'Politieke leiders cultiveren de angst onder de mensen'

Irene Khan, uit Bangladesh, is sinds augustus 2001 secretaris-generaal van Amnesty International. Toen ze onlangs een eredoctoraat in Gent kreeg, bracht MO* mevrouw Khan samen met Jan De Cock, auteur van Hotel Prison en De kelders van Congo. Een gesprek over de rechten van gevangenen, de dubbele standaarden van Europa en de politiek van angst.
Zij is eenenvijftig, klein van gestalte en ze heeft dichte, zwarte krullen. Ze komt naar de afspraak in een donkerrood maatpakje. Hij draagt losse trekkerskledij, heeft kort, geblondeerd haar en grote verwachtingsvolle ogen. De Bengalese Irene Khan en Vlaming Jan De Cock delen eenzelfde passie: gevangenen en menselijkheid. ‘Alleen laat jij jezelf vrijwillig opsluiten, terwijl wij met Amnesty mensen uit de nor proberen houden’, lacht Khan.
Jan De Cock liet zich wereldwijd in meer dan veertig gevangenissen opsluiten en schreef daar twee boeken over. Khan werkte voor het VN-vluchtelingencommissariaat en is sinds 2001 secretaris-generaal van de mensenrechtenorganisatie Amnesty International, de eerste vrouw en moslima aan de top van AI. Haar eerste werkdag bij Amnesty viel toevallig genoeg samen met de aanslagen van 11 september. Eind maart mocht ze voor haar geleverde werk een eredoctoraat afhalen aan de Gentse Universiteit.
Irene Khan: Zelf heb ik nog nooit in een cel geslapen. Ik ben wel al op bezoek geweest in gevangenissen in Moskou en Burundi, in een klein noordelijk dorpje. Het was een verschrikkelijke ervaring. Ik vroeg een klein jongetje waarom hij vastzat en hij zei me dat hij een geit gestolen had. Hij had zes jaar gekregen. Had hij een koe gestolen, dan had hij levenslang gehad.
Jan De Cock: De eerste gevangenis waar ik de nacht heb doorgebracht, was in Kigali, Rwanda. Het was een gebouw met plaats voor tweeduizend gedetineerden, maar toen ik er was, zaten er bijna zevenduizend mensen opgesloten. Iedereen had welgeteld veertig vierkante centimeter vloer. In Cotonou, de hoofdstad van Benin, moesten we zelfs in shifts slapen. In een slaapzaal voor vijftig gevangenen lagen er zo’n tweehonderdvijftig mensen. De eerste groep sliep tot half één ‘s nachts. Dan werden zij wakker gemaakt, zodat de anderen ook konden slapen. In onze cel stonden twee vaten: één om in te kakken en één om in te pissen. Het was nieuwjaarsnacht en één van de gevangenen was gestorven aan malaria. De bewakers weigerden halsstarrig om hem uit de cel te halen, terwijl het er liefst veertig graden warm was. De stank was ondraaglijk.

‘Liever opgesloten in Congo dan in Breda’


Irene Khan: Overbevolking is verschrikkelijk, maar het isolement achter de tralies is nog erger. Ik heb met gevangenen gesproken die vrijgelaten zijn uit Guantanamo. Voor hen was het ergste alle gebrek aan nieuws en informatie. Zij wisten hoegenaamd niet wat er gaande was. Wij lezen en horen veel over Guantanamo, over wetten die veranderen, maar zij wisten van niks. Zij wisten ook niet hoelang ze nog vastgehouden zouden worden. Velen hebben meermaals zelfmoord proberen plegen. Gewoon omdat het hun enige mogelijkheid was tot protest.
Jan De Cock: Ik heb een aanvraag ingediend voor Guantanamo, maar ze hebben mij voorlopig nog niet toegelaten. Als ik de keuze zou hebben om terug te keren naar mijn overvolle cel in Congo of opgesloten worden in een kraaknette gevangenis in Texas, dan weet ik wat kiezen. Sociaal contact tussen gevangenen is heel belangrijk om te overleven achter tralies. In westerse gevangenissen heb je veel vaker eenmanscellen. In de koepelgevangenis in Breda kon ik boeken lezen, puzzelen, televisie kijken, maar ik zat elke dag 23 uur lang op mijn kamer, afgesloten van alle anderen. Mijn cel was piepklein en mijn enige blik naar buiten was een venstertje waardoor ik het nieuwjaarsvuurwerk boven Breda kon zien. Dat gevangenen dan door het lint gaan, is niet verwonderlijk. In Afrikaanse gevangenissen heb je misschien grote problemen met hygiëne, corruptie en overbevolking. Maar er is wel meer solidariteit en sociaal contact. In Congo was ik er getuige van hoe een jongen die had proberen ontsnappen, gefolterd werd. Gedetineerden toverden toen plots, out of the blue, allerlei zalfjes tevoorschijn om soelaas te brengen voor hun medegevangene.
Ik ben nu al ruim twintig jaar in de weer met gevangenen en ik merk dat je makkelijk sympathie kan losweken voor gewetensgevangenen, voor kinderen, voor moeders die vastzitten omdat ze eten gestolen hebben. Maar wat met die miljoenen gevangenen die soms vreselijke misdaden gepleegd hebben en toch ook rechten hebben?
Irene Khan: Het allermoeilijkste -dat merken wij ook in onze strijd tegen de doodstraf- is de mensen ervan te overtuigen dat niet alleen onschuldigen, maar ook misdadigers mensenrechten hebben. De misvatting leeft nog altijd dat je mensenrechten “waard” moet zijn. Maar daar gaat het niet om. Gevangenissen zijn er niet om wraak te nemen, maar om mensen te rehabiliteren, te veranderen. Het probleem is dat het gevangenissysteem de misdaad zelden aanpakt, maar net in de hand werkt. In Rio De Janeiro heb ik een gevangenis bezocht waar mensen worden opgedeeld volgens bendes. Gevangenen die tot eenzelfde gang behoorden, belandden in eenzelfde cel. Wie zich nog niet bekend had tot een bende, wordt simpelweg ondergebracht bij de bende van de buurt waarin hij woonde. Zo creëer je natuurlijk bendevorming, want eens uit de gevangenis heeft niemand nog een ander sociaal vangnet dan zijn gang.
Jan De Cock: Toch wil ik geloven dat het merendeel van ons echt hoopt dat gevangenen zich opnieuw integreren in de samenleving. Daarom denk ik dat het elektronisch toezicht niet zo’n slechte zaak is. Werk en familie zijn twee peilers van onze samenleving en een enkelband maakt het mogelijk om te werken en bij familie te zijn. Want als in België gedetineerden uit de cel komen, geeft dat meestal aanleiding tot zware conflicten: ze vinden geen werk, hun kleuters zijn pubers geworden, de vrouw heeft de kar meestal alleen getrokken en dan komt manlief plots terug in het huiselijke nest. Dat geeft spanningen.

Sleutel op de deur


Irene Khan: Mensen onder elektronisch toezicht horen blijkbaar niet thuis in de gevangenis. Het feit dat ze vrij rondlopen en dat onze samenleving toch niet ontploft, bewijst dat opsluiting in hun geval overbodig is. In Groot-Brittannië is men begonnen met het taggen van terreurverdachten. De  verdachten worden niet voor de rechter gebracht, maar louter op basis van geheime bewijzen gemerkt en beperkt in hun bewegingsvrijheid. Zo heb ik een Algerijn bezocht in Londen. De man was vijftien jaar geleden gefolterd door de Algerijnse overheid en was daarom naar Groot-Brittannië gevlucht. Nu werd hij verdacht van terrorisme en mocht hij nog alleen buiten in zijn tuin, tussen tien uur ‘s morgens en vier uur ‘s namiddags. Hij mocht met niemand praten. Vijftien jaar lang had hij in dat huis geleefd en plots mocht hij niet eens gedag meer zeggen tegen zijn buurman. Met als gevolg dat de man helemaal niet meer buiten kwam. Zijn dochter van vijf kreeg geen vriendinnetjes meer over de vloer, want geen moeder was zo gek haar kinderen nog naar dat huis te sturen. Iedereen die binnen wou, moest gescreend worden. ‘Dan kunnen ze me evengoed in een Algerijnse cel gooien’, was de reactie van de man. Als je weet dat hij vandaag nog altijd martelsporen op zijn handen heeft, besef je hoe wanhopig hij wel moet zijn.
Jan De Cock: Ik heb een Zwitserse gevangenis bezocht en wat ik daaraan zo interessant vond, is de nadruk op andere rechten, zoals het recht op privacy. Alle gevangenen hadden er een sleutel van hun eigen cel, zodat ze zorg leerden dragen voor de weinige bezittingen die ze hadden. Ik heb in februari ook een Braziliaanse gevangenis bezocht, waar helemaal geen bewakers waren. Toen ik er kwam aankloppen, deed een van de gevangenen open. Het vreemde is dat er de voorbije vier jaar niet één gevangene is ontsnapt. In het normale Braziliaanse gevangenissysteem hervalt 87 procent van de gedetineerden, terwijl hier de recidive nog geen 8 procent bedraagt. Die gevangenen staan weer op, omdat ze vertrouwen krijgen en zich gewaardeerd voelen als mens. Dat is volgens mij hét grote probleem met zoveel detentiesystemen, het Belgische incluis: we ontnemen gevangenen alle zin voor verantwoordelijkheid. Gevangenschap wordt gereduceerd tot angst en wraak. Ze zullen boeten voor hun daden!

De politiek van angst


Jan De Cock: Heel vaak wordt de angst vanuit de maatschappij overgebracht op het gevangenissysteem. De Verenigde Staten zijn daar een extreem voorbeeld van. Wat je daar in de luchthaven ervaart, vind je terug in het gevangenissysteem, maar dan extreem uitvergroot. Ik ben in geen enkel Amerikaanse gevangenis binnengeraakt met een volledige tandenborstel, want dat is een potentieel wapen. Die steel gaat er sowieso af. Nergens ben ik binnen geraakt met een tijdschrift waar nietjes in zitten, want nietjes zijn levensgevaarlijk! Op den duur begin je gewoon spoken te zien. Ik pleit voor meer vrijheid, meer verantwoordelijkheid. Natuurlijk gebeurt er vroeg of laat een stuurfout als je mensen vertrouwen geeft. Zoals toen die man in België zijn partner bewerkte met een colaflesje tijdens het “intiem bezoek”. Maar de invoering van datzelfde intiem bezoek heeft wel de seksuele spanning in de Belgische gevangenissen gevoelig doen afnemen -alleen wordt daarover nergens geschreven.
Men is geneigd gedetineerden, ook in België, behalve het recht op vrijheid, ook nog andere rechten te ontzeggen. Wanneer een zesvoudige moordenaar om het kwartier gewekt wordt door het licht aan te steken in zijn cel, vinden mensen zoiets normaal. Maar op zich is die maatregel waanzinnig en zonder rechtsgrond.
Irene Khan: Europa meet met twee maten en gewichten. Terwijl het hoge eisen stelt aan kandidaat-lidstaten op het vlak van mensenrechten, mogen de landen die al lid zijn, doen wat ze willen. Europa verwacht van Turkije dat het zijn gevangenissen verbetert en martelpraktijken afzweert, maar tegelijkertijd kunnen Zweden en het Verenigd Koninkrijk ongestoord vluchtelingen terugsturen naar landen waar gefolterd wordt. Polen voert maatregelen in die de klok terugdraaien naar de situatie van voor de toetreding. Ik noem dat dubbele standaarden. Hetzelfde geldt voor de Europese immigratiepolitiek. Europa sluit overeenkomsten af met Oekraïne of Mali voor het oprichten van vluchtelingenkampen, maar zelf wil de Unie die mensen niet opnemen. En in de gesloten centra in België zitten mensen afgesneden van de buitenwereld, totaal geïsoleerd.

Ik zie overal steeds meer een “politiek van angst”: angst voor de duizenden migranten die ons land binnenkomen, angst voor terroristen die treinen opblazen, angst voor landen met massavernietigingswapens, angst voor de andere, angst voor het onbekende, angst voor sluiers en hijabs, angst voor mensen met een andere huidskleur of met een ander levensstijl. Die angsten worden bewust aangewakkerd door mensen die macht willen en anderen willen domineren. Die schrikgevoelens worden bewust aangewakkerd door mensen die onze angsten manipuleren en ons willen domineren. Doorheen de geschiedenis hebben politieke leiders angst gebruikt om zich een aanhang te vergaren en om zichzelf aan de macht te helpen. Het meest recente voorbeeld is dat van Australië, waar in de zomer van 2001 de Tampa, een boot met vluchtelingen, strandde. Het was volop verkiezingstijd en premier Howard heeft toen heftig campagne gevoerd tegen de ‘massa’s bootvluchtelingen die Australië overspoelen’. Hij had zelfs het gerucht verspreid dat de vluchtelingen zo wreed waren dat ze hun eigen kinderen overboord gooiden. Achteraf bleek dit een grove leugen te zijn, maar de man was geslaagd in zijn opzet: hij werd herverkozen.

President George Bush heeft de angsten in zijn land verhevigd en kon zo de ene wet na de andere die zijn presidentiële macht uitbreidde laten goedkeuren. Als je aan de mensen vertelt dat de kans bestaat op alweer een bomaanslag, dan stemmen ze daar natuurlijk mee in. Politieke leiders en populistische media hebben vandaag een hype gecreëerd rond migratie. Het gevolg is dat de migranten in een zeer slecht daglicht staan. Met hen gebeurt een beetje hetzelfde als met gedetineerden: er is angst en wantrouwen ontstaan jegens hen. Die angst komt niet uit de lucht gevallen, maar is het gevolg van een doelgerichte strategie. Natuurlijk draagt iedereen angstgevoelens in zich. De vraag is alleen of iemand die aanwakkert of ons daarentegen aanspoort rationeel te reageren. Aan onze leiders de keuze!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift