt kan worden om haar eigen staat en macht op te baseren. Daarom is de meest politieke kunst in Zuid-Afrika vandaag de kunst die zich bezighoudt met het individu, zijn identiteit en zijn relatie tot de overheid.’
Barbara Matijevic, een Kroatische performer en choreograaf: ‘Ook in Kroatië wordt kunst door de overheid gebruikt als een soort communicatie-instrument om aan beeldvorming over Kroatië te doen. Dat betekent dat er sinds de oorlog veel steun is voor allerlei folklore, theatergezelschappen die Kroatische meesters opvoeren, en vooral: opera en strijkkwartetten. De EU steunt dan weer vooral artistieke projecten die focussen op het verwerken van de oorlog en het herstellen van de maatschappelijke normaliteit. Veel hedendaagse kunstenaars zijn die instrumentele steun beu en worden gedwongen om in de marge van de samenleving te creëren. Het feit dat Kroatië een land in opbouw is, geeft toch wel mogelijkheden om de ideeën en mensen uit de marge te laten doorstromen naar het beleid.’
Ching Lin Pang, hoogleraar antropologie en Chinese geopolitiek aan de KU Leuven: ‘De eerste jaren na Tienanmen was er veel onzekerheid in China, maar zodra het duidelijk was dat de Communistische Partij niet van plan was om de klok terug te draaien, kregen we een echte creatieve uitbarsting in China. Kunst wordt niet echt gecensureerd in China, zolang je de positie van de Partij en de regering niet aanvalt. Kunstenaars tasten die grens voortdurend af. Maar de meeste hedendaagse kunst wordt gemaakt voor de westerse markt. Het Chinese publiek staat daar nog ver vanaf.’ (gg)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur