Regering lanceert campagne om af te komen van 'rijstoverschotten'

In de cafetaria’s van het Srilankaanse
parlement is op het moment alleen maar rijst te krijgen in plaats van brood
of andere tarweproducten. In grote advertenties in de kranten roept het
ministerie van Massacommunicatie de bevolking op om meer rijst te eten. En
alle overheidsinstellingen, van het leger over de gevangenissen tot de
ziekenhuizen, moeten rijst kopen in plaats van meel. Met de campagne ‘Terug
naar de rijst’ wil de regering de bevolking aansporen om meer rijst te eten
en zo de boeren helpen. Die hebben omwille van het eerste rijstoverschot
sinds jaren te kampen met dalende prijzen.


Het rijstoverschot is het resultaat van een combinatie van betere oogsten,
goed weer en de vrede die er eindelijk is gekomen in het aanslepende
etnische conflict op het eiland. Volgens cijfers van de overheid zal er dit
jaar vermoedelijk een recordoverschot zijn van meer dan 200.000 ton. Maar
dat is niet alleen goed nieuws, zeker niet voor de boeren die door de lage
verkoopprijzen en de stijgende productiekosten worstelen met groeiende
schulden. De instorting van de rijstprijzen vormt een buitenkansje voor de
privé-handelaars en de overheid kan maar met moeite een betere prijs bieden
voor de rijst die zij zelf opkoopt.

De rijstboer is verraden, verwaarloosd en vergeten. De regering en de
andere besturen worden maar wakker als het tijd is voor de oogst, maar onze
problemen zijn veel ernstiger, betreurt P.M. Gunaratne Bandara, een boer
uit Welikanda in het noordoostelijke district Polonnaruwa. Bandara is een
van de vele Srilankanen die aan het eind van de jaren 1980 is weggetrokken
uit de stad om op het platteland te gaan boeren. Hij voelt zich bedrogen
omdat de regering volgens hem haar beloften om de boeren te helpen niet
nakomt.

Nimal Sanderatne, een eminent econoom van het Postuniversitair
Landbouwinstituut aan de Universiteit van Peradeniya in de centraal gelegen
stad Kandy, plaatst de huidige problemen in een ruimere context. De
productie is inderdaad toegenomen, maar dat betekent nog niet noodzakelijk
dat Sri Lanka echt rijst te veel heeft. Er is alleen maar een zogenaamd
overschot omdat de arme mensen niet over het geld beschikken om het
basisvoedsel te kopen dat ze nodig hebben, meent hij. Volgens hem is het
grootste probleem dat de verkoopkanalen voor de boeren inefficiënt zijn en
worden gemonopoliseerd door handelaars die de prijzen kunnen drukken als er
veel productie is. Bovendien zijn de boeren niet in staat de rijst te
bewaren bij gebrek aan goede opslagplaatsen. Sanderatne vindt dan ook dat
het probleem niet mag worden beperkt tot een overproductie omdat het land
dan misschien wordt misleid tot het nemen van maatregelen die
contraproductief kunnen zijn op lange termijn.

Intussen zijn de boeren in paniek geslagen. Zij hebben haast geen andere
keuze dan hun rijst te verkopen aan privé-handelaars die zelf de prijs
kunnen bepalen. Naar verluidt zouden enkele wanhopige boeren al zelfmoord
hebben gepleegd. Traditionele geldschieters als de banken willen niet langer
geld lenen aan boeren omdat zij hun schulden niet kunnen terugbetalen.
Daardoor zijn vele landbouwers nu afhankelijk van andere geldschieters of de
privé-handelaars die niet enkel de rijstteelt financieren, maar ook
tussenkomen voor andere behoeften zoals een huwelijk of een begrafenis en in
ruil daarvoor met de oogst gaan lopen.

Volgens het Staatsinstituut voor Industriële Technologie verbruikt Sri Lanka
ongeveer 150 kilo graanproducten per inwoner per jaar. De helft daarvan
bestaat uit ingevoerde tarwe. Het Instituut meent dat er ruimte is om de
tarwe-invoer te beperken en meer rijst te verbruiken en heeft daartoe een
zevenpuntenprogramma opgesteld. Dat voorziet het gebruik van tien tot
twintig procent rijstmeel in brood en andere bakkerijproducten en de
vervanging van maïs door rijst in voedingssupplementen voor ondervoede
zuigelingen en zwangere en zogende moeders. Verder is er het voorstel om
rijst te gebruiken voor de productie van goedkope graanproducten voor
zuigelingen, de vervanging van tarwebloem door rijstbloem voor de
commerciële productie van noedels en het gebruik van rijstmeel in
ontbijtgranen. De regering probeert het overschot ook aan te pakken met
hogere rechten op ingevoerde rijst.

In augustus verzette het ministerie van Handel zich tegen pogingen van het
Internationaal Monetair Fonds (IMF) om de belasting op ingevoerde
landbouwproducten in Sri Lanka te verlagen omdat de plaatselijke landbouw
onrendabel en inefficiënt zou zijn. Organisaties als het IMF en de
Wereldbank hebben gepleit om over te stappen van rijst op meer winstgevende
gewassen en om grond vrij te geven voor de industrie om het surplus aan te
pakken. Maar tijdens het bezoek van een delegatie onder leiding van de
Srilankese vertegenwoordiger bij het IMF Jeremy Carter deelde minister van
Handel Ravi Karunanayake mee dat de regering de invoerrechten op
landbouwproducten ter bescherming van de plaatselijke boeren niet zal
afschaffen. Hij stelde dat de regering moreel verplicht is het overleven van
1,4 miljoen boeren te beschermen en dat de beschermde tarieven die Sri Lanka
oplegt veel lager zijn dan de enorme landbouwsubsidies en invoertaksen op
landbouwproducten in de westerse landen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3098   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift