Rechtszaak tegen Tsjadische dictator Habré in zicht

Internationale donoren die volgende week in Dakar bijeenkomen, zullen naar verwachting de vervolging van de Tsjadische dictator Hissène Habré financieren. Habré werd bijna twintig jaar geleden afgezet.

De juridische procedures tegen Habré, die beschuldigd wordt van duizenden politieke moorden en marteling tijdens zijn bewind van 1982 tot 1990, lopen al bijna tien jaar vertraging op. Habré werd in februari 2000 voor het eerst aangeklaagd in Senegal. Dat land eist volledige financiering van de rechtszaak door donoren. Tijdens de bijeenkomst op 24 november zullen zij naar verwachting de benodigde 8,59 miljoen euro toezeggen.

“Na al die jaren kunnen de slachtoffers van Habré eindelijk licht aan het einde van de tunnel zien”, zegt Reed Brody van Human Rights Watch. “Senegal moet haast maken, voordat er nog meer slachtoffers overlijden.”

België

Nadat Habré in 1990 werd afgezet, vluchtte hij naar Senegal. Tien jaar later werd hij aangeklaagd, maar de Senegalese rechtbanken namen de zaak niet in behandeling met het argument dat ze geen universele jurisdictie te hadden.

Slachtoffers van de ex-dictator wendden zich vervolgens tot België voor vervolging. Na een onderzoek dat vier jaar duurde, vroeg een Belgische rechter in 2005 om de uitlevering van Habré.

In juli 2006 gaf de Afrikaanse Unie (AU) Senegal echter het mandaat om de rechtszaak “namens Afrika” te voeren. President Abdoulaye Wade stemde in met een proces, op voorwaarde dat het Senegal niets zou kosten.
 
Er kwam een overeenkomst en Senegal paste de strafwet aan door er misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en genocide aan toe te voegen. De regering vroeg echter 27 miljoen euro voor de rechtszaak. Na lange onderhandelingen met de Afrikaanse Unie en de Europese Unie (EU) werd dat bedrag teruggebracht tot 8,59 miljoen. Voor dat geld zou een twintig maanden durend onderzoek gedaan kunnen worden en een rechtszaak van vijf maanden.

Getuigenbescherming

België, Tsjaad, Nederland, de Verenigde Staten, de AU en de EU hebben toegezegd de rechtszaak financieel te steunen.

De Senegalese regering zegt dat het onderzoek kan beginnen zodra de financiering rond is. Mensenrechtenorganisaties waarschuwen echter dat de vervolging van een voormalig staatshoofd voor massamisdaden in een ander land, extra regels met zich meebrengt.

Zij vragen de AU en Senegal om snel een overeenkomst te sluiten over bescherming van getuigen en slachtoffers en immuniteit voor ‘insiders’.  Ook de bevolking van Tsjaad moet via de media goed geïnformeerd worden over de zaak. In het budget is dan ook een aanzienlijk bedrag opgenomen voor verslaggeving en persinformatie.
 
“Als de zaak op duizenden kilometers afstand van de slachtoffers wordt gehouden, moeten we er zeker van zijn dat zij meekrijgen wat er gebeurt”, zegt Dobian Assingar, een Tsjadische activist van de International Federation for Human Rights (FIDH).

Hissène Habré, die ooit door Human Rights Watch de “Pinochet van Afrika” werd genoemd, is een voormalige krijgsheer die in 1982 aan de macht kwam. Hij werd gesteund door de Verenigde Staten en Frankrijk, omdat deze landen vreesden dat de Libische leider Muammar Khadafi anders te veel invloed zou krijgen in het noorden van Tsjaad.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift