Recht op vereniging en vrije mening in Israël

Het afschrikeffect van wetsvoorstellen

Het Israëlische parlement buigt zich over wetsvoorstellen die mensenrechtenorganisaties en Arabische minderheidsorganisaties in Israël aan banden leggen.

In februari stemde de Israëlische Knesset (parlement) de ngo-fondsenwet. Israëlische ngo’s die buitenlandse publieke steun ontvangen, dienen voortaan elk kwartaal te rapporteren over financiële transacties en over de communicatie die ze voeren met hun geldschieters. Op het eerste gezicht lijkt er weinig aan de hand. Alleen is de wet niet de enige nieuwe regelgeving die de Israëlische overheid aan ngo’s wil opleggen. Nu het lentereces van de Knesset erop zit, wordt verwacht dat drie andere wetsvoorstellen die ngo’s verder aan banden leggen, snel op tafel komen.

‘Sinds de verkiezingen in 2009 een rechtse regering aan de macht brachten, regent het in Israël initiatieven, wetten en wetsvoorstellen die zich duidelijk tegen mensenrechtenorganisaties en Arabisch-Israëlische organisaties richten.’ Dat zegt advocate Orna Kohn van Adalah, een Israëlische ngo die het opneemt voor de rechten van Arabische minderheden. ‘Dat in de ngo-fondsenwet enkel publieke en geen private geldstromen onder de loep genomen worden, toont duidelijk een agenda. De wet is ook selectief: zionistische organisaties als het Joods Nationaal Fonds en het Joods Agentschap voor Israël zijn specifiek vrijgesteld van de wettelijke verplichtingen. Rechtse groepen en kolonistengroepen blijven buiten schot omdat ze sowieso private fondsen ontvangen en geen publiek overzees geld. Wie krijgt dan wel publieke financiële steun uit het buitenland? Juist, de Arabische ngo’s en mensenrechtenorganisaties in Israël. Dit is duidelijk wetgeving op maat gemaakt.’

‘niets mis met transparantie’

De Europese Commissie en de Europese commissaris voor Nabuurschap en Uitbreiding Stefan Fuele drukten in 2010 al hun bezorgdheid uit over het wetsvoorstel. Door diplomatieke druk vanuit Europa –een belangrijke geldschieter van de geviseerde ngo’s– werd een eerste wetsvoorstel afgezwakt. Ngo’s dreigden in dat voorstel hun belastingsvrijstelling te verliezen. Woordvoerder van Buitenlandse Zaken Bart Ouvry: ‘Het wetgevend proces werd zowel door de EU als door België nauwlettend opgevolgd. Daarbij stonden en staan een aantal rechten centraal: vrijheid van verenigingsleven, onafhankelijkheid en transparantie met betrekking tot de financieringsbronnen van ngo’s.’ Met de vraag daar zorg voor te dragen, werd in de uiteindelijke wet rekening gehouden, vervolgt Ouvry. ‘In die zin kan België enkel toejuichen dat de recent geamendeerde ngo-wetgeving striktere transparantievereisten oplegt aan die ngo’s.’

‘Niets mis met transparantie’, reageert Nathalie Stanus van de Europees-mediterrane mensenrechtencoalitie EMHRN. ‘Maar Israël beschikte al over duidelijke regelgeving voor ngo’s inzake transparantie over financiële geldstromen. Ngo’s rapporteerden al jaarlijks, nu moeten ze dat om het kwartaal doen. Dat betekent extra werk, extra manuren en minder tijd voor de eigenlijke corebusiness. De vraag is ook wat je doet met privé-informatie. Ngo’s die onderzoeken uitvoeren naar bijvoorbeeld illegale nederzettingen, lopen het gevaar dat straks niet meer te kunnen doen omdat ze dat voortaan publiek moeten maken op gevaar van sancties.’

‘Om de vrijheid van meningsuiting in Israël te verdedigen, is sterke internationale druk nodig.’

Pierre Galand

Volgens de Israëlische professsor Gerald Steinberg is de heisa rond de wet echter veel drukte om niets en gebaseerd op foute vooronderstellingen. ‘In de huidige vorm verzekert deze wet gewoon dat de Israëlische burgers zicht krijgen op de financiële fondsen van de vele ngo’s die hier aanwezig zijn.’ Steinberg is ook hoofd van Ngo-monitor, een Israëlische, naar eigen zeggen, onafhankelijke organisatie die het doen en laten van mensenrechtenorganisaties nauw opvolgt. ‘Ngo’s toerekeningsvatbaar maken’, luidt de baseline. Volgens de missietekst van de organisatie betracht ze onder meer een einde te maken aan ‘praktijken van zelfverklaarde mensenrechtenorganisaties die het keurmerk “universele mensenrechten” misbruiken om politieke en ideologische agenda’s door te drukken.’

Ngo-monitor heeft het niet begrepen op internationale ngo’s als Amnesty International, Human Rights Watch en Oxfam. Opmerkelijk detail: ook de Belgische ex-senator Pierre Galand, weliswaar een Palestijnse belangenverdediger maar geen ngo, staat als enige individuele Belg in de online ngo-index van Steinbergs organisatie.

Linkse groeperingen monitoren

Begin 2011 gaf de Knesset het groene licht voor de oprichting van twee parlementaire comités om de activiteiten te onderzoeken van Israëlische mensenrechtenorganisaties evenals de betrokkenheid van buitenlandse regeringen en instituten in acties tegen de staat. Na politieke onenigheid en protest vanuit het middenveld is de oprichting voorlopig echter terzijde geschoven.

De Israëlische militaire inlichtingendienst riep op zijn beurt een professionele eenheid in het leven om buitenlandse linkse groeperingen te monitoren die oproepen tot een boycot tegen Israël, desinvestiering en culturele en economische sanciteis. Dat schrijft intelligence-watcher Olivier Schmidt in zijn Intelligence Newsletter. De eenheid zou ook info verzamelen over organisaties die hebben geprobeerd hooggeplaatste Israëlische politici en militairen te beschuldigen van oorlogsmisdaden.

In maart boog de Knesset zich in een eerste lezing over een nieuw voorstel van een anti-boycotwet. Nathalie Stanus: ‘Het noemt de oproep tot boycot een burgerlijk delict dat de staat schade toebrengt. Men wil de oproep tot boycot dus criminaliseren en sanctioneren. Bovendien wil men die wet ook geografisch uitbreiden tot niet-Israëlisch gebied, namelijk de nederzettingen in bezet gebied, illegaal volgens de internationale gemeenschap. Los van het gegeven of je nu het eens bent met een boycot of niet: dit druist in tegen de vrijheid van meningsuiting en richt zich specfiek tegen organisaties die een legitieme eis stellen, namelijk het stopzetten van de steun aan illegale nederzettingen.’

Ten slotte is er ook nog een wetsvoorstel om verenigingen en bedrijven te sanctioneren wiens activiteiten ‘de waarden van de staat Israël als een joodse en democratische staat schaden’. In maart plaatste Israel Beytenu het voorstel opnieuw in de kijker in de Knesset. Of de wetten nog kunnen worden tegengehouden, is de vraag. ‘Sterke internationale druk is nodig om de vrijheid van meningsuiting en de rechten van Arabische minderheden en linkse stemmen in Israël te verdedigen’, vindt Orna Kohn van Adalah. ‘De impact van de wetten, ook al zijn ze nog niet gestemd, is er. Er is sprake van een afschrikeffect om de vrijheid van meningsuiting uit te oefenen, zonder dat uitdrukkelijk te verhinderen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur