Portret: Nikhil Chopra, Indiase performer

De performances van de Indiase kunstenaar Nikhil Chopra zijn een kruising van beeldende kunst, theater, schilderkunst en performance. Tijdens de begindagen van het Kunstenfestivaldesarts ging hij in Brussel op zoek naar het ideale uitzicht, met de blik van een koloniaal.

  • Brecht Goris Nikhil Chopra brengt performancekunst uit India Brecht Goris
In zijn performance Yog Raj Chitrakar: Memory Drawing VI kruipt de 35-jarige Nikhil Chopra, afkomstig uit Mumbai, in de huid van Yog Raj Chitrakar, een fictief personage dat getekend is naar zijn grootvader, een landschapsschilder. In die hoedanigheid verwisselt hij nog een aantal keer van gedaante. Romanticus. Oostvaarder. Koningin. Krijgsgevangene. Het zijn stuk voor stuk personages die de koloniale geschiedenis van zijn land en zijn eigen leven uitbeelden.
Overdag gaat Chopra als observator onze hoofdstad in, om naast het Justitiepaleis en in de Marollen naar het perfecte uitzicht te zoeken. Met houtskool legt hij het stedelijke landschap vast, de tekeningen brengt hij mee naar de kapel van kunstencentrum De Brigitinnen, waar hij vier dagen lang zijn intrek neemt.
Hij weet weinig over Brussel, vertelt Chopra. Maar juist dat vindt hij het perfecte uitgangspunt om een koloniale blik op de stad te werpen. ‘Ik gebruik de romantische blik van de westerse koloniaal om te observeren en neem afstand van de publieke ruimte. Ik zet mijn eigen verlangens op papier, ik kneed de stad zoals ik dat wil. De schetsen en impressies neem ik mee als trofeeën en eigendomsrechten. Door de stad te tekenen, bezit ik haar.’

Indiase kunst in de openbare ruimte


Chopra opereert in de openbare ruimte en nodigt het publiek uit tot waarneming. Op zijn beurt slaat hij de toeschouwers zijdelings gade. De reacties op zijn performances zijn gemengd. ‘Wellicht heeft het te maken met mijn oosterse uiterlijk, mijn baard, elementen die mensen verbinden met het Midden-Oosten en fundamentalisme. Ik ervaar meer wantrouwen in het Westen dan in India, dat nauwelijks ervaring heeft met performances.’
In zijn geboorteland India performde Chopra zelfs in het centrum van Srinagar, de hoofdstad van Kasjmir, een regio die al twintig jaar gebukt gaat onder politiek geweld en terreuraanslagen. Het bleek de ultieme proef om het potentieel en de limieten van zijn werk te testen.
‘In vijf minuten stond er een massa van 200 nieuwsgierige mensen om me heen. Niemand wist wat ik ging doen en er was echt commotie over wat er ging gebeuren. De veiligheidsdiensten raakten in paniek, en in een mum van tijd werden we omsingeld door soldaten die aan een grootscheepse controle begonnen. Toen ze mij vroegen om te stoppen, besloot ik hen te negeren en door te gaan met tekenen. Het magische resultaat was dat ze me met rust lieten. Toen werd het heel duidelijk dat iedereen een rol speelt in mijn performance: het leger deed wat het moest doen, het publiek ook, en ik deed mijn ding.’

Statuut hedendaagse kunst in India


Hedendaagse kunst is nog altijd een schaars goed in India, zegt Chopra. Voor een land met een miljard inwoners is het aantal hedendaagse kunstenaars van naam er onnoemelijk klein. Er zijn ook heel weinig goede kunstscholen volgens Chopra, kunstmagazines bestaan nauwelijks.
‘Artiesten uit het zuiden, dé broedplaats voor cultuur, zijn opgeleid in marxistisch-communistische scholen in Kerala of Bangalore. Interessant, dat wel, maar omdat iedereen elkaar kent, zit je snel in een collectieve kunstruimte die je werk ideologisch begrenst. Gelukkig verlaat de jongste generatie die ruimte en gaat ze op zoek naar een nieuwe, individuelere kunstbeleving. Ook positief is dat de Indiase kunstwereld de laatste vijf jaar vlot meedreef op de stroom van de snel groeiende Indiase economie. Daardoor raakt een aantal hedendaagse kunstenaars buiten de grenzen van India. Als een van de zeldzame performers ben ik daarbij.’ 

Censuur


De economische groei bracht de globalisering via de televisie massaal in alle Indiase huiskamers. De Indiërs ontdekten het internet,en de stevige groei van een Indiase middenklasse leidde tot een heropleving van de pers: er kwamen nieuwe krantentitels op de markt en de krantenverkoop steeg.
In het recentste jaarrapport waarschuwde Reporters zonder Grenzen echter dat de persvrijheid bedreigd wordt door onder meer geweld van religieuze groepen. En ook de kunstwereld kan het taboe van de religie niet zomaar negeren.
M.F. Husain, de 94-jarige grootvader van de hedendaagse Indiase kunst, verliet India in 2006 omdat de controverse over zijn laatste werk –waarin hij religieuze boegbeelden van hun voetstuk haalt– te groot werd. Verhitte hindoes probeerden te verhinderen dat Sita Sings the Blues, een animatiefilm van de Amerikaanse Nina Paley, verspreid werd, omdat ze vonden dat de film de Ramayana, het hindoe-epos bij uitstek, beledigt.
Chopra noemt zichzelf seculier en ‘de minst politieke kunstenaar van mijn generatie’. ‘In de kapel van de Brigittinen is voor het eerst –veeleer toevallig– een religieus element in mijn werk te zien. Ik betrek religie zeer bewust niet bij mijn werk, stel ze niet ter discussie. Dat is geen kwestie van respect maar van tegenzin. Ik heb namelijk geen zin in de polarisatie rondom religie. Religie is de onbespreekbare kwaal van onze samenleving.’

Landsgrenzen beperken


Grenzen zijn voor Chopra veeleer hinderlijk en verstikkend dan dat ze duidelijkheid brengen. ‘In India staren we ons blind op de grenzen met onze buurstaten. India en Pakistan staan nog maar zestig jaar als aparte staten op de wereldkaart. We moeten onze grenzen, een erfenis uit de koloniale tijd, opnieuw bekijken. India deelt met zijn buurlanden gemeenschappelijke natuurlijke en culturele bronnen. De toekomst ligt in onze relatie met onze buren, niet noodzakelijk in die met de rest van de wereld.’
Na de onafhankelijkheid van Brits-Indië in 1947 werd het Indiase subcontinent door de Britten verdeeld in de kleinere moslimstaat Pakistan en de seculiere staat India. Beide landen vochten sindsdien drie oorlogen uit, twee keer over het betwiste gebied van Kasjmir.
‘Individueel zouden we van elkaar kunnen houden, maar de kloof tussen beide landen is zo diep. De moslims aan de ene kant van de bergen en de hindoes aan de andere proberen elkaar te overtreffen in hun gelijk. De haat is groot.’
Het vredesproces dat in 2004 werd ingezet, ging mee in vlammen op bij de aanslagen in Mumbai in november 2008. ‘26/11 is niet echt een stap in de richting naar een toch al hopeloze politieke klimaatverandering’, zucht Chopra. Anderzijds zijn de mensen in Mumbai al lang vertrouwd met terreuraanslagen.
‘Er waren aanslagen met een nog vernietigender karakter, zoals de treinaanslagen in 2006. Maar 26/11 staat nu al in de internationale geschiedenisboeken omdat de aard ervan zo anders was. Deze aanslag was immers weloverwogen en direct gericht tegen de elite en de buitenlanders. En zoals dat nu eenmaal gaat, werd het gewicht van de bomaanslagen gemeten op basis van klasse, niet van het aantal doden. Een kleine champagne drinkende elite weegt meer dan een massa sloppenbewoners.’

Traumaverwerking


Mumbai verteerde de aanslagen snel, zegt Chopra. ‘De dag na de treinaanslagen, na de hotelbranden, schudden de in woners van Mumbai het stof uit hun kleren en gingen naar hun werk. De aanslagen kwamen aan als mentale mokerslagen, maar ze overtuigden mij er juist nog meer van om ’s ochtends op te staan en zoals elke burger aan mijn dag te beginnen. Op zo’n moment is het de enige mogelijke daad van verzet: niet toegeven aan de angst en de verlamming. Maar als ik traag door de straten van Mumbai loop, en ik kijk, dan zie ik de traumatische kant van hoe de mensen leven, werken en overleven in de stad. Dan voelt Mumbai aan als een oorlogszone.’
Als er oorlog en geweld heerst in de straten van India’s grootsteden, dan is dat niet omdat de klassentegenstelling ondraaglijk groot zijn, beweert Chopra. ‘Natuurlijk is er een probleem als je weet dat het consumentisme van die snel groeiende middenklasse een enorme armoedekloof verbergt. Maar het is niet de armoede die het land verdeelt, ik voel me niet bedreigd als ik door de sloppenwijken van de stad rijd.
Cynisch genoeg heeft dat te maken met de geschiedenis van de armoede in India. De armen zijn niet plots arm geworden, ze zijn dat al 150 jaar. Het is die religieuze spanning, dat gedoe tussen moslims en hindoes, die het land verscheurt. Jammer genoeg zal de karmische gedachte dat we als hindoes op aarde zijn om ons lot te ondergaan en te aanvaarden niet tot sociale verandering leiden.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur