REDD de bossen, spaar het klimaat

Ontbossing is verantwoordelijk voor een vijfde van de wereldwijde CO2-uitstoot. Een oplossing daarvoor komt er pas als een levende boom meer geld in het laatje brengt dan een dode. Een mondiaal akkoord hierover is dringend nodig om een nieuwe klimaatzwendel te vermijden.
  • John Vandaele Bedrijven financieren reservaten in Brazili John Vandaele
Jaarlijks gaat er zo’n 13 miljoen hectare waardevol woud voor de bijl. Armoede en bevolkingsdruk leiden tot het onduurzaam kappen van het woud, maar een veel grotere impact hebben extensieve veeteelt en grootschalige landbouw, zeker met de huidige vraag naar biobrandstoffen.
Om de mondiale opwarming binnen de perken te houden, is het belangrijk dat de bossen blijven. Op de klimaatconferentie van Bali (2007) werd afgesproken dat een post-Kyoto-akkoord ook een mechanisme zou moeten bevatten om uitstoot afkomstig van ontbossing of bosdegradatie in ontwikkelingslanden tegen te gaan met geld dat door de rijke landen zou moeten worden betaald, volgens het principe “de vervuiler betaalt”.
Zo werd REDD geboren: Reducing Emissions from Deforestation and Degradation. Intussen gaan de besprekingen al over REDD+, een uitbreiding van het concept, waarin ook duurzaam bosbeheer financiële compensatie krijgt.

Adders onder het gras



Hoewel REDD pas officieel van start gaat na 2012, lopen er her en der al experimenten. Zo begon de Ecuadoraanse regering met Socio Bosque, een project voor duurzaam bosbeheer in ecologisch waardevolle gebieden waar arme gemeenschappen wonen. De bosbewoners mogen het bos gebruiken voor hun eigen levensonderhoud, maar niet voor commerciële verkoop. In ruil krijgen ze 30 dollar per hectare per jaar, die op een speciale rekening wordt gestort. Er is in begeleiding voorzien voor toegang tot die rekening en inkomensgenererende projecten voor de gemeenschappen.
Een heel andere opzet is het Noel Kemff Climate Action Project (NKCAP) in Bolivia. In 1997 sloten de drie energiereuzen American Electric Power, BP en Pacificorp een overeenkomst met de Boliviaanse regering om gedurende dertig jaar het nationaal park Noel Kempff uit te breiden en te beschermen tegen ontbossing.
Ze investeerden miljoenen dollars in die bosbescherming, maar als compensatie creëerden ze CO2-kredieten die konden dienen om hun vervuiling te vereffenen. Het NKCAP is door vervuilende bedrijven gebruikt als een modelproject om de uitstoot van CO2 terug te dringen. Niet alleen gaat die praktijk in tegen de geest van REDD, waarin gesteld wordt dat REDD niet kan worden ingeroepen om extra uitstootkredieten te krijgen. Uit een rapport van Greenpeace blijkt ook dat het project helemaal niet zoveel uitstoot heeft voorkomen als het beweert.
Men schatte dat het project tussen 1997 en 2009 55 miljoen ton CO2 zou uitsparen, terwijl het slechts 5,8 miljoen ton heeft uitgespaard. Indien die CO2-kredieten op de markt verkocht waren, had het project dus geleid tot een explosieve toename van de toegelaten uitstoot!
Het NKCAP geeft een idee van het gesjoemel dat kan ontstaan door extra uitstootkredieten uit bossen te halen.
Een ander heikel punt is: wat is een bos? Meer dan de helft van de op het land levende flora en fauna is te vinden in de tropische bossen. Op dit ogenblik lopen er projecten voor het aanplanten van bossen in ontwikkelingslanden die erkend zijn als projecten voor schone ontwikkeling (CDM’s), die dus wel uitstootkredieten opleveren. Maar vaak gaat het daarbij over plantages in monocultuur. Vallen zulke aanplantingen dan ook onder REDD? Volgens de milieubeweging moet REDD ook garant staan voor het behoud van de biodiversiteit, maar de VN heeft hierover helemaal geen duidelijke definitie.
Ook bij de inheemse gemeenschappen die de tropische bossen bewonen is er argwaan tegenover REDD. De Amerikaanse milieuorganisatie Nature Conservancy ontving in 2000 18 miljoen dollar van General Motors, Chevron en American Electric Power om in Brazilië een reservaat te kopen, het zogenaamde Guaraqueçaba Natuurpark, 20.235 hectare Atlantisch bos in de staat Paraná. Dat moest de drie bedrijven uitstootkredieten opleveren die ze op de markt konden verkopen. Maar kort na de koop werd het de bosbewoners verboden om daar nog te planten, te jagen of te vissen. Leven van het woud was dus niet langer mogelijk.
Het netwerk van inheemse organisaties Global Forest Coalition is ook niet te vinden voor de Forest Partnership Facility, een initiatief van de Wereldbank met buitenlandse bedrijven die in veertien landen willen investeren in REDD. Reden: ook hier is er geen duidelijkheid over het lot van de inheemse gemeenschappen. De indiaanse organisaties vragen daarom dat een REDD-akkoord de VN-conventie over de Inheemse rechten zou erkennen, die in 2007 is goedgekeurd. Maar die eis maakt weinig kans, aangezien Canada, de VS en Nieuw-Zeeland die conventie niet goedkeurden. 
Volgens An Lambrechts, die voor Greenpeace de REDD-onderhandelingen volgt, kunnen zulke REDD-projecten het best in een nationaal beleidsplan worden ondergebracht, liever dan in particuliere initiatieven zoals die van NKCAP. Volgens Greenpeace wordt het geld voor een REDD-project ook beter in een fonds gestort, waar het beheerd wordt voor de gemeenschappen die het woud bewonen en die ook inspraak krijgen in de besteding van het geld, dan dat men REDD aan de markt overlaat.

Op naar Mexico



Men had voor de top in Kopenhagen ook gehoopt op een akkoord over de bossen, maar in de algemene impasse is het niet verder gekomen dan een zwakke ontwerptekst. Het voorstel had als richtnorm om tegen 2020 de ontbossing met 50 procent terug te dringen, maar in de huidige ontwerptekst is die specifieke doelstelling eruitgehaald. De ontwikkelingslanden wilden zich hiervoor niet engageren omdat volgens hen de rijke landen meer inspanningen moeten leveren om hun uitstoot in te perken.
Toch zit er wel beweging in de REDD-onderhandelingen. Zes landen (Australië, Frankrijk, Japan, Noorwegen, Groot-Brittannië en de VS) trekken momenteel de kar en hebben zich in Kopenhagen geëngageerd om de komende drie jaar 3,5 miljard dollar uit te trekken om ontbossing tegen te gaan. Op initiatief van Frankrijk en Noorwegen werd er begin maart in Parijs een conferentie gehouden voor afspraken over verdere bilaterale onderhandelingen. Die zouden dan tegen eind mei op een volgende bijeenkomst in Oslo moeten leiden tot een Interim REDD Partnership Agreement om meteen een goede besteding te geven aan de 3,5 miljard dollar die is toegezegd. Misschien zijn zulke bilaterale besprekingen tussen trekkers wel het aangewezen spoor om op te schieten op de weg naar een nieuw klimaatakkoord.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.