Privacy is onbetaalbaar

‘Ik mocht nooit een man onder ogen komen’, zegt Soraya uit Afghanistan. Zij verblijft nu in een asielcentrum in Kapellen. Na jarenlang in een afgeschermde wereld geleefd te hebben, is het voor haar niet evident om opeens met mannen de douches te delen, samen met hen te eten of activiteiten te doen. Eline Vangeel onderzocht het onveiligheidsgevoel van vrouwelijke asielzoekers.
Een hokje waarin net een bed, een kast en een tafel passen, afgeschermd door een gordijntje of in het beste geval een deur, biedt weinig privacy. Als een zeventienjarig meisje snakt naar een eigen plekje in de kamer die ze met haar ouders en broers deelt, is het enige wat de sociaal-assistent in het Klein Kasteeltje haar kan bieden, een paravent.
Zowel gezinnen en alleenstaanden als verliefde koppeltjes vervloeken de dunne of onbestaande muren van hun nieuwe woonst in het opvangcentrum. Zelfs Georges Vergauwen, directeur van het asielcentrum in Kapellen -in de wandelgangen van Fedasil “de hel van het noorden” genoemd- vindt de chambrettes onleefbaar. ‘Vooral voor de privacy. Van muziek of een intiem gesprek moet iedereen meegenieten, ongewenst bezoek kan gemakkelijk binnen.’
De vrouwen voelen zich onveilig door dat gebrek aan privacy. Sahar en Anahita, twee Iraanse zussen die in Lint en Kapellen woonden, leefden voortdurend in angst. ‘Wij vluchtten uit Iran omdat we ons niet meer veilig voelden, maar in het asielcentrum leef je met zovelen op een kluitje dat het er evenmin veilig is. Zodra je de deur uitgaat, moet je op je hoede zijn.’ Als alleenstaande jonge vrouwen voelden de zussen zich vogelvrij verklaard door de mannen, van wie ze de hongerige blikken voortdurend in de rug voelden.
Vooral de gemeenschappelijke douches en toiletten zijn voor veel vrouwen een bron van angst. Naar de wc gaan wordt ‘s nachts een schriktocht vol gevaren. ‘Ik heb een keer een uur in de douche gestaan omdat een groepje mannen aan de deur stond te wachten’, vertelt Anahita. Soraya, een Afghaanse, neemt daarom haar voorzorgen. ‘Ik loop nooit alleen door de gangen. Ik maak mijn kinderen zelfs ‘s nachts wakker om op wacht te staan als ik moet plassen.’ Kim Willaert, teamcoach van de sociale dienst in Kapellen, begrijpt hun angst. ‘Als je ‘s avonds door de gangen loopt hoor je de mannen in hun kamers roepen en soms luid ruziemaken. Dat is bedreigend’, zegt ze. Veel vrouwen gaan ‘s nachts dan ook op een potje.

Het talibantrauma


Nochtans is een asielcentrum eigenlijk een veilige omgeving. ‘De bewoners kennen het huisreglement. Ze hebben schrik dat ze hun procedure verknallen als ze zich niet gedeisd houden,’ zegt Willaert. Het gevoel van onveiligheid is dus heel wat groter dan de reële bedreiging. ‘Vergelijk het met het gevoel dat veel vrouwen hebben als ze ‘s avonds alleen rondwandelen in Antwerpen-Noord. Ze zijn bang omdat iedereen zegt dat het er gevaarlijk is.’
Niet alle vrouwen zitten te bibberen achter het gordijn van hun chambrette. ‘Als een man me naroept en begint te fluiten, negeer ik hem toch gewoon,’ zegt de Somalische Kediga overtuigd. Wie geen hartstochtelijke man aan de deur wil, moet zorgen dat ze zijn hoofd niet op hol brengt, vindt ze. Voor Kediga was het opvangcentrum in Sint-Truiden zelfs een paradijs. ‘Na het vluchtelingenkamp in Kenia, is alles beter.’ Hoe groot het centrum is, speelt een belangrijke rol voor het veiligheidsgevoel. In kleine centra zoals dat van Ekeren vormen de bewoners meer een grote familie. Een happy family is het meestal niet, maar vrouwen voelen zich er wel door beschermd.
Het zijn ook vooral vrouwen uit moslimlanden die angstig zijn. Soraya is gevlucht voor de Taliban en vindt het erg moeilijk om opnieuw vertrouwen te hebben in mannen: ‘Ik besef dat ik bang ben door wat ik heb meegemaakt in mijn land, maar stel je voor, ik mocht nooit een man onder ogen komen.’ Na jarenlang in een afgeschermde wereld te leven, is het niet evident opeens met mannen de douches te delen, samen met hen te eten of activiteiten te doen. De vrouwen blijven daardoor ook vaak geïsoleerd in het centrum. Westerse en Afrikaanse vrouwen zijn veel assertiever, vindt Willaert. ‘Een assertiviteitscursus zou die vrouwen nieuw zelfvertrouwen kunnen geven. Ook koken, naailes, fitness en het kappersatelier kunnen hen helpen uit hun isolement te breken.’

Mama wil geen macramé


De vrouwen door animatie uit hun isolement halen, klinkt mooi, maar uiteindelijk blijkt dat zij erg moeilijk bereikbaar zijn. Weinig bewoonsters staan te springen voor een uurtje op een hometrainer, baantjes zwemmen of nagellakken. Eric Jassin van de dienst animatie in het Klein Kasteeltje wijdt dit vooral aan de cultuur. ‘Als de vrouwen al zin hebben in een activiteit, dan moeten ze nog opvang vinden voor hun kinderen en moet hun man akkoord zijn. Net nog mochten twee vrouwen niet mee op sportweekend van hun man. Wie zijn wij dan om in te grijpen? We moeten hun culturele identiteit respecteren.’
Moeilijker wordt het als de hulpverleners vinden dat de vrouwen systematisch onderdrukt worden. ‘We hebben hier karweitjes waarmee de bewoners extra zakgeld kunnen verdienen, meestal schoonmaken. Voor veel mannen is het ondenkbaar om te zitten schrobben, dus laten ze hun vrouw voor het werk opdraaien. Dan moeten we wel ingrijpen,’ meent Marc Goethals, sociaal-assistent in het Klein Kasteeltje. ‘Ook bij geweld binnen het gezin schieten we in actie, maar wel enkel op vraag van de vrouw.’
Waar veel vrouwen écht moeite mee hebben, zegt Eric Jassin, is dat ze hun identiteit als vrouw en moeder verliezen. De asielcentra hebben immers personeel dat voor alles zorgt. Zodra deze gezinnen in een asielcentrum aankomen, hebben de vrouwen niets meer om handen. Borden worden vol geschept in de refter, kleding en zeep liggen klaar, vuil ondergoed gaat naar de wasserij. ‘Ik ben hier geen moeder meer voor mijn kinderen’, zegt de Libanese kunstenares Houda. ‘Ik heb geen geld om iets lekkers voor hen te koken en weet niet met wie ze omgaan in het centrum. Hoe kan ik nog een goede moeder zijn, als zij mij meer moeten helpen dan ik hen? Het enige wat ik nog doe, is slapen en schilderen.’
Ondanks de inspanningen van de kinderdienst, die ouders probeert te betrekken bij de opvoeding, voelen vrouwen zich vaak machteloos omdat ze de nieuwe taal niet spreken, niet kunnen helpen bij het huiswerk en omdat hun kinderen zich hier vaak sneller redden dan zijzelf.
De vrouwen zelf boodschappen laten doen en een keukentje ter beschikking stellen, zou hen veel gelukkiger maken dan een wekelijkse hobbyclub. In het Klein Kasteeltje wonen de alleenstaanden en grote families al in studio’s voor ongeveer zeven personen, het centrum in Ekeren krijgt een grote bewonerskeuken. ‘Dat kost allemaal veel tijd en geld, maar het is broodnodig’, zegt Arne Dumon van het centrum in Ekeren. ‘Het is niet omdat we met veel zijn, dat het hier een scoutskamp moet worden. Laat ze een zelfstandig leven leiden en zorg dat ze hier snel weer buiten zijn.’ In het kader van een nieuwe Europese richtlijn zal dat verblijf binnenkort beperkt worden tot zes maanden. ‘Ik kijk ongelooflijk uit naar de dag waarop we hier buiten gaan, dan durft mijn zoon misschien eindelijk aan zijn vriendjes vertellen waar hij woont’, zucht Houda.
De namen van Anahita, Sahar en Soraya zijn veranderd omwille van privacyredenen.

BOB PLEYSIER, directeur-generaal van Fedasil : ‘Paleis gaat voor op Klein Kasteeltje’

over integratie

‘We hebben niet de ambitie om de asielzoekers, op de korte tijd dat ze in onze instellingen verblijven, klaar te stomen voor een bestaan in ons land. Zowat negen op tien van onze bewoners krijgt uiteindelijk een afwijzing van hun asielaanvraag. We moeten hun cultuur en rollenpatronen respecteren.’

over animatie

‘De traditionele rol van moeder en echtgenote valt helemaal weg in de collectieve opvang, waar vrouwen alles uit handen moeten geven. Activiteiten organiseren voor de bewoners is kunstmatig. Eerst neem je hen alles af, koken, wassen, de kinderen, zodat ze zich hele dagen vervelen, en dan wil je hun tijd opnieuw vullen met hobbyclubs.’

over zelfstandigheid

‘Ik zal een gelukkige man zijn als alle families hun eigen studio hebben, waar ze zelf kunnen koken en mensen ontvangen. Maar die studio’s kosten 50.000 euro per stuk. Voor de komende drie jaar vragen we 27 miljoen euro investeringskredieten, alleen maar om aan basisbehoeften te voldoen zoals hygiëne en brandveiligheid. Als alles goed gaat, krijgen we dit jaar 4,5 miljoen. Dat geld zit bovendien in een grote pot bij de Regie der Gebouwen, die alle overheidsgebouwen onderhoudt en ons duidelijk geen prioriteit vindt. Toen prins Filip trouwde, werd de kathedraal gerestaureerd, dus moest het Klein Kasteeltje wachten. Daarom willen we nu een eigen budgetlijn waarop niemand nog kan beknibbelen.’

over psychologische bijstand

‘Het is een bewuste keuze om te werken met externe psychologen. Als je een psycholoog aan het personeel toevoegt, institutionaliseer je het probleem. Het aanbod vergroot de vraag. We moeten daarbij ook geloven in de mentale kracht en overlevingsdrang van onze bewoners. Als er al een psycholoog komt, dan zal hij eerst en vooral het personeel moeten begeleiden.’

over de verblijfsduur

Een maximale verblijfsduur van drie maanden zou ideaal zijn. Maar dan moet de procedure ook volgen. Er is beterschap in zicht bij het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen, maar nu zit alles strop bij de Raad van State. Als ook zij zich beter organiseren, verschuift de flessenhals naar de regularisatie, waar tienduizenden dossiers liggen te wachten. Zo lang de procedure niet sneller gaat, kunnen we het verblijf niet verkorten.’
(evg)

Bob Pleysier is verantwoordelijk voor het federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers, Fedasil. Pleysier geefttoe dat er weinig of geen speciale actie ondernomen wordt om het veiligheidsgevoel van vrouwen in de opvangcentra te vergroten. ‘Daar is jammer genoeg geen geld voor.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift