Pakistaans auteur Mohsin Hamid: ‘Niemand kan ons tot uniformiteit dwingen’

Kunst is niet een van de eerste zaken waaraan je denkt als Pakistan het onderwerp is. Nochtans wonen er heel wat toonaangevende kunstenaars in het Land van de Zuiveren. Een van de meest opvallende stemmen vandaag is Mohsin Hamid, auteur van onder andere De val van een fundamentalist. ‘De tegenpool van fundamentalisme is niet secularisme, maar pluralisme.’

Mohsin Hamid betrekt met vrouw en dochter de bovenverdieping van het ouderlijke huis in Lahore. Rustige straat, ruime woningen, nieuwe auto’s voor de deur: niet iedereen in Pakistan gaat gebukt onder de voortdurende onzekerheid van armoede. Vader Hamid is professor economie, met een specialisatie in het managen van megasteden. Zoon Hamid studeerde eerst internationale relaties en daarna rechten, in de Verenigde Staten. Hij werkte als management consultant voor McKinsey, maar vond zijn roeping in de literatuur. Was zijn vader wel gelukkig met een zoon die romanschrijver wou worden? Mohsin Hamid antwoordt laconiek: ‘Zodra het duidelijk werd dat ik er mijn kost mee kon verdienen, was hij gerustgesteld.’ Dat is een understatement, want Moth Smoke verscheen in tien talen en de Reluctant fundamentalist werd 27 keer vertaald en wordt momenteel zelfs verfilmd.

Als hij hoort dat de Nederlandse vertaling gepubliceerd werd onder de titel De val van een fundamentalist, is hij onaangenaam verrast omdat er weinig ambiguïteit overblijft. Hopelijk gaat het beter met de vertaling van Moth Smoke, die binnenkort verschijnt, houdt hij er de moed in. ‘Ik neem in The Reluctant Fundamentalist geen duidelijk standpunt in over de vraag wat er uiteindelijk met de hoofdpersonages gebeurt. Het is een verhaal met veel opzettelijke leemtes waarop de lezer zijn eigen ideeën, opgebouwd vanuit eigen ervaring of vanuit de verhalen die media verspreiden, moet projecteren. Een roman is tenslotte niet zomaar een verhaal dat verteld wordt, het is ook een open speelruimte voor de lezer die aan de slag gaat met zijn of haar eigen verbeelding of vooroordelen.’

*

Mohsin Hamid situeert zichzelf en zijn romans midden in de stormachtige actualiteit, niet op een eenduidige politieke manier maar door met zijn woorden een oog van tijdelijke stilte te creëren in een verwoestende orkaan. Toch analyseert hij graag en uitvoerig de maatschappelijke kwalen van zijn land en van de regio. Een uur lang praten we over de onvoltooide scheiding tussen India en Pakistan en over het geweld dat daardoor onuitroeibaar lijkt, over de illusie van een eenentwintigste-eeuws kalifaat en over de megafoonislam in zijn land. Na die lange alaap –de uitgebreide aanvangsimprovisatie in de soefistische qawwali-muziek, die in Europa bekend werd dankzij Nusrat Fateh Ali Khan– vraag ik de auteur welke meerwaarde hij vindt in het schrijven van romans. Zijn politieke analyses niet uitdagend genoeg? ‘Een analyse dient om de wereld begrijpbaar en beheersbaar te maken’, zegt Mohsin Hamid. ‘Een roman probeert een wereld te creëren, met nieuwe mogelijkheden. Een beetje zoals in een dagdroom. Je bevindt je binnen de werkelijkheid, maar je doorbreekt haar beperkingen. Je exploreert het mogelijke.’

Wie daarmee denkt dat Mohsin Hamid een literaire versie is van het Wereld Sociaal Forum, met zijn motto Een andere wereld is mogelijk, heeft het bij het verkeerde eind. In Moth Smoke vertelt hij het oeroude verhaal van broedertwist tegen de achtergrond van ondraaglijke corruptie en ongelijkheid. In De val van een fundamentalist staan de gebeurtenissen na 9/11 centraal, met alle bittere gevoelens van verongelijktheid die daar in Pakistan bij horen. De wereld van de verbeelding ziet er bij hem blijkbaar niet veel vrolijker uit dan de wereld buiten de hoge muren van zijn huis? ‘Ik bedenk levens, maar ik ontken de werkelijkheid niet. En die realiteit wordt in toenemende mate bepaald door het feit dat iedereen zich bewust is van het feit dat er andere mensen zijn die het beter hebben –véél beter– dan zijzelf. Media en communicatiemiddelen maken zelfs de armste straatkinderen daarvan bewust, maar ook welstellende burgers worden afgunstig als ze de privéjets en zwembaden van de superrijken zien. Het is die orgie van ongelijkheid, gekoppeld met de privatisering van het wapenbezit, die het geweld voortbrengt waaronder de wereld vandaag lijdt.’

*

De zin van het leven? Koop een nieuwe wagen! Laat je borsten vergroten! Blaas jezelf op!

Het geweld waaronder Pakistan lijdt in de dagen dat ik Mohsin Hamid ontmoet, presenteert zich grotendeels onder de vlag van een militant islamisme. Er zijn de Pakistaanse taliban en hun Afghaanse geloofs-, strijd- en stamgenoten. Er zijn de gewapende groepen die opgericht werden om Indiaas Kasjmir te “bevrijden”, maar allang een veel bredere agenda nastreven.

Er zijn de organisaties die vooral de zuiverheid van de islam volgens hun eigen sectaire overtuigingen willen opleggen. En dan zijn er nog de etnisch-nationalistische opstandelingen en de gewone criminele bendes. En het leger en de politie, natuurlijk. ‘In wezen gaat het niet over geloof of fundamentalisme’, zucht Mohsin Hamid. ‘De basisvorm is de maffia: als de staat te zwak is om mensen recht en bescherming te geven, ontstaan er informele organisaties die daarvoor zorgen. Bovendien worden armen die een wapen hebben al snel wat minder ongelijk tegenover de middenklasse of zelfs tegenover de machtigen. De financiering van al die militante organisaties vertoont dan ook opvallende gelijkenissen met de maffia: smokkel, afpersing, illegale handel…’

Omdat het onvermijdelijk toch over fundamentalisme gaat, geeft Mohsin Hamid daar zijn eigen definitie van: ‘Het is een houding die ervan uitgaat dat de ideeën of verwachtingen van de andere niet belangrijk zijn, aangezien ik de hele waarheid ken.’ Dat, gelooft hij, is fundamenteel tegengesteld aan de definitie van goed zijn, namelijk: ‘Je inbeelden dat je in de schoenen van de andere staat en je handelen afstemmen op wat je denkt dat die andere wilt of voelt. Empathie.’ Hamid waarschuwt dat het vanzelfsprekende verband tussen fundamentalisme en religie meer werkelijkheid verhult dan onthult. ‘Secularisme, kapitalisme en rationalisme kunnen allemaal ontaarden in een fundamentalistische, zelfingenomen houding. De echte tegenstelling zie ik tussen fundamentalisme en pluralisme. Eén waarheid tegen een veelheid aan mogelijke waarheden.’

Mohsin Hamid is niet blind voor het feit dat extremisme en zelfingenomen ideologieën in de eenentwintigste eeuw, en vooral in Pakistan, de vorm aannemen van religieus extremisme. ‘Godsdienst is opnieuw aantrekkelijk omdat de spirituele behoeften van mensen zo groot zijn en het aanbod zo klein. De diepste spirituele behoefte wortelt in ons besef van sterfelijkheid. Dat katapulteert ons in een bestaan dat nooit vrij is van spanning, onzekerheid en uiteindelijk eenzaamheid. De ramp is dat die behoefte vandaag niet beantwoord wordt –ook niet door de religieuze activisten– maar uitgebuit. De zin van het leven kwijt? Koop een nieuwe wagen! Laat je borsten vergroten! Blaas jezelf op! Ik ben ervan overtuigd dat die exploitatie van de behoefte van de mens om zichzelf te overstijgen maar zal ophouden als we een bevredigend antwoord vinden op de onhoudbare ongelijkheid.’

*

Keer op keer probeert Mohsin Hamid het licht te vinden aan het eind van de donkere tunnels die hij zelf beschrijft. Als het gaat over de oorlog in Afghanistan en de verwoestende gevolgen voor het maatschappelijke weefsel in Pakistan, besluit hij met: ‘Het goede nieuws is dat de Verenigde Staten niet eeuwig zullen blijven. Ik hoop dat de schade die de regio bij de terugtrekking van het Westen opgelopen heeft, dan nog herstelbaar zal zijn, al zal het zeker een generatie duren eer het gif van deze oorlog uit ons leven verdwenen zal zijn.’

Als het gaat over intolerantie en geweld, zegt hij: ‘Wat Pakistan zal redden, is zijn verscheidenheid. Niemand kan ons tot uniformiteit dwingen en dat is van onschatbaar belang in deze eeuw die homogeniteit lang achter zich gelaten heeft.’ En als het gaat om de massale positieve reacties op de moord op Salman Taseer, de Punjaabse gouverneur, dan vertelt hij het verhaal van Veena Malik, een filmster die deelnam aan een Indiase versie van Big Brother en daarvoor scherp bekritiseerd werd door media en clerus in Pakistan. Tijdens een live praatprogramma veegde de getergde entertainster een mollah zo welsprekend de religieuze mantel uit, dat ze de nieuwe heldin van het volk én van de intellectuele klasse werd.

Mohsin Hamid toont zich daarmee meer een man van de hoop dan van het geloof. Maar van alle deugden, is de liefde de grootste, daar is hij van overtuigd. ‘De liefde voor mijn eenjarige dochter is de sterkste spirituele ervaring uit mijn leven’, zegt de schrijver. Maar of hij daar ook in zijn romans meer werk van wil maken, dat is een andere zaak. Het ingebeelde leven mag tenslotte ook niet te mooi of te makkelijk worden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur