Recht op voedsel blijft papieren principe

De VN vinden dat het nog eens mag benadrukt
worden: het recht op voedsel wordt wereldwijd aan de lopende band
geschonden. In een maandag gepubliceerd rapport gipst Jean Siegler, een
Speciale Verslaggever van de VN-Mensenrechtencommissie, vooral de rijke
landen omdat ze hun herhaalde beloften niet nakomen om de honger de wereld
uit te helpen. De VN stellen dat de weigering van de industrielanden om hun
landbouwsubsidies af te schaffen de honger in stand houdt.


Het principe dat iedere wereldburger genoeg te eten moet hebben behoort tot
de fundamentele mensenrechten; daarover was de internationale gemeenschap
het eens op de wereldvoedselconferenties van 1974, 1996 en 2002. En toch
sterven er elk jaar nog ongeveer 36 miljoen mensen omdat ze niet genoeg te
eten hebben. Elke zeven seconden sterft er een kind aan de directe of
indirecte gevolgen van honger, schrijft Siegler. Nog veel meer kinderen
worden door ondervoeding voor de rest van hun leven met zware gebreken
opgezadeld - hun hersencellen ontwikkelen zich niet volledig, ze worden
kreupel, blind of ziekelijk. Dat alles speelt zich af in een wereld waar
meer rijkdom dan ooit vergaard wordt en er genoeg voedsel voorhanden is voor
de hele wereldbevolking.

In 1974 namen de VN-lidstaten zich op een Wereldvoedselconferentie voor de
honger in 10 jaar tijd uit te roeien. Dat doel bleek een illusie. In 1996
beloofden de deelnemers aan de eerste Wereldvoedseltop de honger in de
wereld te halveren tegen 2015. Zes jaar later kampen nog altijd ongeveer 815
miljoen mensen met voedseltekorten. In juni dit jaar werd een tweede
Wereldvoedseltop gehouden om te evalueren wat er sinds 1996 ondernomen is.
De duidelijkste conclusie was dat er weinig vooruitgang geboekt is om de
centrale doelstelling te realiseren, besluit Siegler. Aan het huidige tempo
zal het zeker nog tot 2030 duren om het aantal hongerlijders in de wereld te
halveren. In Afrika verslechtert de situatie zelfs - ten minste 16 landen
hebben er momenteel met voedselschaarste af te rekenen. Ook in Argentinië,
El Salvador, Guatemala, de Cookeilanden en Tonga hebben veel mensen te
weinig te eten.

Op de drie conferenties erkenden de VN-lidstaten het recht op voedsel als
een fundamenteel mensenrecht en spraken ze af vrijwillige richtlijnen uit te
werken om dat recht te realiseren. Siegler waarschuwt dat het concept van
een recht op voedsel op die manier steeds sterker wordt, en dat regeringen
daardoor steeds beter ter verantwoording kunnen worden geroepen. De honger
terugdringen wordt een wettelijke verplichting, en niet enkel een politiek
beslissing.

De landen die te kampen hebben met honger kunnen zelf heel wat ondernemen.
Volgens Siegler zijn het verzekeren van de toegang tot land en
landhervormingen belangrijke strategieën om het recht op voedsel te
waarborgen. In veel landen zijn het recht op grondbezit en het principe van
de herverdeling van landbouwgrond al in de nationale wetgeving vastgelegd -
waar het nu op aankomt, is die wetten ook uitvoeren en afdwingen.

Maar vooral de rijke landen krijgen kritiek van Siegler. Veel landen
beknibbelen op ontwikkelingshulp en vooral op de steun aan de landbouw in
arme landen. Maar Siegler ziet ook fundamentele tegenstellingen bij landen
die enerzijds pleiten voor vrije handel in landbouwproducten om de honger in
de wereld te bestrijden maar anderzijds wel hun eigen landbouwmarkt
afschotten en hun boeren met zware subsidies helpen internationale markten
te veroveren. Het is duidelijk dat dergelijke acties bijdragen tot de grote
ongelijkheden in het internationale handelssysteem. Dat heeft zware gevolgen
voor de verwerkelijking van het recht op voedsel in de ontwikkelingslanden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3150   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift