Reactie van CEPEDES op artikel 'Duurzaam op papier'

Op 6 september reageerde FSC-België op het artikel ‘Duurzaam op papier’, gepubliceerd op 24 augustus 2010, over de FSC-certificatie van het eucalyptusbedrijf Veracel Celulose in de Braziliaanse deelstaat Bahia. Als medewerker van het Centrum voor Studies over het Extreme Zuiden van Bahia (CEPEDES) wil ik graag reageren op de reactie van FSC-België die een aantal kwesties verkeerd voorstelt en daarmee een gebrek aan kennis vertoont over de realiteit van de boomplantageproblematiek in landen als Brazilië.
CEPEDES is reeds 19 jaar actief in de regio, met name met het volgen en bestuderen van de uitbreiding van eucalyptusplantages en de gevolgen voor mens en milieu. Daarnaast ondersteunen we rurale gemeenschappen die proberen zich te verzetten tegen deze oprukkende plantages alswel landloze boeren die wanhopig op zoek zijn naar een stukje land in een regio gedomineerd door de economische en politieke macht van Veracel.
FSC-België stelt dat het FSC een klachtenprocedure heeft en dat tot op heden geen officiële klacht is ingediend. Daarnaast stelt ze dat ‘een aantal stakeholders, aangehaald in het artikel, weigerden (..) in te gaan op de uitnodiging van FSC en ASI om hun klachten te bespreken. Hun keuze om niet deel te nemen was een spijtige zaak, aangezien dit proces hen de kans bood om direct input te leveren op het FSC certificaat van de plantage’.
Wat het artikel van Leopold Broers en An-Katrien Lecluyse juist weergeeft en FSC-België niet vermeldt is dat CEPEDES en tientallen andere organisaties een actieve campagne gevoerd hebben om in de eerste plaats te voorkomen dat Veracel gecertificeerd zou worden. Tesamen met andere organisaties nodigden wij in juli 2007 het team van het certificerend bedrijf (SGS) en ook in dezelfde maand het internationale bestuur van FSC uit om ter plekke de negatieve gevolgen van de grootschalige industriële monocultuur van eucalyptus van Veracel te leren kennen, tesamen met de lokale organisaties en gemeenschappen die al jaren tegen Veracel strijden. Zowel SGS als FSC-Internationaal gingen niet op onze uitnodiging in. SGS nam niet eens de moeite om een openbare hoorzitting te houden om de certificatie toe te lichten aan de bevolking en suggesties en opmerkingen te verzamelen, daarbij vermeldend dat dergelijke hoorzittingen over dit controversiële thema in onze regio al aantallen als 3000 mensen op de been hebben gebracht. Een eigen onderzoek van CEPEDES in de regio gaf aan dat vele stakeholders niets af wisten van de certificatie en niet geconsulteerd zijn door SGS, met name kritische stakeholders. We stuurden in augustus 2008 met een overige 346 organisaties en activisten een brief naar FSC om de vele negatieve gevolgen van de grootschalige boomplantages van Veracel verder toe te lichten.
Na het veldwerk van SGS kreeg Veracel niet direct het FSC-certificaat, maar we ontvingen in 2008 het bericht dat FSC het team van ASI naar onze regio zou sturen in maart van datzelfde jaar, tesamen met mensen van FSC-Brazilië, met als doel een evaluatie uit te voeren van het werk van SGS. Dit gaf ons hoop dat we de certificatie van Veracel alsnog zouden kunnen voorkomen. Ons besluit om niet met ASI te praten kwam door een brief die wij en andere organisaties van SGS ontvingen, twee weken vóór het bezoek van ASI. In de brief werd meegedeeld dat Veracel het FSC-certificaat zojuist had toegekend gekregen door SGS. Bovendien had SGS het lef om ons te ‘bedanken’ voor de medewerking zonder dat we ooit met SGS gesproken hadden omdat ze niet op onze uitnodiging waren ingegaan! Dit was een absolute klap in het gezicht van onze en andere kritische organisaties in de regio waar we al meer dan 15 jaar tegen de negatieve gevolgen van de eucalyptusmonocultuur strijden. Ons logisch antwoord was om ASI niet te ontvangen als protest tegen deze onaanvaardbare manier van werken en omgaan met de belangen van lokale organisaties in dit FSC-certificatie proces,
Onze ervaring leert dat het FSC en de certificeerders, die overigens betaald worden door het bedrijf dat de certificatie wil, veel meer de argumenten van de eucalyptusbedrijven herhalen dan interesse en respect tonen voor het lot en de ervaringen van lokale gemeenschappen die gedwongen worden te leven met de negatieve gevolgen van de zogenaamde ‘duurzame bosplantages’. De afgelopen 10-15 jaar zijn talloze studies verricht die schendingen van sociale, milieu, culturele en economische rechten aantonen in de streken in landen in het globale Zuiden waar de eucalyptusbedrijven actief zijn. In de streek van Veracel waren er afgelopen jaar niet minder dan 10 landconflicten met landloze boeren en onlangs werd Veracel door de braziliaanse rechtbank veroordeeld voor illegale uitbesteding van het gevaarlijke en slecht betaalde werk in de boomplantages. Een informatieverzoek bij de arbeidsrechtbank in Bahia, ingediend door onze organisatie begin dit jaar, leverde een lijst op van niet minder dan 800 arbeidsklachten en -processen op van arbeiders tegen Veracel. Dit alles en nog veel meer is echter geen probleem voor het toekennen van een FSC-certificaat, en zelfs niet het planten van eucalyptus op een kerkhof van een locale gemeenschap.
Bij FSC is al jaren bekend dat er problemen zijn met het certificeren van boomplantages. Na veel internationale druk besloot FSC uiteindelijk in 2004 tot een herziening van de certificatie van grootschalige boomplantages (die niets met een natuurlijk bos te maken hebben) maar dit jarenlange durende proces heeft in praktijk weinig concreets opgeleverd en de Veracel-certificatie is daar een goed voorbeeld van.
Het grootschalige plantagebeheer is gebaseerd op het gebruiken van giftige bestrijdingsmiddelen. Daarnaast schept zo´n plantage 15 maal minder banen dan kleinschalige landbouw, en versterkt het de ongelijke landverdeling in Brazilië waar 1% van de grondbezitters 44% van al het land in bezit hebben. Daarmee wordt de beschikbaarheid van land voor voedselproductie minder omdat de plantagebedrijven met veel geld de beste gronden opkopen. Daarnaast stimuleren bedrijven als Veracel, die momenteel haar grond en productie aan het verdubbelen is, een weinig onderzochte maar reële indirecte ontbossing wanneer de eigenaren van de veebedrijven die omgezet worden in eucalyptusplantages het goed betaalde geld van Veracel gebruiken om in andere streken van Bahia en Brazilië (Amazônia) nieuwe grond te kopen en daar een onbekende hoeveelheid oerwoud te ontbossen. Ondanks deze en talloze andere problemen, wordt een grootschalige industriële eucalyptus-monocultuur door FSC nog steeds bestempelt als ‘sociaal rechtvaardig, adequaat voor het milieu en economisch duurzaam’, daarmee de valse propaganda en de macht van de boomplantagebedrijven versterkende.
Het artikel ‘Duurzaam op Papier’ is een verademing tussen de valse propaganda door die FSC en de door haar gecertificeerde boomplantagebedrijven verspreiden. En wanneer FSC-België zegt dat het maar om 5% van het totale gecertificeerde ‘bosoppervlakte’ gaat, vergelijkt ze uitgestrekte weinig bevolkte natuurlijke bosgebieden met selectieve kap in de Amazone, met de bijna 100 duizend hectares eucalyptusplantages van Veracel in een relatief dicht bewoond gebied met duizenden families die voor een stukje land strijden. Daarmee willen die families simpelweg de honger waar ze mee kampen bestrijden en een betere toekomst scheppen voor hun kinderen. Ik ben benieuwd of FSC-België een dergelijke praktijk in België als acceptabel of zelfs als ‘duurzaam’ zou willen beschouwen.
Als FSC-België bang is het kind met het waswater weg te gooien, verdedig dan in ieder geval dat een grootschalige monocultuur zonder mensen, fauna en flora, absoluut niet duurzaam is en daardoor niet te certificeren valt. Je hebt dan nog 95% van je gecertificeerd land over, waarover overigens ook klachten zijn die meer aandacht verdienen. Wat onacceptabel is, is met oogkleppen rondlopen en de overconsumptie in Europa te accepteren en die willen bestrijden door onduurzame boomplantages te certificeren. De cellulose van Veracel dient vooral voor wegwerp toilet- en tissue papier en mooi wit tijdschriftpapier. De helft van de papierconsumptie wereldwijd is verpakkingspapier. Daarom zou FSC in de eerste plaats structureel aan consumptiereductie moeten werken in consumptielanden als België – Belgen gebruiken gemiddeld 7 keer meer papier dan Brazilianen - en moeten eisen dat toilet- en tissuepapier alleen maar van reeds gebruikt papier gemaakt mag worden. Dat zou een hoop boomplantages en door die plantages veroorzaakt leed in Brazilië besparen.
Het artikel ‘Duurzaam op Papier’ is een verademing tussen de valse propaganda door die FSC en de door haar gecertificeerde boomplantagebedrijven verspreiden.
Winfried Overbeek (werkzaam en woonachtig in Brazilië sinds 1995)
CEPEDES- Eunápolis/Bahia, Brazilië

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift