Producten uit Israëlische nederzettingen glippen Europa binnen

Europa is te laks voor Israël in de toepassing van de handelsakkoorden, zegt Brigitte Herremans, Midden-Oosten specialist bij Broederlijk Delen. MO* sprak met haar over de sterke bilaterale relaties tussen de EU en Israël.
  • Tine Danckaers De meest specifieke voorwaarden gaan over het territorium waarop het akkoord van toepassing is, namelijk het grondgebied van Isra Tine Danckaers
De relatie tussen Israël en Europa wordt geregeld via allerhande akkoorden maar een van de voornaamste is het Associatieakkoord van 2000. Dat benadrukt vooral de politieke, sociale en culturele dialoog, en daarnaast ook de economische samenwerking. Door het akkoord werd een vrijhandelszone tussen de Europese Gemeenschap en Israël gecreëerd.
Stelt het Associatieakkoord concrete voorwaarden aan de samenwerking tussen?
Brigitte Herremans:
De meest specifieke voorwaarden gaan over het territorium waarop het akkoord van toepassing is, namelijk het grondgebied van Israël. Dat is de zogenaamde oorsprongsregel, die stelt dat enkel producten uit Israël aan preferentiële tarieven in de EU mogen worden geïmporteerd.
Op het vlak van mensenrechten zijn er de algemene voorwaarden van artikel twee van het akkoord. Dat stelt dat het partnerland respect voor mensenrechten en democratie moet hebben. In principe kan Europa op basis van dit artikel het akkoord opschorten. Dat is ook de eis van veel ngo’s, omdat Israël het internationaal recht systematisch schendt, denk maar aan de Gazaoorlog en de discriminatie van de Palestijnse burgers in Israël.
Maar dit is onbespreekbaar binnen de EU. Dan zou ze de Associatieakkoorden van alle landen in het Middellandse Zeegebied moeten opschorten. Wel wordt er jaarlijks een Associatieraad gehouden, om de heikele punten van de samenwerking te bespreken.
Maar ondanks de oorsprongsregel komen toch heel wat producten uit bezette gebieden Europa binnen. Hoe kan dat?
Europa stelt heel duidelijk dat de bilaterale overeenkomsten enkel van toepassing zijn op Israëlisch grondgebied, dus niet op de nederzettingen. In het Associatieakkoord is bepaald dat producten uit Israël tegen een preferentieel tarief kunnen worden geïmporteerd in EU-lidstaten, die worden dan taksvrij ingevoerd.
Volgens de oorsprongsregel mogen enkel producten uit Israël een oorsprongscertificaat krijgen maar Israël geeft dat certificaat ook aan producten uit de nederzettingen. Gedurende jaren zijn die aan een gunsttarief ingevoerd, omdat Europa niet eiste dat Israël een onderscheid maakte tussen producten uit Israël en producten uit de nederzettingen.
Nu is er een onefficiënte ‘technische regeling’ waarbij de douanediensten van de lidstaten op basis van een lijst met postcodes de oorsprong van de producten bepalen en wel taksen heffen op die producten uit de nederzettingen. Dat is de wereld op zijn kop.
Bovendien wordt er vaak gesjoemeld met de postcodes. Dan geeft men bijvoorbeeld de postcode van het moederbedrijf in Tel Aviv op, terwijl de fabriek in bezet gebied staat. De manier waarop Israël het akkoord toepast zorgt er dus voor dat het Europees Gemeenschapsrecht is geschonden.
De houding van Europa is dan ambigu te noemen?
Absoluut, er is een enorme kloof tussen woord en daad. In de verklaringen reageert men vaak heftig, men trekt ten strijde tegen mensenrechtenschendingen en de illegale annexatie van Oost-Jeruzalem, maar operationeel wordt dit standpunt niet weerspiegeld.
Israël beschouwt de nederzettingen in de bezette gebieden integraal als zijn grondgebied, en het past alle akkoorden met de EU ook daar op toe. Voor Israël bestaat de Groene Lijn niet. Maar zo werkt het natuurlijk niet, wanneer je een akkoord afsluit verwacht je dat je partner de regels respecteert. Israël heeft het recht niet om op een eigen manier te interpreteren.
Enerzijds is de Europese Unie, net als bijvoorbeeld de Amerikaanse president Obama, enorm gechoqueerd door het feit dat Israël telkens weer de nederzettingen uitbreidt.
Anderzijds heeft men bepaalde hefbomen om in te grijpen, maar men gebruikt ze niet. Het probleem is dat Europa Israël een speciale status toekent. Het laat toe dat Israël de akkoorden volgens zijn eigen nationale wetgeving toepast, en die strookt niet met het internationaal recht. De EU heeft schrik om zijn economische belangen te schenden of nog minder invloed in het vredesproces te hebben.
Recent was er ook een uitspraak in de zaak rond het Duitse bedrijf Brita, dat filters had geïmporteerd uit de bezette gebieden. Wat betekent deze uitspraak voor de relatie tussen Europa en Israël?
De uitspraak is goed maar logisch, het recht is gewoon correct toegepast. Het is zeker geen keerpunt. Brita, dat samenwerkt met Soda Club, had producten ingevoerd die waren vervaardigd in een nederzetting. De Duitse douane controleerde de producten en vroeg de Israëlische overheid of deze uit de bezette gebieden kwamen. Het enige antwoord dat ze kregen, was dat de producten uit een gebied kwam onder Israëlische verantwoordelijkheid.
De douane besliste daarop de taksen aan te rekenen. Brita vocht de beslissing aan, verloor voor een Duitse rechtbank, en trok naar het Europees Gerechtshof. Deze moet zich houden aan het Europees Gemeenschapsrecht dus deze uitkomst is eigenlijk perfect logisch.
Krijgt Israël een voorkeursbehandeling?
Jazeker.
En wat is de reden?
Europa is bang te veel druk uit te oefenen op Israël en wil heel graag een vooraanstaande rol spelen in het vredesproces, bovendien zijn er ook economische belangen mee gemoeid aangezien Israël een handelspartner is.
Ze willen dus niet te streng zijn, in de vrees de kansen op deze functie te verspelen. Ondertussen heeft het land wel alles wat het kon binnenrijven van akkoorden en voordelen, al binnengehaald. Israël slaagt erin akkoorden af te sluiten die het allerlei voordelen oplevert op economisch, sociaal, cultureel vlak, en wil elke situatie naar de hand zetten.
Israël heeft de status van bezettende macht en wil daar onderuit komen. Het meent dat de bezette gebieden betwist zijn. Men wil weg van het bezettingsrecht, wat bepaalt dat je geen veranderingen mag aanbrengen in het terrein, dat je de bevolking moet beschermen… Israël wil de status van een beheerder krijgen, waardoor het de eigen wetgeving in de bezette gebieden kan implementeren en de nederzettingen op termijn kan inlijven.
Kritiek op de relatie EU-Israël komt vooral uit de ngo-hoek. Zijn er daarnaast ook andere critici?
Ja, er zijn nog wel actoren die het moeilijk hebben met het feit dat Israël zich boven de wet stelt en een enorme straffeloosheid geniet. Een aantal academici is ook met de problematiek bezig, vooral vanuit het perspectief van het humanitair recht en het Europese gemeenschapsrecht.
Naast academici zijn er ook technici die problemen hebben met de incoherente houding van de EU, dat zijn vooral functionarissen en niet de politici zelf. Deze mensen hebben een enorme dossierkennis opgebouwd en kennen de problemen en gevaren zeer goed. Bovendien zijn ze bang dat, als Europa een oogje dichtknijpt voor Israël, het Europese project ook in het gedrang komt.
Hoe groot zijn de meningsverschillen binnen de Europese Unie over de aanpak van Israël?
Sommige landen zijn expliciet pro-Israëlisch, zoals Duitsland en Nederland. Bij hen is het vooral historisch bepaald. Nederland bijvoorbeeld heeft altijd een zeer goede band gehad met het land.
De nieuwe EU-lidstaten, zoals Polen en Tsjechië, zijn vaak pro-atlantisch en hebben daarom het gevoel dat ze geen kritiek op Israël mogen leveren. Kleinere lidstaten, bijvoorbeeld Malta, België en Ierland, zijn veel sneller geneigd om de verdieping van de samenwerking te koppelen aan het respect voor het internationaal recht. De Europese relaties met Israël kunnen immers niet los gezien worden van de relaties met de Palestijnen.
Europa is de grootste hulpverlener van de Palestijnen en investeert veel in de Palestijnse staatsopbouw terwijl Israël de Palestijnse economie en samenleving verwoest. Europa betaalt en haalt Israël tegelijk binnen als een volwaardig lid van de club. Israël geniet van een verregaande straffeloosheid en de internationale gemeenschap onderneemt niets, die huivert al bij het idee van sancties tegen Israël.
In 2008 heeft het Europees Parlement beslist om de upgrade van de bilaterale akkoorden te bevriezen. Wou men hiermee een signaal uitsturen?
Ja, de bedoeling was echt om een krachtig politiek signaal te geven. De Gaza-oorlog heeft daarin een belangrijke rol gespeeld. Men kon niet anders dan het offensief van Israël afkeuren.
De upgrade is er tot nu toe dus niet gekomen, maar de huidige EU-voorzitter, Spanje, wil dit item zo snel mogelijk weer op de agenda krijgen en de banden weer aanhalen. Spanje wil de upgrade het liefst voor 23 maart op de agenda krijgen. Dan vindt de nieuwe Associatieraad plaats, en kunnen de deelnemers aankondigen dat de relatie weer opgewaardeerd is. 
Kan het Belgische EU-voorzitterschap, vanaf juli 2010, iets betekenen voor de samenwerking?
België is in het verleden altijd wel realistisch geweest. We zijn een kleine speler, het beïnvloeden van het vredesproces zit er niet in. Dat is werk voor de grote Europese spelers en bovenal voor de VS.
Wat België welk kan doen, is ervoor zorgen dat het Europese Gemeenschapsrecht wordt gerespecteerd en erover waken dat de akkoorden met Israël correct worden opgesteld en uitgevoerd. Dat was een aandachtspunt van de vorige regering die daarmee ook een duidelijk signaal naar Israël zond.
Het Israëlisch lidmaatschap van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) komt ondertussen dichterbij. Hoe is die kandidatuur geëvolueerd?
Het land wou twintig jaar geleden al toetreden tot de OESO maar wegens politieke en economische redenen was dat niet mogelijk. In 2006 is dan op persoonlijk initiatief van Stanley Fischer, hoofd van de Israëlische Nationale Bank, het kandidaat-lidmaatschap weer bovengehaald.
Merkwaardig is ook dat het land zelf de toetreding vroeg in plaats van te worden uitgenodigd. De toetredingsdatum was voorzien in mei van 2010 maar momenteel wordt de zaak opgehouden door enkele zogenaamde ‘technische kwesties’, het gaat om intellectuele eigendomsrechten en om de statistische data die Israël doorspeelt aan de OESO.
Bij deze data rekent het land ook altijd de gegevens van de nederzettingen in de bezette gebieden mee. Die gegevens zouden dan later door de OESO worden gesorteerd. Opnieuw zien we hetzelfde patroon waarbij Israël zijn relaties volgens zijn nationale wetgeving toepast en de andere landen een oplossing moeten zoeken. 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift