Regering plant inflatie

Volgens de ‘bola’, de Cubaanse geruchtenmolen, zullen binnen enkele dagen etenswaren, drank, sigaretten, benzine en huishoudapparaten duurder worden op het Caribische eiland. Dat kan voor veel onvrede zorgen, want volgens sommige onderzoeken verdient een gezin dat van overheidssalarissen moet leven in Havana nu al slechts één zevende van wat nodig is om rond te komen.


Mijn dochtertje is vorig jaar geboren, zegt Reynaldo Cabrera, een technicus die in de gezondheidssector werkt. Ze heeft aldoor nieuwe spullen nodig. Dat was al niet eenvoudig, maar als de prijzen nu nog stijgen, weten mijn vrouw en ik echt niet meer wat we moeten doen.

De Cubaanse overheid zit dit jaar nog krapper bij kas dan de voorbije jaren. De toeristische sector, de grootste deviezenbron, herstelt zich maar langzaam van de effecten van de terreuraanslagen in New York en Washington. De internationale prijzen voor nikkel en suiker, de belangrijkste exportproducten, blijven laag. Het herstellen van de schade die de tropische orkaan Michelle in november van vorig jaar aanrichtte, kost handenvol geld. De doortocht van de wervelstorm heeft Cuba ertoe gedwongen voor de eerste keer sinds 1960 voedsel aan te kopen in de VS; de rekening daarvoor kan oplopen tot 150 miljoen dollar. En bondgenoot Venezuela heeft de levering van goedkope olie aan Cuba stopgezet tot de regering van Fidel Castro een begin maakt met de terugbetaling van een schuld van 100 miljoen dollar.

De Cubaanse overheid moet er dus voor zorgen dat de eigen burgers meer geld in de staatskas storten. In een economie waar staatsondernemingen nog altijd de toon aangeven, zijn prijsstijgingen daarvoor een voor de hand liggend middel. De staatsmedia willen er nog niets over kwijt, maar in een officieel document dat verdeeld werd onder sommige ambtenaren staat dat een dertigtal goederen binnenkort duurder zullen worden. En niet zomaar een beetje. Een bediende in een tankstation van de Cubaanse oliemaatschappij CUPET zegt dat superbenzine van 90 dollarcent naar 1,20 dollar per liter stijgt. Gewone benzine wordt zelfs 39 dollarcent duurder en zal voortaan 1,05 dollar per liter kosten. Er wordt wel een derde, minderwaardige soort benzine ingevoerd die maar 0,85 dollarcent zal kosten.

In de Cubaanse economie circuleren twee munten. Basisproducten als rijst en bonen kunnen betaald worden in peso, de nationale munt waarin ook de lonen worden uitbetaald. Maar voor alles wat een beetje naar luxe neigt - huishoudtoestellen, fruitsap of een zonnebril - moeten dollars worden neergeteld. Cubanen die met toeristen in aanraking komen, verwanten hebben in de VS of zich bijzonder verdienstelijk maken op hun werk, beschikken over dollars, maar voor ongeveer 40 procent van de Cubanen is dat niet het geval. Die gezinnen zien echt zwarte sneeuw. Het gemiddelde maandinkomen op Cuba bedraagt 245 peso, en één dollar is tegenwoordig 26 peso waard.

Niet alle prijzen zullen stijgen; de regering zou zelfs van plan zijn sommige basisproducten die tegen dollars verkocht worden - kip, melk, pasta, zeep en tampons - goedkoper te maken. Maar die prijzen liggen nu zo hoog, dat een lichte daling niet veel verschil zal maken. Zonnepitolie werd bijvoorbeeld in april al een beetje goedkoper, maar kost nog altijd ongeveer 2 dollar per liter - een vijfde van een maandloon. En voor de meeste levensmiddelen, drank, sigaretten, kleren, schoenen en meubels moet weldra meer worden betaald.


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift