Reagans erfenis vormt basis voor Bush' excessen - analyse

De staatsbegrafenis van Ronald Reagan van morgen 5gaat gepaard met lofbetuigingen in alle media. Zelfs liberale Democraten die Reagan tijdens de jaren tachtig rauw lustten, houden een eulogie op de persoonlijke kwaliteiten van the Great Communicator. President George W. Bush vaart wel bij het hooggestemde afscheid van zijn ideologische voorbeeld.

Van de doden geen kwaad. Ronald Reagan was een warme man met een optimistische visie, een groot communicator, een president met burgerzin. Sommige Amerikaanse media prijzen de zondag overleden ex-president zelfs voor zijn idealisme om alle nucleaire wapens te verbannen van het aardoppervlak. Slechts enkele commentatoren staan stil bij de donkere kant van Reagans presidentschap, dat liep van 1981 tot 1989. Politiek analist William Rivers Pitt bijvoorbeeld, blijft erbij dat ondanks Reagans economische en militaire successen, bijna elk significant probleem waarmee het Amerikaanse volk vandaag worstelt, verband houdt met het beleid en de mensen uit de regering-Reagan.

Net als Reagan kampt de huidige regering met een fiscale crisis die voor het grootste deel te wijten is aan een verhoging van de militaire uitgaven. Het begrotingstekort staat dit jaar op 500 miljard dollar - geen enkele regering groef een diepere put. Reagan trachtte de gevolgen van de wapenwedloop met de Sovjet-unie nog enigszins te temperen met belastingverhogingen die nu vergeten zijn. Of zoals vice-president Dick Cheney het zei: Reagan heeft bewezen dat begrotingstekorten geen rol spelen.

Bush wil net als Reagan herinnerd worden als de president van de belastingverlagingen. Meer sociale ongelijkheid is daar onmiskenbaar een neveneffect van. Reagan wist de belangrijkste verworvenheid van de New Deal te ondermijnen: een stabiele en degelijk betaalde arbeidersklasse, zegt Harold Meyerson van het magazine ‘The American Prospect’. Hij verlaagde de belastingen voor de hoogste inkomens, weigerde een minimuminkomen vast te leggen en verklaarde de oorlog aan de vakbonden. Bush toont zich een loyale volgeling. De huidige president schafte de belasting op onroerend goed af, bood de bedrijven een verregaande belastingvermindering aan en wist de Nationale Raad voor Vakbondsbetrekkingen vol te stouwen met mensen die openlijk gekant zijn tegen elke syndicale betrachting.

Wat betreft impopulariteit bij de zwarte Amerikanen laten Bush en Reagan alle andere presidenten achter zich. Reagan heeft de zwarte gemeenschap gepolariseerd, verklaarde Julian Bond, voorzitter van de Nationale Vereniging voor de Emancipatie van Gekleurde Mensen (NAACP), deze week aan de ‘Washington Post’. Hij was tegen positieve discriminatie van zwarten op de arbeidsmarkt en voor ‘states rights’, een codewoord voor het ondermijnen van de jurisdictie van federale rechtbanken inzake burgerrechten. Van Bush kan exact hetzelfde gezegd worden.

Ook op het vlak van vrouwenrechten zitten beide presidenten op dezelfde lijn. Reagans koppige tegenstand tegen abortus en grondwettelijk verankerde gelijke rechten zijn onder Bush een lakmoesproef geworden voor Republikeinen die hoge posten ambiëren. Onder Bush zijn organisaties die rond abortus werken uitgesloten van subsidies.

Reagan heeft het pad geëffend voor Bush, al was het maar omdat de Republikeinse partij onder Reagans invloed aan het eind van de jaren tachtig een stuk naar rechts was opgeschoven.

Ook in de internationale arena zijn Reagan en Bush als twee druppels water. Reagans legendarische misprijzen voor internationale wetten en de Verenigde Naties was een voorafschaduwing voor Bush’ buitenlandbeleid. De internationale gemeenschap veroordeelde de rol die Amerika destijds speelde in Nicaragua. Reagan kwam ook in aanvaring met de Algemene Vergadering van de VN omwille van zijn onvoorwaardelijke steun aan Israël en het apartheidsregime in Zuid-Afrika.

Reagan was de eerste president die de neoconservatieven de macht gaf om het buitenlandsbeleid te beïnvloeden. Zijn regering smeedde een strategische consensus met Israël, liet de illegale kolonisatie van de Bezette Gebieden oogluikend toe en gaf groen licht voor de invasie van Libanon in 1982. Reagan was ook de president die het precedent schiep voor geheime operaties buiten het medeweten van het Congres - de ‘Iran-contra affaire’ was daar het bekendste gevolg van. Washington financierde de Nicaraguaanse contrarevolutionairen door de verkoop van wapens aan Iran.

De regering-Reagan bezondigde zich meermaals aan het gebruik van vervalste spionagerapporten, beïnvloeding van de pers en desinformatie. Miljoenen Amerikanen geloofden destijds bijvoorbeeld dat de Sovjets de paus hadden willen vermoorden. De huidige parallelle regering in het Pentagon en in het kabinet van Cheney trok er lessen uit voor de oorlog in Irak. Vaak stonden dezelfde mensen aan het roer.

Het wereldbeeld van beide heren is even helder en eenvoudig als hun taalgebruik. Reagans evil empire (de Sovjetunie) was de inspiratie voor de As van het Kwaad. En ook Bush bezigt graag de term evil-doers. Alleen gaat het nu niet meer om communisten maar om een vage mengeling van Arabische nationalisten en moslimextremisten. Het was overigens de baas van de CIA onder Reagan, William Casey, die dezelfde extremisten, waaronder ook Osama bin Laden, mobiliseerde voor een ‘jihad’ tegen de Sovjetbezetting van Afghanistan. Reagans vrijheidsstrijders zijn nu het nieuwe kwaad. (MM/ADR)

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3205   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift