Portret van de Malinese zangeres Rokia Traoré

Zelf voelt ze dat naar eigen zeggen niet altijd zo aan, maar de Malinese Rokia Traoré staat aan de absolute top van de Afrikaanse muziekscene. Ze mag dan maatje 34 hebben, ze heeft een stem die zindert van de donkere aarde tot aan de hemel. Daarmee rijgt ze Europese rock, blues en West-Afrikaanse muziektradities aan elkaar.
  •  Brecht Goris Rokia Traor Brecht Goris
Rokia Traoré (35) is net met de trein aangekomen uit Lyon, en heeft er intussen alweer een kort interview op zitten. Terwijl ze een snelle update krijgt over haar programma en haar concert morgen in de Bozar, trekt ze haar jurkje recht voor een foto van de MO*fotograaf. Het is warm in Brussel, broeierig warm, van zoveel zomer dreigen mijn huidporiën dicht te slibben. De innemende Traoré lijkt daar minder last van te hebben, ze lijkt zo uit een fris damesblad gestapt.
Ze verontschuldigt zich één keer omdat ze een kwartier te laat is, en een tweede keer omdat ze in een warme opnamestudio wil zitten, ‘om haar stembanden niet aan onnodige kouderisico’s bloot te stellen’. Ze is moe, maar heeft nauwelijks tijd om te rusten. En ze is bereid om zich volop in een nieuw interview te smijten. Een mens vraagt zich af of ze Zen, een nummer over de moed om niets te doen uit haar album Tchamantche, als therapeutisch nummer voor zichzelf neerpende. ‘Ik zou dit onderwerp nooit hebben kunnen bedenken’, lacht ze.
‘Ik schreef het samen met een heel rustige persoonlijkheid. Zen gaat over een tweedegraadsprobleem, maar wel een reëel probleem van deze generatie. Ik heb het zelf heel moeilijk met nietsdoen en ben hopeloos verslaafd aan elektronische communicatie. Als ik geen toegang krijg tot mijn e-mail, treedt een gevoel van onthechting op. Slaap vind ik noodzakelijke tijdsverspilling, de nachten dienen immers evengoed om de andere kant van de wereld aan de lijn te krijgen.’ Ze voegt eraan toe dat haar drukke levensritme geen mantra is, eerder een symptoom van haar muzikantenleven. Ze probeert het af en toe wel: nietsdoen, ‘omdat het kan leiden tot mooie dingen. Of evengoed tot niets.’
*
Als diplomatendochter kreeg Traoré de wereld met de paplepel binnen. Ze woonde onder meer in Algerije, Saoedi-Arabië, Frankrijk en België –landen die zich in haar muzikale oeuvre nestelden. Maar het was op een Malinees podium dat Traoré voor het eerst haar sporen als muzikante verdiende. ‘De eerste keer dat ik een instrument kon proeven was in Mali. Ik speelde er ook de eerste keer voor een publiek voor de nationale televisie. Ik ben er even tussenuit geweest om in Brussel te studeren, om daarna opnieuw in Mali mijn muziekcarrière verder te zetten. Ik wilde vooral herbronnen –ik kon het land niet loslaten– en toegang krijgen tot de traditionele instrumenten die toebehoren aan Mali en de West-Afrikaanse cultuur.’
Haar terugkeer naar Mali was niet enkel een muzikale zoektocht. Als kind groeide ze op in een wereld van expats. Dat was een gemakkelijk leven, vertelt ze, maar het was wel een leven zonder sterke banden met haar geboorteland. Toen identiteit een belangrijker rol ging spelen in haar leven, kreeg ze behoefte aan een culturele standplaats. ‘Of ik anders ben dan andere Malinese artiesten? Tja, dat zal wel zeker?’, antwoordt ze, niet overtuigd van de relevantie van deze vraag. ‘Ik ben in een heel open omgeving opgegroeid, heb veel van de wereld geproefd. Malinese of Afrikaanse artiesten zijn vaak heel erg verbonden aan hun land. Ze vertrekken wellicht meer van die traditionele basis dan ik, maar tegelijk manoeuvreren we allemaal binnen dat ene kader van zeven noten. Dat is een universele gemeenschappelijke deler, en meteen ook het bewijs dat de menselijke intelligentie begrensd is.’
*
Eclectisch –zo omschrijven veel muziekrecensenten haar muziek. De Malinese mengt West-Europese ritmes met Afrikaanse moods, en heeft zowel folkies, bluesfans als liefhebbers van de fijne gitaarrock onder haar publiek. Als ik de obligate vraag stel wie haar iconen waren, trekt ze even haar wenkbrauwen op. ‘Echt, ik heb werkelijk alle genres meegekregen sinds ik heel jong was. Mijn voorbeelden zijn te talrijk om op te sommen, maar als je toch een greep wil: Fanta Damba no.2 , Batourou Sekou Kouyaté, Fela Kuti, Salif Keita, Ella Fitzgerald, Nina Simone, Billie Holiday, uiteenlopende klassieke componisten als Händel en Wagner. En nu doe ik oneer aan al diegenen die ik niet opsom.’ En er was de invloed van de huiskamer: vader Traoré speelde zelf saxofoon. ‘Mijn vader heeft een omvangrijke platencollectie, met zeer veel en diverse muzieksoorten, doorspekt met invloeden van zijn reizen. Zijn verzameling was heel lang ook mijn culturele biotoop en heeft mijn artistieke keuzes zeker mee bepaald.’
*
Als je afwijkt van de platgetreden paden, is Afrikaanse muziek geen trefzekere business. ‘Voor hedendaagse muziek of cultuur in het algemeen bestaan geen promotiecircuit of ondersteuning in Afrika. Promotoren kiezen er voor zekerheid: artiesten die garant staan voor een overvol stadium: een internationale ster als de Amerikaanse Sean Paul, of de griots die het volk vermaken met traditionele muziek die voor iedereen herkenbaar is. Cultuur is geen prioriteit voor een regio die sociaal-economisch aan de grond zit. Nochtans zou het wel een interessante economische markt kunnen genereren.’
Ook de markt die Traoré in Europa heeft, is –hoe belangrijk ze ook is– klein en dus economisch minder interessant, merkt ze op. ‘Zo gaat dat, ik ben te westers voor Malinezen en te Afrikaans voor westerlingen.’ Traoré zit willens nillens in de lade van wereldmuziek, een schuif waar de promotiebudgetten voor concerten een pak lager zijn dan voor jazz of klassieke muziek. ‘Die hebben nochtans ook kleine afzetmarkten, maar het zijn westerse genres, beoefend door westerse muzikanten, en dus zijn de budgetten meer aangepast aan de westerse normen. Slotsom: ik word tot het topniveau van de wereldmuziek gerekend, maar ik verdien evenveel als een gemiddelde muzikant binnen de klassieke muziek of jazz.’
*
De voorbije zomer haalde Mali het wereldnieuws toen bleek dat terreurorganisatie Al Qaeda in de Islamitische Maghreb het land ontdekt had. De Malinese samenleving –negentig procent moslims– consumeert gretig religie. Dat leidt echter niet tot radicalisering, denkt Traoré, zelf moslim¬¬, wel tot “apathisering”.
‘Het is begrijpelijk. Religie is een strohalm om je aan vast te klampen als je niets hebt. De prioriteit voor veel Afrikanen is elke dag te overleven. Voor Malinezen is morgen gelijk aan insjallah. Hoe meer uitzichtloosheid en wanhoop, hoe meer God. En echt, ik heb mensen die op sterven na dood waren, zien genezen door een gebed of de tussenkomst van een marabout. Soms werkt dat gewoon. Maar het probleem is de overconsumptie van religie in Afrika. Dat houdt mensen kort, het neemt hun verantwoordelijkheid weg. De lijn die telkens tussen religie en demografie, economie, politiek, ontwikkeling en justitie loopt, belet dat mensen anticiperen om de samenleving zelf op de juiste sporen te zetten.’ Een geïnstitutionaliseerde God is ook het gedroomde excuus om zich achter te verbergen als je een fout hebt gemaakt, zegt Traoré. ‘Fouten, ook medische fouten bijvoorbeeld, worden in Mali verkocht als “Gods wilsbeschikking”, en die trek je niet in twijfel.’
De kaarten zien er niet goed uit voor Mali, een opgedroogd land, waar de helft van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Maar er zijn ook positieve ontwikkelingen, voegt Traoré toe. ‘De intellectuele elite in Mali groeit. Langzaam, maar ze groeit. Dat zijn mensen die niet meer per se de noodzaak voelen om te vertrekken, en willen investeren in hun land.’
*
‘Ik besef hoe dun we gezaaid zijn, de “Malinezen die het gemaakt hebben”’, zegt Traoré. Het is dat besef dat haar engagement tegenover Mali ondersteunt. Traoré wil de hedendaagse muziekcultuur in Mali een hart onder de riem steken en richtte een hedendaags muziekcentrum voor jongeren op. Talentvolle jongeren krijgen er gepaste opleidingen en een realistisch raam op de wereld. ‘Elke dag krijg ik wel de vraag van een jongere of ik hem of haar wil meenemen naar Europa, stiekem, en valise. Het is de collectieve drang van elk emigratieland, waar mensen op het eerste gezicht weinig te verliezen hebben.
Je begrijpt het, maar krijgt met geen stokken uitgelegd dat weggaan geen oplossing is. Net daarom dat ik de vzw heb opgericht, om op mijn bescheiden manier mee te werken aan een oplossing om jonge talenten in Mali te houden. We willen jongeren ook de mogelijkheid geven om te reizen, proeven, ontdekken, om Europa te zien zoals het echt is. De voorwaarde is wel dat het om retours gaat, geen enkeltjes. Jongeren mogen weggaan, als ze maar terugkomen, en liefst met evenveel goesting in Mali als vóór hun vertrek.’
‘We manoeuvreren allemaal binnen hetzelfde kader van zeven noten. Dat is een universele gemeenschappelijke deler.’
MO* sprak met Rokia Traoré voor haar optreden in Bozar tijdens het festival Visionary Africa In dit kader loopt nog tot 26 september de tentoonstelling GEO-graphics. MO* geeft hiervoor tien duotickets weg.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur