Ramsey Nasr: 'De revanche van de allochtoon'

Het grote publiek in Vlaanderen ontdekte Ramsey Nasr toen hij in 2005 stadsdichter van Antwerpen werd. Sinds 2009 is hij voor een periode van vier jaar Dichter des Vaderlands van Nederland. Ramsey Nasr is schrijver, acteur, regisseur en publicist. Voor de lezeressen van ELLE is hij de meest sexy man van België voor 2009. ‘Kijk hoe ver een “allochtoon” het kan schoppen’, grapt hij.
  • Brecht Goris Ramsey Nasr is voor een periode van vier jaar Dichter des Vaderlands van Nederland Brecht Goris
Hij wist wel dat zijn naam exotisch en zijn vader van Palestijnse afkomst was. Maar verder was die afkomst weinig tastbaar in zijn opvoeding. In Rotterdam, waar hij geboren is, werd hij eentalig opgevoed en kende hij alleen zijn familie aan moederskant.
‘Ik heb er nooit bij stilgestaan dat er ergens in een ander deel van de wereld ooms en tantes waren die evenzeer familie waren als opa en oma in Nederland’, zegt Ramsey Nasr. Pas tijdens het derde jaar van zijn opleiding aan de toneelschool Herman Teirlinck in Antwerpen, toen een van zijn docenten zijn nieuwsgierigheid naar die helft van zijn afkomst prikkelde, begon hij erover te lezen. ‘Toen ik de geschiedenis van het Palestijnse volk ontdekte, was ik totaal van de kaart.’
Het was een bewuste keuze van zijn ouders om de kinderen een volledig Nederlandse opvoeding te geven. ‘Twintig jaar geleden lag het allesbehalve voor de hand om in Nederland als Palestijn door het leven te gaan. Zolang de naam Nasr mensen aan president Nasser van Egypte doet denken, associëren ze het met piramiden en buikdanseressen. Maar als ze weten dat je van Palestijnse afkomst bent, komen er andere associaties naar boven. Om ons te beschermen, hebben mijn ouders besloten om die afkomst een beetje naar de achtergrond te schuiven.’
Maar toch was dat verleden niet totaal afwezig. Heel belangrijk in de opvoeding werd de gevoeligheid voor andermans visie. ‘We hebben geleerd om niet alleen het woord te nemen maar ook naar de anderen te luisteren, een soort humanistische opvoeding die onze ouders ons van kleins af ingelepeld hebben’, zegt Nasr.
De betrokkenheid bij het lot van de andere sijpelt uit alle kieren en openingen van zijn gedichten. In Achter een vierkante vitrine, zijn tweede stadsgedicht, gewijd aan de splinternieuwe en supermoderne Permekebibliotheek op het Antwerpse De Coninckplein, zijn het de marginalen van de buurt die het woord nemen: prostituees, drugsverslaafden, illegalen en vreemdelingen van verschillende nationaliteiten.
Ook als Dichter des Vaderlands kan hij vrij hard uit de hoek komen. Dat is juist de functie van de dichter, zegt hij. ‘De functie van de dichter is niet om dingen te bevestigen, maar eerder om dingen ter discussie te stellen. Wij, Nederlanders, zijn heel erg op zoek naar een manier om onszelf weer uit te vinden. Door de immigratie, door de globalisering, door het wegvallen van de verzuiling en de ontkerkelijking, door allerlei wereldgebeurtenissen, is er een enorme onzekerheid ontstaan.
Als je veertig jaar geleden de vraag stelde: ‘Wat is dat, een Nederlander?’, zou iedereen het een domme vraag gevonden hebben. Nu doet men niet anders. Ik vind ik het ook een interessante vraag om te stellen. Wat is dat, een Nederlander? En wie doet eraan mee? Is het een Marokkaan van de eerste generatie, de tweede generatie, de derde generatie? Wanneer wordt iemand Nederlander? En wat onderscheidt ons van de Vlaming, van de Belg? Dat soort vragen zou ik willen laten terugkeren in mijn gedichten.’

Liefde is ook politiek


Als Dichter Des Vaderlands gaat hij vaak op reis en dat helpt hem afstand te nemen. ‘Het bevrijdende aan reizen is dat ik elders de buitenstaander, de vreemdeling ben. Ik ervaar daar een cultuur waarin alle normen en waarden kloppen, alleen sta ik erbuiten. Dat stelt me in staat om een zekere afstand te houden maar tegelijk om meer betrokken te zijn’.
Sommige recensenten schrijven dat Ramsey Nasr een romanticus is. Hijzelf zegt dat hij tederheid heel belangrijk vindt. ‘Ik hou van de prachtige ontroerende metafoor, van de muziek in de taal. Ik heb groot respect en bewondering voor tederheid in poëzie, want dat is heel moeilijk, het heeft niets te maken met “O, ik hou van je”.’
Nasrs liefde voor poëzie vloeit voort uit zijn liefde voor taal. Poëzie is de plek waar taal op de meest glorieuze en meest autonome manier gebruikt wordt. ‘Ik verwonder me erover hoe het achter elkaar zetten van woorden een eigen wereld kan vormen.’ Op school is poëzie een examenvak, het gedicht wordt ontleed en geanalyseerd. Maar een gedicht moet je niet proberen te begrijpen, een gedicht moet je vooral voelen. ‘Een gedicht is net als muziek’, zegt Nasr, ‘je moet het ondergaan en dat lukt soms beter wanneer het de dichter zelf is die het voordraagt.’
‘Goede poëzie is meerduidig, laat woorden net iets anders betekenen dan in de gewone omgangstaal of ze zet woorden onder spanning. Er wordt geen mededeling gedaan. Het is de taal die een eigen leven gaat leiden. En het staat iedereen vrij om in een gedicht te zien wat hij of zij wil.’
In zijn recente verzamelbundel Tussen lelie en waterstofbom zijn er slechts twee gedichten die over zijn afkomst gaan, over het Israelisch-Palestijnse conflict. Maar een heleboel gedichten die op het eerste gezicht niets met politiek te maken hebben, kunnen wel degelijk een politieke connotatie hebben. Dat heeft Ramsey Nasr gemerkt toen hij in Palestina liefdesgedichten voordroeg.
‘Een gedicht gaat over twee personen die innig met elkaar verbonden zijn. De een wil loskomen van de ander. Een gruwelijk gedicht over hoe je het andere moet doden in overdrachtelijke zin om vrij te zijn. Voor alle mensen in de zaal ging het over Israël en Palestina, terwijl ik het heb over een relatie die kapot is gegaan. Dat heeft niets met politiek te maken. Maar achteraf denk ik, als dichter kan ik niet helemaal beslissen waarover mijn gedicht gaat. Als kunstenaar ben je verantwoordelijk voor je wat je maakt, maar het kunstwerk ontstaat pas door de lezer, de luisteraar, de toeschouwer.’

Arabische erfenis


Ramsey Nasr vindt het belangrijk dat er onderscheid wordt gemaakt tussen wat puur amusement is, zoals soaps bijvoorbeeld die je heerlijk in je wereldbeeld bevestigen, en kunstvormen die juist vragen stellen en je doen twijfelen. ‘Je moet de opera niet veranderen, je moet er wel voor zorgen dat mensen naar de opera gaan’, zegt hij. ‘Onderwijs en cultuurbeleid moeten ladders of krukjes aanreiken om ergens te komen waar je zelf wilt geraken. Wat politiek niet mag doen, is kunst vragen om op haar hurken te gaan zitten om het volk te behagen.’
Hij worstelt wel met het onderscheid dat men maakt tussen volkse kunst, het zogenaamd ordinaire, en de elitaire en intellectuele kunst met de grote K. ‘Ik heb juist respect voor de stemmen die deze twee dingen verbinden, zoals Wannes Van de Velde. Dat was iemand die in een traditie stond en die tegelijk openbrak. Hij schreef poëzie in zijn liederen. Hij was ook niet de vertegenwoordiger van het volk, integendeel, hij schopte het volk.’
Ramsey Nasr is opgegroeid met westerse muziek en kunst. Hij is een grote liefhebber van Sjostakovitsj. Al die invloeden komen naar boven in zijn werk. Maar de laatste jaren leest hij ook Arabische literatuur. Wat hem treft is dat hij gelijkenissen vindt tussen zijn gedichten en die van Arabische dichters. Net als de Palestijnse Mahmoed Darwiesj schrijft hij veel liefdesgedichten waarin engagement binnensijpelt. En de manier waarop hij zijn eerste “vaderlandse” gedicht opent –‘en dit is mijn gedicht, komt u binnen / let niet op de galm, wees niet bang / laat ons beginnen in leegte / welkom in mijn krater van licht’– is typisch Arabisch, zei zijn vader.
Hij nodigt de mensen uit om zijn gedicht binnen te komen. Dat vindt hij fantastisch en tegelijkertijd beangstigend, dat die invloed zich ook onbewust laat gelden. En toen hij Dichter des Vaderlands werd, schreef Kader Abdolah dat hiermee Mahmoed Darwiesj de Nederlandse poëzie is binnengekomen. ‘Dat heeft me geraakt’, zegt Nasr, ‘want dat is dus ook de nieuwe “authentiek Nederlandse” poëzie.’
Spreken over allochtonen wanneer het over literatuur gaat, is voor Ramsey Nasr belachelijk en zelfs beledigend. ‘Allochtoon’, zegt hij, ‘betekent dat je er niet bij hoort, terwijl allochtonen juist rijkdom ingebracht hebben in de Nederlandse literatuur. De belangrijke vraag is voor mij niet van waar iemand komt, maar wie is een goede Nederlandse schrijver? Voor mij is Kader Abdolah zo een Nederlandse schrijver, Hafid Bouazza is een Nederlandse schrijver… Zij geven de Nederlandse literatuur mee vorm. Dat is uiteindelijk de revanche van de allochtoon.’
www.ramseynasr.nl is de website van de Dichter des Vaderlands. Onlangs verscheen bij de Bezige Bij Tussen lelie en waterstofbom, de bundeling van Nasr’ poëzie tot nu.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur