Powell en Rumsfeld leveren slag over Irak-na-de-oorlog

Terwijl de slag om Bagdad nog moet beginnen, is er in de Amerikaanse regering een hevige strijd aan de gang over de plannen met Irak als Saddam er van de macht is verdreven. Het Pentagon - het Amerikaans ministerie van Defensie - zou het overgangsbestuur grotendeels zelf in handen willen houden en wil alleen taken delegeren naar zijn vertrouwelingen in de Iraakse oppositiekoepel, het Iraaks Nationaal Congres. Het State Department – het Amerikaans ministerie van Buitenlandse Zaken - vindt dat ook andere sleutelpersonen uit de Iraakse samenleving, de bondgenoten in Europa en de Verenigde Naties een rol moeten kunnen spelen. Het State Department wordt daarin gesteund door de Britse premier Tony Blair en de Amerikaanse inlichtingendiensten.


Volgens de Washington Post heeft het Pentagon onlangs een veto uitgesproken over acht huidige en voormalige functionarissen van het State Department die waren genoemd voor belangrijke functies in het overgangsbestuur in Irak. Onder de acht bevonden zich enkele voormalige ambassadeurs of hooggeplaatste ambtenaren van Buitenlandse Zaken met ervaring in de Arabische wereld. Naar verluidt vond onderminister van Defensie Douglas Feith de kandidaten te zeer pro-Arabisch - een kwaal waaraan volgens Amerikaanse neo-conservatieven zowat de hele afdeling Midden-Oosten van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken lijdt.

Ook over de hulp aan de noodlijdende bevolking in Irak heerst er onenigheid. Minister van Defensie Donald Rumsfeld is naar verluidt van mening dat alle hulpacties onder de bevoegdheid moeten komen van de voormalige generaal Jay Garner, de coördinator van het Bureau voor Heropbouw en Humanitaire Hulp van het Pentagon. Als het heropbouwwerk in Irak begint, zal die rechtstreeks rapporteren aan generaal Tommy Franks die de invasie in Irak leidt.

Buitenlandminister Colin Powell argumenteerde vorige week in een brief aan Rumsfeld dat de hulp aan Irak beter gecoördineerd wordt door USAID, het Amerikaans agentschap voor ontwikkelingshulp dat verantwoording verschuldigd is aan het State Department. Powell zou ervan uitgaan dat internationale instellingen en niet-gouvernementele hulporganisaties niet zullen willen samenwerken met een structuur die onder het commando staat van het Amerikaans leger. De hulporganisaties zelf vinden dat de VN de hulpoperaties moeten leiden.

Het Pentagon vindt dat het leger de touwtjes bij de hulpverlening in handen moet houden zolang Irak onveilig blijft. Als alles goed gaat, kunnen de nieuwe Iraakse autoriteiten de taken dan overnemen, oordeelt onderminister Feith, zodat er helemaal geen VN-inbreng nodig is.

Maar het Amerikaans ministerie van Defensie krijgt ook tegenwind vanuit Groot-Brittannië. Tony Blair vindt net als zijn collega’s van de andere EU-lidstaten dat de VN een hoofdrol moeten spelen bij de heropbouw van Irak. De hulp aan Afghanistan wordt daarbij als voorbeeld aangehaald. Frankrijk heeft bovendien al met een veto gedreigd tegen elk voorstel van resolutie in de Veiligheidsraad dat de VN ondergeschikt zou maken aan de Amerikaanse bezettingsmacht in Irak.

In een poging om de ernstige meningsverschillen tussen het Pentagon en het State Department bij te leggen, hebben 29 vooraanstaande Democraten, Republikeinen en neo-conservatieven deze week een gemeenschappelijke brief gepubliceerd met een compromisvoorstel. De ondertekenaars vinden dat het Witte Huis moet aansturen op een resolutie in de Veiligheidsraad waarin wordt aangedrongen op de oprichting van een civiel bestuur in Irak, de inbreng van VN-hulporganisaties en de ontplooiing van een vredesmacht door NAVO-landen. De briefschrijvers roepen de Amerikaanse en Europese beleidsmakers expliciet op werk te maken van “een nieuwe periode van transatlantische samenwerking”.

Maar het Pentagon schuift kandidaten voor het overgangsbestuur naar voren waarmee het moeilijk samenwerken zal zijn. Volgens de Washington Post blijft het ministerie van Defensie een belangrijke functie opeisen voor de voormalige CIA-directeur R. James Woolsey. Woolsey, die onder meer de hand had in de mediacampagne die de hoogst twijfelachtige band tussen het Iraakse regime en Al-Qaeda, werd zelfs even genoemd als informatieminister in het overgangsbestuur.
Zowel Woolsey als Garner – volgens de plannen van het Pentagon de absolute nummer één in Irak voor de komende tijd – hebben banden met het Jewish Institute of National Security Affairs (JINSA). Die instelling probeert de militaire en strategische banden tussen Israël en de VS nog strakker aan te halen en heeft in het verleden al met vernietigende standpunten uitgehaald tegen de opstand van de Palestijnen.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift