Revolutie of militaire coup?

Het is een understatement dat de speech van president Moebarak en vice-president Suleiman op donderdagavond 10 februari niet gesmaakt werd door de betogers die opnieuw met honderdduizenden in Cairo en andere Egyptische steden op straat waren gegaan. In plaats van de revolutionaire brand te blussen gooiden de paternalistische toon van Moebarak en de impliciete dreiging van Suleiman olie op het vuur.

In de loop van de dag waren immers vrij betrouwbare geruchten uit het leger, de Nationaal-Democratische Partij en het staatsapparaat aan de oppervlakte gekomen waarin gesteld werd dat Moebarak zou opstappen. Sindsdien hadden de massa’s met spanning en emotie naar dit cathartische moment uitgekeken, om uiteindelijk met een kaakslag beloond te worden. De furie die vandaag in de straten heerst, houdt een volgende fase van de revolutie in.

Gisteravond reeds trokken een paar duizend betogers richting het gebouw van de staatstelevisie aan Maspero en naar het presidentieel paleis in Heliopolis. Langzaam maar zeker sijpelt het door in het bewustzijn van de betogers dat louter protest op het Tahrir-plein onvoldoende is om dit regime te laten vallen. Er is meer nodig. Maar wat? Nieuwe vreedzame protesten aan sleutellocaties zoals het paleis, het ministerie van binnenlandse zaken, legerbarakken en de staatstelevisie? Zal dit voldoende zijn? Of een meer agressieve, offensieve houding die zal uitmonden in een feitelijke overname van de staatsmacht door het volk?

Revolutionaire strategie

De revolutionaire beweging moet nog steeds een manier vinden om haar grootste obstakel te overwinnen: een gebrek aan gecoördineerde organisatie, strategie en leiderschap. Naast woede heerst er vandaag immers ook verbijstering. Wat kan de massa nog doen om Moebarak duidelijk te vragen op te stappen?

In Tunesië waren massamobilisaties op zich voldoende om de dictator Ben Ali het hazenpad te laten kiezen. In Egypte blijft Moebarak koppig weerstaan aan interne en externe druk. De beweging moet nieuwe manieren vinden om haar doel te realiseren. Dit vergt een nieuwe, offensieve – maar daarom nog geen gewelddadige – revolutionaire strategie. Wanneer het regime aan de macht blijft vastklampen stelt zich vroeg of laat de kwestie van macht. Wie regeert nu eigenlijk? Moebarak vanuit zijn paleis? Of het volk in de straten, wijken en fabrieken? Het ordewoord om naar het paleis en andere machtscentra te trekken is gisteravond spontaan ontstaan.

Maar wat is de volgende stap eens de massa’s bij deze fysieke en symbolische instellingen aangekomen zijn? Kamperen en blijven wachten? De bestorming van de Bastille tijdens de Franse Revolutie en van het Winterpaleis in de Russische Revolutie stelden op zich weinig voor. Maar deze symbolische machtsovername formaliseerde een machtsrelatie die reeds impliciet bestond.

Het Egyptische volk is reeds de meester over de straten en sinds kort ook, dankzij de intrede van de georganiseerde arbeidersbeweging, over vele fabrieken. Het verkeer en dagelijkse leven worden door spontane comités gereguleerd, fabrieken worden lam gelegd of zelfs onder zelfbeheer van de werknemers geplaatst. Zowel het momentum als de krachtsverhoudingen zijn in het voordeel van de revolutionaire beweging.

Druk op leger

Het volk zelf beseft echter haar macht nog niet ten volle. In Alexandrië trokken duizenden betogers naar de grote noordelijke legerbasis om van het leger klaarheid te eisen: “ben je met ons of met de hond Moebarak” (sic). De druk op het leger opvoeren om de kant van de massa te kiezen is een belangrijke stap. Maar vele betogers roepen het leger op om tussenbeide te komen en hen te “redden”. Liberale leiders zoals ElBaradei spelen hier gretig op in en spreken van chaos en een explosieve situatie indien de strijdkrachten niet ingrijpen.

Dat het leger een cruciale rol speelt bij de succesvolle afwikkeling van elke revolutie staat buiten kijf. Maar opnieuw is de kwestie van leiderschap en krachtsverhoudingen fundamenteel. Een leger dat een volksrevolutie steunt, is een andere sociale kracht dan een leger die de revolutie in de plaats van het volk voltooit. In het eerste geval is de revolutionaire massa hegemonisch, oefent zij leiderschap uit – maar in het tweede scenario nemen de militairen het initiatief, steunend op de volksmassa om hun bewind te vestigen.

Dat het leger een cruciale rol speelt bij de succesvolle afwikkeling van elke revolutie staat buiten kijf. Maar opnieuw is de kwestie van leiderschap en krachtsverhoudingen fundamenteel. Een leger dat een volksrevolutie steunt, is een andere sociale kracht dan een leger die de revolutie in de plaats van het volk voltooit.

Tussen 1952-1954 was er een volksrevolutie in Egypte die er echter niet in slaagde om het machtsvacuüm met een organisch leiderschap op te vullen. Het waren de Vrije Officieren onder leiding van Nasser die de politieke patsituatie doorbraken en leiderschap over de beweging uitoefenden. Hoewel de massamobilisatie vandaag veel groter is dan in 1952-1954, blijft een herhaling van het verleden niet uitgesloten, aangezien de beweging een gecentraliseerde politieke uitdrukking ontbeert. Zonder revolutionaire leiding en strategie van machtsovername zoeken de massa’s naar een sociale kracht die hen kan bevrijden. Maar is het leger wel in staat om deze rol te spelen?

Militairen verdeeld

De Egyptische militairen zijn verdeeld over de te volgen koers. In de voorbije dagen beloofde het leger niet op het volk te schieten, maar tezelfdertijd ondersteunden de strijdkrachten het regime door wegen te blokkeren, instellingen te beschermen en mensen te controleren. Gewone soldaten en zelfs officieren verbroederen in toenemende mate met de betogers.

Anderzijds zijn er ook geruchten van arrestaties en zelfs folteringen van demonstratenten door militairen. Vice-president Omar Suleiman en premier Ahmed Shafiq komen uit respectievelijk de inlichtingsdienst en de luchtmacht, die, naast de presidentiële garde, nog steeds loyaal staan tegenover het regime. Gisteren kwam echter de Hoogste Raad van de Strijdkrachten voor de derde keer in haar bestaan bijeen, zonder Moebarak, wat op een distantiëring duidt van het militaire apparaat tegenover de president.

Binnen het regime zelf is er een “stille coup” aan de gang, waarbij Suleiman de reële macht heeft overgenomen en Moebarak slechts nog in naam president is. Omwille van zijn verleden als folteraar, beul, en marionet van Israël en de VS, en zijn laatdunkende speech van gisteravond is het Egyptische volk echter niet bereid om hem als transitieleider te aanvaarden.

De woede van de massa’s voert de druk op het leger verder op en zal de breuk tussen pro-Suleiman en pro-revolutionaire facties nog wijder maken. Vroeg of laat zal het leger een keuze maken en het wordt steeds waarschijnlijker dat het niet voor Moebarak of Suleiman zal kiezen.

Het verschijnen van de strijdkrachten als een actieve speler op het revolutionaire toneel is echter niet automatisch een goede zaak voor het volk. Zoals eerder gesteld hangt de progressieve rol van het leger af van de plaats die het in het revolutionaire proces inneemt. Indien het leger op de uitnodiging van de massa ingaat en het initiatief tot machtsovername neemt, dan komt er een militair transitieregime.

Onder druk van de revolutionaire beweging is het niet uitgesloten dat deze regering enkele progressieve politieke en sociale maatregelen neemt. Zonder de actieve politieke participatie en zelforganisatie van het volk zal een dergelijk regime echter snel een eigen logica en belang ontwikkelen die niet parallel lopen met de democratische aspiraties van de massa. Bovendien is politieke vrijheid en zelfbeschikking een veel belangrijkere eis van de massa vandaag dan in 1952-1954, waardoor een nieuwe autocratie sneller door de mand zal vallen dan Nassers “Arabisch socialisme”.

Een nieuw militair regime zal het revolutionaire proces in eerste instantie dus complexer maken en de beweging in verwarring brengen. Uiteindelijk zal de dynamiek van een regering die niet tegemoet kan komen aan de democratische en sociaal-economische verzuchtingen van het volk de revolutie verder stuwen.

Aangezien de generaals zelf een split binnen het leger vrezen, zijn ze echter onwillig om het initiatief te nemen, kant te kiezen en leiderschap uit te oefenen. Deze aarzeling geeft de revolutionaire beweging de tijd om zichzelf beter te organiseren en politieke organen uit de strijd te ontwikkelen.

Volkscomités

De beste kandidaten om het verzet op politieke wijze te kanaliseren zijn de spontane volkscomités die de straten en wijken beheren en de stakingscomités die in de schoot van de arbeidersbeweging tot stand komen. Deze lokale initiatieven dienen een nationale vertaling te krijgen. De arbeidersbeweging heeft reeds een onafhankelijke vakbondsfederatie opgericht die ook de basis kan vormen voor een politiek orgaan dat de stakingen en bedrijfsbezettingen ten dienste van de revolutie kan stellen.

De progressieve politieke oppositie, jongerengroepen en facebooknetwerken kunnen dit nationaal comité versterken en de lokale volksorganisaties erin integreren. Enkel op die manier kunnen de Egyptenaren zelf hun revolutie voltooien.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 2790   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Met de steun van

 2790  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search <em>for</em> Common GroundSearch for Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.