Reza Aslan: 'Relgieuze taal maakt onoverwinnelijk'

Reza Aslan verliet Iran als zevenjarige, enkele dagen na de val van de sjah in 1979. Hij schreef met Geen god dan God een sympathiserende inleiding op de godsdienst die zijn vaderland zo slecht gediend heeft de voorbije kwarteeuw. Zijn historisch onderzoek leidt niet tot de vaststelling dat het Westen en het Oosten elkaar nooit kunnen ontmoeten en ondermijnt de overtuiging dat moslims vanzelf geneigd zijn tot fundamentalisme en andere politieke fouten. De onderstaande tekst is de neerslag van een lang gesprek dat MO* had met de auteur over islam, democratie en de risico’s van politiek.

De islam heeft behoefte aan een Verlichting.

Je hoort en leest die stelling zo vaak, dat ze even vanzelfsprekend lijkt als de vaststelling dat zon opkomt in het oosten. Toch blijf ik nogal terughoudend om de Europese ervaring te zien als het enig mogelijke schema om vooruitgang mogelijk te maken. Alsof de opeenvolging van reformatie, Verlichting en secularisatie de enig mogelijke weg is voor alle culturen en beschavingen. Natuurlijk heeft de islam behoefte aan een diepgaande hervorming, maar die hervorming moet een eigen, inheems karakter hebben. Als een islamitische reformatie gezien wordt als een poging om de Europese of christelijke ervaring op te leggen aan de islam, zal ze zeker verworpen worden.

We moeten er dus zorg voor dragen dat de vragen die de islam moet beantwoorden, herkend worden als universele vragen, waarmee alle religies in de wereld geconfronteerd worden. Welke rol heeft het individu en welke rol moet de gemeenschap spelen? Welke functie krijgt de goddelijke wet tegenover burgerlijke wet? Hoe verzoen je je eigen geloof en waarden met het geloof en de waarden van de hedendaagse wereld? Hoe gaan we om met pluralisme?…

De moslimmigranten in Europa extra met deze vragen geconfronteerd en vanuit hun minderheidspositie kunnen zij ook veel duidelijker zien dat de islam vanuit zijn kern niet tegen democratie of modernisering is, integendeel zelfs. Extremisten binnen de islam verzetten zich met alle middelen tegen het proces van modernisering, maar het is onvermijdelijk. De uitkomst zal zijn dat er meer ruimte komt voor individualisme in de islam, meer ruimte ook voor politieke en religieuze diversiteit.

Er zijn hervormers die de islam willen ontdoen van zijn culturele vormen en diversiteit.

Andere hervormers willen de islam juist incultureren in de hedendaagse maatschappijen, zij willen de beleving van de islam aanpassen aan de huidige cultuur en culturele waarden -zoals alle religies in de wereld dat doen. Dat is vandaag de meest fundamentele strijd binnen de islamitische wereld. Veel mensen laten zich misleiden door de retoriek van de fundamentalisten die zeggen dat ze terug willen keren naar de zuivere islam en de oorspronkelijke gemeenschap van moslims. Het lijkt dan alsof deze fundamentalisten niet aan de toekomst denken, maar enkel aan het verleden, en dat ze een antimoderne boodschap uitdragen.

Het probleem is echter niet dat het fundamentalisme een boodschap tegen het modernisme predikt, maar dat het één grote leugen is. Die “pure” islam heeft namelijk nooit bestaan en kan ook niet bestaan. Vanaf het eerste woord dat de profeet als openbaring gereciteerd heeft, is islam in een voortdurende staat van evolutie en aanpassing geweest. Het geloof is voortdurend geïnterpreteerd, op veel verschillende manieren. Het ene geloof kan dan ook talloze vormen aannemen, en dat was al het geval tijdens het leven van de profeet. Die verschillen hebben in de loop van de eeuwen eigen namen, praktijken en structuren gekregen: sjiisme, soennisme, soefisme… Gedurende de eerste eeuwen waren de verschillen veel vloeibaarder dan vandaag. De islam van het allereerste begin was gevat in een Arabische cultuur, en zodra het geloof het Arabische schiereiland verliet, werd het hertaald in de culturen waarin het doordrong.

Het geloof veranderde radicaal van vorm zodra het Iran, Noord-India, Noord-Afrika en grote delen van Europa veroverde. En dat is een goede zaak. Zo leven en overleven religies: door betekenisvol te zijn voor de cultuur waarin ze een rol willen spelen. De extremisten hebben de voorbije jaren de aandacht van de wereld gemonopoliseerd met hun geweld en hun boodschap van een pure, a-culturele islam. De alternatieve visie, die stelt dat islam zich moet aanpassen aan de hedendaagse culturele uitdagingen, is de voorbije veertien eeuwen nochtans de dominante visie geweest binnen de islam. De onveranderlijkheid van de islam is een veel recentere idee dan de aanvaarding van vernieuwing en aanpassing.

Moslims moeten terugkeren naar de gemeenschap van Medina, die leefde onder leiding en bezieling van de profeet Mohammed.

Dat is de stelling van de conservatieve politieke islam. Ik ben bereid hen op hun woord te nemen. Maar als ik terugkijk naar die oorspronkelijke gemeenschap, dan zie ik dan een zeer egalitaire gemeenschap, waarin vrouwen veel rechten hadden en samen met de mannen baden, waarin vrouwen koranische geleerden en religieuze leiders konden zijn, waar groot pluralisme was met rechten voor joden, christenen en moslims. Ik zie een traditie die uitgesproken en fundamenteel democratisch, egalitair en modern is. Er zijn voldoende feiten en gegevens voorhanden om ons toe te laten een historisch betrouwbare tekening van de gemeenschap in Medina te maken. Al besef ik dat academische accuraatheid er toch nooit in zal slagen de aanhangers van de politieke islam er van te overtuigen dat zij het bij het verkeende eind hebben.

Islam is een humaniserende factor in een wereld van globaliserend kapitalisme.

Nogal wat mensen denken dat islam misschien nog wel verenigbaar is met democratie en moderniteit, maar zeker niet met kapitalisme, aangezien de financiële gelijkwaardigheid van burgers een van de kernovertuigingen van de islam is. De islam is echter, net als de andere grote godsdiensten, een heel praktische religie. Het protoncommunistische christendom uit de beginjaren absorbeerde ook zonder problemen de waarden van het keizerrijk toen het de officiële staatsgodsdienst werd. En later ontwikkelde het protestantse christendom zich zelfs tot de religieuze onderbouw van het opbloeiende kapitalisme.

Op een gelijkaardige manier functioneert de islam in toenemende mate als een religie die niet los van de kapitalistische globalisering staat, maar binnen die economische wereldrealiteit voor de aanbreng van menselijke waarden zorgt. Het geloof injecteert, als het vruchtbaar aanwezig is, een ethisch bewustzijn in een bijzonder ruwe, kapitalistische maatschappij.

Van die kritische functie is echter niet altijd veel te merken. Bovendien zijn er nauwelijks islamitische bewegingen zijn die zich uitdrukkelijk als onderdeel zien en tonen van de andersglobaliseringsbeweging. De islamitische kritiek op het ongeremde kapitalisme wordt overal in de islamitische wereld gemaakt -denk maar aan de discussies over islamitisch bankieren. Toch vertalen die ideeën zich niet in echte bewegingen en globale, dissidente stromingen. Misschien is de belangrijkste reden voor deze afwezigheid wel dat de meeste islamitische samenlevingen nog volop worstelen met de vraag welke richting ze willen uitgaan, en vooral: worstelen met de mogelijkheid om zo’n debat te voeren vanuit een autonome en stevige civiele samenleving, waar mensen zelf in staat zijn hun eigen prioriteiten te bepalen.

Democratie is een proces dat van binnenuit moet groeien, je kan het niet zomaar importeren.

Wil een democratie duurzaam functioneren, dan moet ze gebaseerd zijn op idealen en waarden die mensen herkennen en erkennen als eigen en belangrijk. Dat is in het Midden-Oosten niet anders dan in de VS. Als we democratie willen zien groeien en bloeien in de landen van het Midden-Oosten, dan zal de islam er deel van moeten uitmaken. Dat is niet uitzonderlijk. De VS, bijvoorbeeld, zijn zonder enige terughoudendheid gebaseerd op wat men noemt judeo-christelijke waarden, wat in feite betekent: protestantse waarden. Die waarden bepalen nog steeds de grondwet en de rechtspraak. Israël is een moderne democratie die gebaseerd is op een duidelijk joods waardekader. Een samenleving moet, met andere woorden, niet seculier zijn om democratisch te zijn. Ze moet wel pluralistisch zijn, maar dat is ook mogelijk in een moslimmaatschappij, als die gebouwd wordt op islamitische waarden maar ruimte laat voor andere overtuigingen.

Iran was de eerste revolutionaire poging om een moderne, islamitische democratie tot stand te brengen.

Het is ook het duidelijkste voorbeeld van het falen van dat streven. De grondwet voorzag in gelijkwaardigheid voor man en vrouw, in vrijheid van vereniging en meningsuiting… Alleen is het revolutionaire proces in een heel pril stadium gekaapt door de clerus. Enkele maanden nadat de Iraanse revolutionaire grondwet geschreven was, brak de Irak-Iran oorlog uit, wat een abrupt einde betekende voor het experiment met een islamitische democratie. Daardoor werd de vrees gevoed dat een democratie die zich op de islam baseert altijd gevaar zal lopen gekaapt te worden door kleine groepen extremisten, die ervan overtuigd zijn dat hun interpretatie van het geloof de enig ware en enig aanvaardbare is.

Toch blijf ik optimistisch. Dat alle moslims in de wereld kunnen zien hoe vreselijk een theocratische staat als Iran functioneert, vormt de beste waarschuwing tegen dat soort extremisme. Je kan vandaag niet meer ernstig argumenteren dat de clerus geschikt is om een islamitisch land te leiden, en dat hebben we “te danken” aan Iran. Het resultaat daarvan is al zichtbaar in Irak, waar de sjiieten allesbehalve zin hebben om het Iraanse voorbeeld te volgen. Bovendien zijn moslims geen buitenaardse wezens. Zij willen, net als alle andere mensen die de keuze hebben, vrijheid van meningsuiting, regeringen die ter verantwoording geroepen kunnen worden, liberale democratieën.

Dat wordt natuurlijk ontkend, niet alleen door de extremisten, maar ook door de autocraten die door het Westen gesteund worden. De Mubarraks, de Musharrafs, de Abdullahs en de Karimovs van deze wereld hebben hun ondemocratische heerschappijen altijd verantwoord met het argument dat hun islamitische bevolkingen, als ze stemrecht zouden krijgen, zouden kiezen voor fundamentalistische partijen. Dat zijn leugens. Het is absurd te denken dat Egyptenaren, Pakistanen, Oezbeken of zelfs Saudi’s spontaan zouden kiezen voor antidemocratische theocraten in plaats van voor liberale democraten.

Democratie betekent dat als religieuze partijen meer aanhang hebben dan seculiere, ze de verkiezingen kunnen winnen.

Belangrijk is dat ze die aanhang en dus ook hun macht opnieuw zullen kwijtspelen als ze hun nauwe band met het volk verliezen. Zo werkt democratie, daar kan je niet omheen. In de meeste islamitische samenlevingen bestaat vandaag echter nauwelijks een mogelijkheid voor gewone burgers om hun ongenoegen op een vrije en democratische wijze te uiten, om eigen verwachtingen te formuleren of eigen plannen uit te werken. De enige ruimte die niet bezet wordt door de autoritaire staat, is de moskee. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat het verzet tegen de dictaturen verwoord wordt in religieuze termen en geleid wordt door religieuze bewegingen. Het gevolg is natuurlijk wel dat in veel van deze landen de islamisten de best georganiseerde oppositiegroepen zijn, met de hoogste legitimiteit, waardoor ze effectief het meeste kans maken op brede volkssteun in het geval van democratische verkiezingen.

De bewegingen kunnen religies zo makkelijk voor hun eigen ideologische kar spannen omdat religie niet meer is dan een taal, een taal die betekenis en inhoud geeft aan werkelijkheden en ervaringen die anders mysterieus en onbeschrijfbaar zouden blijven. Hoe omschrijf je de ervaring van transcendentie anders dan door rituelen en geheiligde woorden? Door haar symbolische karakter opent die taal natuurlijk voor iedereen de mogelijkheid om haar te interpreteren en te instrumentaliseren. De religieuze taal is een taal van intense passie en intense waarheid. Die religieuze taal wordt des te aantrekkelijker wanneer de politieke agenda eigenlijk onmogelijk te verwezenlijken is in de werkelijke wereld. De orthodoxe joden die streven naar een staat Israël die samenvalt met het bijbelse land, weten dat ze een onmogelijk doel voor ogen hebben. De islamisten die de wereld willen zuiveren van de westerse invloed en een mondiaal kalifaat voor de eenentwintigste eeuw willen installeren, wéten dat ze een utopie nastreven.

Hetzelfde geldt voor de christelijke groepen die de macht willen geven aan boeren en landlozen in Latijns-Amerika. En juist omdat deze doelstellingen onmogelijk te realiseren zijn in de werkelijke wereld, moeten ze in een kosmisch perspectief geplaatst worden, zodat er geen sprake meer is van een machtsstrijd tussen mensen, maar van een strijd tussen goed en kwaad. Dat religieuze perspectief herstelt de mogelijkheid van een overwinning, misschien niet op een tastbare manier in de tijdelijke realiteit, maar des te meer op een kosmische, hemelse wijze.

Door dat perspectief te creëren, ontstaan er een heleboel bijkomende mogelijkheden voor de strijd. Alle religies geloven dat geweld en zeker moord zonde zijn, maar als dat geweld gepleegd wordt op gezag van God, wordt het heilig. Je tegenstrevers zijn in dit kader niet langer loutere vijanden, ze worden demonen. En de beweging mag dan wel minoritair zijn, onmogelijk te realiseren doelstellingen hebben, verdrukt en vervolgd worden, toch blijft er de belofte -en dus ook een kans- dat God zijn uitverkorenen naar de overwinning leidt. Als je aan de kant van de Waarheid staat, is niets onmogelijk.

Politiek bedrijven op basis van religieuze overtuigingen bevat dus altijd grote risico’s.

Maar die risico’s zijn onvermijdelijk. We kunnen de samenlevingen onmogelijk tegen hun zin seculariseren. Je kan toch niet verwachten dat gelovige mensen hun geloofsovertuigingen tussen haakjes zetten als ze nadenken over de richting die hun samenleving uit moet gaan. Zeker in een democratie kan je religieuze overtuigingen niet uitsluiten uit het maatschappelijk debat. Wel moeten we zorgen dat er religieuze alternatieven bestaan voor het extremistische gebruik van religies.

Religies zijn immers ook in staat tot het mobiliseren van de mooiste krachten in mensen en gemeenschappen. Religieuze overtuigingen kunnen aan de oorsprong liggen van een praktijk van verdraagzaamheid, pluralisme, gelijkheid en democratie. De overgrote meerderheid van alle gelovigen -moslims maar ook mensen van andere godsdienstige overtuigingen- zijn in feite overtuigde democraten en zien de wereld in pluralistische termen. De meeste gelovigen zijn helemaal geen sectaire extremisten, ook al hebben marginale groepen vaak een luidere stem in het kapittel dan de zwijgende meerderheden.

Geen god dan God. Oorsprong, ontwikkeling en toekomst van de islam door Reza Aslan is uitgegeven door De Bezige Bij. 384 blzn. ISBN 90-234-1753-4

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur