René Pérez Joglar: 'Bewustmaking is het beste wapen tegen geweld'

De zanger van de Porto Ricaanse groep Calle 13 wordt door de jonge Latijns-Amerikanen op handen gedragen. Een over heel het continent actieve protestbeweging pleit met zijn woorden voor een beter onderwijssysteem en minder geweld. Zijn droom: een meer verenigd continent, waar zijn eiland hopelijk ooit deel van mag uitmaken.

  • CC Nicolás Carrasco Silva René Pérez Joglar, alias 'Residente'. CC Nicolás Carrasco Silva

Met stoere hiphopnonchalance komt hij op in een trainingsbroek en sneakers. Zijn getatoeëerde bovenlijf heeft iets gevaarlijks in de felle spotlights. Het contrast is dan ook groot met de René die voor me zit. De gespeelde arrogantie maakt plaats voor zijn bescheiden en bijna verlegen voorkomen. Na nauwelijks een oog dichtgedaan te hebben, ontvangt hij me in zijn hotel, de ochtend na het optreden in Deurne.

‘Ik ben in de eerste plaats een artiest,’ zegt René Pérez Joglar. Ondanks zijn politiek geladen teksten primeert zijn passie voor schrijven en muziek. Want kunst is grenzeloos. Donde se vale todo: niets moet en alles mag, een typische Calle 13-uitspraak die in vele van zijn provocerende teksten de rode draad vormt. Er is maar één regel die onvoorwaardelijk moet gelden: er moet eerlijkheid in zitten. ‘Vandaar dat mijn politieke, religieuze en sociale houding onvermijdelijk aanwezig is in mijn muziek. Toch komt het activisme dat eruit voortvloeit op de tweede plaats.’

Bij deze zoon van een actrice is het niet verbazingwekkend dat artistieke expressie een centrale rol speelt in zijn leven. Nu vormt hij het gezicht van Calle 13, naast zijn zus en zijn halfbroer. De groep verwierf zijn eerste faam met een reeks opzwepende reggaetonnummers, een typisch Porto Ricaans, pikant muziekgenre dat schaamte noch taboe uit de weg gaat. Zijn lef om die dingen uit te schreeuwen waar anderen liever over zwijgen bleek helemaal in 2005. Amper dertig uur nadat Filiberto Ojeda Ríos, de leider van een Porto Ricaanse onafhankelijkheidsbeweging, thuis gedood werd door de FBI, overdonderde Calle 13 de wereld met een messcherpe protestsong. Zijn sociale kritiek zou almaar groeien, wat de groep in verschillende Latijns-Amerikaanse staten op censuur kwam te staan. Zelfs de Porto Ricaanse radio weigert hen te draaien en ze mogen al drie jaar niet meer in eigen land optreden.

Onderwijs, eenheid, vrijheid

De laatste jaren breidde Pérez Joglar zijn maatschappelijke gevoeligheid uit tot Latijns-Amerika, ‘het volk zonder benen dat toch wandelt’. Zijn rake beschrijvingen in het nummer ‘Latinoamérica’ van zowel de rijkdom als de ellende van het continent bevatten een verborgen verlangen naar een versterkt Latijns-Amerikaans eenheidsgevoel. Ook op het Calle 13-concert in Deurne deze zomer liet het nummer weinig harten onberoerd. ‘Toen ik voor het eerst voet zette op Latijns-Amerikaanse bodem, wist ik al dat daar een nummer uit zou voortvloeien. Tijdens mijn reizen ben ik de werkelijkheid beter gaan begrijpen. Ik voel me nu veel meer verbonden met de bevolking.’

En de bevolking voelt zich meer dan ooit verbonden met Calle 13. Hun reggaetonbeats evolueerden naar een gevarieerd muziekgenre waar iedereen wel een paar nummers van kon waarderen. Maar het waren vooral Renés choquerende teksten die het ’m deden, waarin hij de universele onrechtvaardigheden van het continent onomwonden de wereld instuurt. Momenteel is Calle 13 een van de populairste muziekgroepen van Latijns-Amerika.

Ondertussen werd ook, in zijn spoor maar tegen de verwachtingen van de groepsleden zelf in, de Movimiento Revolucionario Calle 13 (Revolutionaire Beweging Calle 13) opgericht. Deze protestbeweging ontstond in 2011 via sociale netwerksites en telt ondertussen tienduizenden jonge volgelingen. Haar inspiratie vond ze in de teksten van René: een verenigd continent met meer aandacht voor onderwijs en de bestrijding van geweld. ‘Het is opmerkelijk hoe jong de initiatiefnemers zijn. Sommigen zijn pas zestien. Ik was daar toen nog niet mee bezig. Hoewel de beweging nog in haar kinderschoenen staat, brengt ze een belangrijke boodschap over revolutie en onderwijs. Niemand kan anderen nog verwijten niets te doen, aangezien er nu een concrete ruimte bestaat om initiatieven te nemen en projecten op te zetten.’

Een en ander weerspiegelt volgens hem een renaissance van het continent. ‘De jonge ondernemers zijn immers de kinderen van hen die onder het juk van de dictaturen geleefd hebben. De huidige kiemen van protest komen van een generatie met een verhoogd bewustzijn en meer strijdlust. Ze geloven in een Latijns-Amerikaans eenheidsgevoel om oplossingen te zoeken voor de problemen waar heel het continent mee af te rekenen heeft,’ verduidelijkt hij.

Kolonie

Puerto Rico op de Latijns-Amerikaanse agenda zetten is zoals duinen beklimmen. Je zet twee stappen, en valt er vervolgens vier naar beneden.
Ondanks Pérez Joglars liefde voor Latijns-Amerika blijft het een continent dat hij politiek gezien niet eens het zijne mag noemen. Zijn eiland is immers een geassocieerde vrijstaat van de VS, of een kolonie, zoals hij het zelf weemoedig noemt. Vrij is het niet, aangezien het zonder stem in het Congres onder de politieke macht van de VS valt. Noch maakt het deel uit van de vijftig staten van Amerika.

Van zijn vermoeidheid is plots nog weinig te merken: ‘Velen begrijpen niet waarom ik Puerto Rico op de Latijns-Amerikaanse agenda wil zetten. We groeiden allemaal op met onze neus naar het noorden gericht. De VS doen er alles aan om ons te doen geloven dat het Zuiden een verdorven continent is. Maar Latijns-Amerika is zich volop aan het ontwikkelen en veel functioneert zelfs beter dan in Puerto Rico.’

Hoewel zijn activisme op de tweede plaats zou komen, had René Pérez Joglar al een persoonlijk onderhoud met de Argentijnse presidente Cristina Fernández en de Uruguayaanse president José Mujica. ‘Ik heb gesproken over wat onafhankelijkheid voor ons kan betekenen. Daarnaast heb ik benadrukt hoe belangrijk het is om Puerto Rico te betrekken bij Latijns-Amerikaanse bijeenkomsten. Helaas is het een klein eilandje, wat het dan weer moeilijk maakt om gehoor te vinden. Het is zoals het beklimmen van duinen. Je zet twee stappen, en valt er vervolgens vier naar beneden. Maar mijn motivatie blijft even groot.’

Ondanks het wanbeleid en de escalerende criminaliteit op het Caraïbische eiland wil een grote meerderheid niets liever dan bij de VS horen – haar koloniale status behouden dus. ‘Tijdens de laatste volksraadpleging in 1998 stemde slechts 2,5 procent van de kiezers voor de onafhankelijkheid. Weinigen zijn zich ervan bewust dat wij de VS veel meer geven dan wat we van hen terugkrijgen. De overheid weigert dan ook het volk voldoende te informeren over onze politieke realiteit. Daar heeft ze gewoon niets bij te winnen.’

In augustus hield de regering nog een referendum over het al dan niet voortbestaan van het systeem dat een gearresteerde verdachte van bepaalde misdaden voorlopig weer op vrije voeten kan komen door een borgsom te betalen. Dat zou naar verluidt de ontoelaatbare agressie op het eiland moeten verminderen. Zijn tournee in Europa weerhield de groep niet van talrijke pogingen om via internet de Porto Ricaanse bevolking ervan te overtuigen ‘neen’ te stemmen. ‘Waar ter wereld zou iemand nu ermee akkoord gaan om zijn eigen rechten in te perken? De regering heeft dit referendum enkel gehouden om zich erachter te verstoppen, aangezien ze niet eens de moeite gedaan heeft om de criminaliteit aan te pakken. Het slaat nergens op dat de afschaffing van de borgsom misdaden zou voorkomen. In Texas is er geen borgsom, en het is niet toevallig de staat met de hoogste criminaliteit van de hele VS.’

De oplossing ligt volgens hem voor de hand: een grondige hervorming van het onderwijs. Maar ook daar sloegen politici vorig jaar de bal mis, toen ze het inschrijvingsgeld voor de openbare universiteit verhoogden. Veel jongeren verliezen zo hun kansen om door te studeren en raken gedemotiveerd. ‘Openbaar onderwijs moet gratis zijn, want iedereen moet er toegang toe hebben. De overheid moet jongeren aansporen door hen te belonen of door leerkrachten naar de probleembuurten te sturen. De dingen zouden er op lange termijn helemaal anders uitzien. Maar niemand lijkt in de toekomst geïnteresserd te zijn.’

René komt uit een gegoed middenklassegezin, maar dat maakt hem niet immuun voor de wrede gevolgen van de alomtegenwoordige criminaliteit. Een week voor het optreden verloor een oom van hem het leven door een verdwaalde kogel. ‘Sommigen denken dat het voor mij gemakkelijk is, dat ik in luxe baad en niets merk van de problemen om me heen… Maar ik blijf doorgaan. Ik wil in de toekomst een kunstschool oprichten op Puerto Rico. Kunst is hét middel bij uitstek om jonge mensen bewust te maken. En bewustmaking is nu eenmaal het beste wapen tegen geweld.’

Lees het volledige interview met René Perez Joglar.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Na een master Journalistiek trekt Stéphanie Borgers Latijns-Amerika door. Haar doel: op een zo humaan mogelijke manier de bevolking en de geest van het continent beter leren begrijpen.