Portret Libanese ud-legende Marcel Khalifé

Met zijn unieke mix van woede en poëzie is Marcel Khalifé een van de populairste muzikanten van het Midden-Oosten. De Libanese zanger-luitspeler komt eind februari naar België voor een reeks concerten. MO* ging alvast een voorproefje nemen in Londen en wist de legendarische muzikant te strikken voor een gesprek.
Luid applaus in de Londense Logan Hall. Marcel Khalifé en zijn band Al Mayaddine betreden het podium. De luitspeler steekt van wal met het repertoire dat hem in de jaren tachtig razend populair maakte in de Arabische wereld. Liedjes over zijn land, Libanon, verstrikt in bloedige oorlogen. Moed en verzet, trots en tranen, weerstand en heimwee, vreugde en verdriet, liefde en ontroering –al die gevoelens breit Marcel Khalifé meesterlijk aan elkaar, op de verzen van de bekende Palestijnse dichter Mahmoud Darwish en de klanken van zijn Arabische luit (ud).
Het publiek, voornamelijk van Palestijnse afkomst, neuriet en zingt mee. Het applaus klinkt steeds luider. Maar met de eerste noten van Khobz ommi (‘het brood van mijn moeder’) wordt het plots muisstil. Honderden ogen zijn op Khalifé gericht, in volle concentratie. Hij zingt met al zijn zintuigen, zoals altijd. Dat hij het brood van zijn moeder mist, haar koffie, haar streling… Het zijn verzen die Mahmoud Darwish voor zijn moeder schreef toen hij gevangen zat. Khalifé zingt ze op zijn beurt voor zijn eigen moeder. Telkens weer.
Khalifé was amper elf toen zijn moeder stierf. Het heeft hem vier jaar gekost om zijn verdriet te verwerken. ‘Vier jaar lang was ik in conflict met de Schepper’, vertelt de muzikant na het concert in de Logan Hall. ‘Maar ik ben niet meer boos op Hem. De Schepper zit in ons. Ik heb me met mezelf verzoend.’ Khobz ommi is trouwens niet het enige liedje dat Khalifé voor zich zelf zingt. Hij componeert en zingt in de eerste plaats uit noodzaak. Muziek maken is een drang, een zoektocht, naar een noot, een muzikale zin, het licht in de verste verte.
‘Soms nader ik dat licht, soms glijd ik er verder van weg. Het is een zoektocht die nooit ophoudt. En zoals een soefi naar God zoekt, ben ik nog altijd op zoek naar dat werk, naar dat gevoel in mijn verbeelding.’ En dus is elk concert een eerste concert, nooit het zovéélste in de rij. Elk concert is een nieuw begin. Als Marcel Khalifé muziek componeert, doet hij dat in de eerste plaats voor zichzelf. Hij volgt zijn gevoel en is pas tevreden als hij gevonden heeft wat hij zoekt. Toen hij met muziek begon, had hij niet verwacht dat hij ooit zo succesvol zou zijn. Maar intussen duurt zijn succes al dertig jaar. ‘Soms vraag ik me af waarom al die mensen komen. Ik ben uiteindelijk zelf ook maar een gewoon mens. Gelukkig verdwijnt die twijfel zodra ik op het podium sta’.
**
Marcel Khalifé –de voornaam is Frans, de achternaam Arabisch. Hij is geboren in het dorp Amchit aan de Middellandse Zee, in een eenvoudig christelijk gezin. ‘Ik heb nooit van mijn voornaam gehouden, tot op de dag van vandaag. Mijn ouders hebben hem gekozen omdat ze “het betere” nastreefden, en deze Franse naam zou dat “betere” symboliseren. Libanon was ooit bezet door de Fransen. Dit is wat de bezetting met mensen doet: het geheugen veranderen. Mijn kinderen heb ik Arabische namen gegeven, Rami en Bachar.’
De smaak voor muziek heeft hij van kleins af aan mee gekregen. ‘Ik ben opgegroeid in een eenvoudige, rustige en vreedzame omgeving tussen de zee en de bergen. Ik ben groot geworden met de klank van de zee en de warmte van de zon. Die brachten vreugde in het dorp en gaven mee vorm aan mijn gevoel voor muziek.’ Als kind absorbeerde Khalifé alle geluiden rondom zich.
‘De gezangen in de kerk, de stem van de muezzin die opriep tot het gebed, mijn grootvader –een eenvoudige visser– die fluit speelde… En ik maakte geluiden met alles wat ik binnen handbereik had: de tafel, borden, dienbladen, glazen en lepels. Het was mijn moeder die in dat lawaai mijn liefde voor muziek opmerkte en aan mijn vader vroeg om mij een muziekinstrument te kopen. Het werd een ud, gewoonweg omdat die goedkoop was. Eens we de luit in huis hadden, was het feest’.
Een oude man uit het dorp, die nog luit had leren spelen in de gendarmerie, nam Khalifé onder de arm en gaf hem drie maanden les. Hij zag dat het kind talent had en vroeg zijn ouders om hem naar het conservatorium in Beiroet te sturen. En dat hebben ze ook gedaan.
**
Marcel Khalifé is wat je noemt een “geëngageerde” kunstenaar. In 2005 werd hij benoemd tot Unesco Artiest voor de Vrede. Zijn werk bevat een diep humanitaire boodschap van liefde en verzoening. ‘Ik ben geëngageerd ten opzichte van de mens’, zegt hij. Dat engagement vloeit voort uit een grote betrokkenheid bij gewone mensen uit zijn directe omgeving.
‘Als kind vond ik het abnormaal wat rondom me gebeurde. Ik vond het raar dat er Palestijnse vluchtelingen waren en kon geen enkel excuus bedenken voor het doden en vernielen in mijn eigen land. Ik ging niet akkoord met de politieke keuzes in Libanon. Het was alsof ik huisarrest had. Ik had alleen de gedichten en mijn luit. Ik heb voor het land en de mensen gekozen, niet voor een religie of een gemeenschap.’ En dus ging Khalifé zingen, in Beiroet, tijdens de Libanese burgeroorlog, op het gevaar af geraakt te worden door een verloren kogel.
Opkomen tegen onrecht wordt hem niet altijd in dank afgenomen. Maar dat ontmoedigt Khalifé niet. ‘Kunst moet moedig zijn’, zegt hij. ‘Kunst moet vrij zijn en alles kunnen vertellen. Kunst is zuurstof en niemand kan zuurstof verhinderen om via spleetjes en gaatjes binnen te dringen’.
Marcel Khalifé is in de eerste plaats een muzikant. De noot is voor hem veel belangrijker dan het woord. Dat is de essentie van zijn werk. De zang kwam later –toen hij de gedichten van Mahmoud Darwish ontdekte. Sinds de eerste ontmoeting in De beloftes van de storm is de naam van de ene automatisch met de andere verbonden.
‘Ik heb nooit moeite gehad om de gedichten van Mahmoud Darwish te zingen. Zijn woorden vloeien door de noten van mijn ud heen. Het is alsof hij zijn gedichten schreef om door mij gezongen te worden.’ Het geheim? ‘Chemie. Of zoals ik het in de tekst van mijn album Taqasim schreef: het brood van zijn moeder heeft dezelfde smaak als dat van mijn moeder, de ogen van “zijn” Rita zijn dezelfde ogen als die van “mijn” Rita, het zand van zijn dorp is het zand van mijn dorp, zijn paspoort had mijn foto kunnen dragen…’
Taqasim, Khalifés jongste album, is een hommage aan de dichter Mahmoud Darwish. Alle drie de nummers zijn instrumentaal. ‘Maar nog nooit was mijn stem, nog nooit was zijn woord zo aanwezig’, schrijft Khalifé in de inleidende tekst van het album. De muzikant is erin geslaagd om niet alleen zijn muziek tot bij een breder publiek te brengen maar ook de gedichten van Darwish toegankelijk te maken voor de “massa” in de Arabische wereld.
Zijn muziek heeft de barrières van taal en cultuur kunnen doorbreken en heeft ook een publiek in het Westen gevonden. Khalifé is erin geslaagd tegelijkertijd authentiek en universeel te zijn. ‘Ik heb het Westen niet door het Westen veroverd’, zei hij ooit in een interview. Hij is gaan graven in het Arabisch muzikaal erfgoed en is met zijn ud naar nieuwe dimensies op zoek gegaan. Met succes. ‘De taal van de muziek is universeel zolang er transparantie is, zolang je oprecht je gevoelens uitdrukt. We delen uiteindelijk dezelfde gevoelens van verdriet, vreugde, angst en liefde. Muziek heeft de mogelijkheid om bij iedereen aan te slaan, waar ook ter wereld’.
**
Marcel Khalifé woont in Parijs. ‘Ik woon op het vliegtuig’, verbetert hij. ‘Parijs is een standplaats. Ik ben voortdurend op reis, voortdurend onderweg. Dat is vermoeiend maar ook verrijkend. Op menselijk vlak. Altijd nieuwe mensen, altijd andere mensen.’ En wat doet dat  met de identiteit van een mens?
‘Ik ben een deel van deze aarde en van deze mensen. Ik ben broer van de mens waar dan ook in de wereld. Maar ik heb ook mijn wortels. Ik vertrek van een bepaalde plaats in de wereld. Ik draag de stem, de gevoelens en de warmte van een bepaalde streek, van een bepaalde omgeving, maar ik wil me niet opsluiten. Ik hou van de ander. De ander verrijkt me. Ik hou van uitwisseling maar ik haat bezetting. Ik haat het als iemand komt en zijn wil oplegt. Ik hou van de ander in openheid, in uitwisseling. Ik ben in Libanon geboren maar ik heb een dubbele cultuur. Ik ben zoon van de Arabische cultuur en van de wereldcultuur. Culturen geven en nemen van elkaar, dat is altijd zo geweest. Dat is juist de rijkdom. Niet zoals je nu vaak ziet: mensen worden gescheiden, barrières opgetrokken tussen plaatsen en culturen. Dat is heel spijtig en gevaarlijk. De mensen die vandaag over de wereld heersen zijn onwetend. Ze kennen alleen maar oorlog. Ze vernietigen de mens en het milieu. Ze willen niet weten dat we samen op deze aarde leven, dat elk verlies een verlies is voor iedereen, en elk gewin een gewin voor iedereen’.
‘Wat me kwaad maakt is de oorlog en de gruwel waarmee oorlogen worden verklaard aan volkeren die echt vreedzaam zijn. Ik ben boos en droevig omdat de Palestijnen geen land hebben en de Palestijnse vluchtelingen niet naar hun land kunnen terugkeren. Ze hebben uiteindelijk niets misdaan. Of kijk naar Irak: mensen moorden elkaar uit maar intussen wordt er nog steeds olie opgepompt. Het is een schande voor de wereld. Gelukkig is er ook veel dat me gelukkig maakt. Muziek bevat vreugde en vreugde bevat liefde en vrede’.

Marcel Khalifé treedt op in Turnhout (27.02, Warande), Dendermonde (28.02, Belgica), Antwerpen (01.03, Zuiderpershuis) en Gent (02.03, Centrale).


MO* geeft 5 duotickets weg voor het concert op 1 maart om 20.30u in het Zuiderpershuis in Antwerpen. Mail naar wedstrijd@mo.be.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur